Harry Borghouts, regent zonder dubbele agenda

Conflicten met Rijk en bij IJsselmeerziekenhuizen – voor Harry Borghouts is ruzie niets nieuws. Ooit marineofficier, lid van GroenLinks, commissaris der koningin. Portret van een rechtlijnig bestuurder.

Tien dagen geleden keek Wouter Bos vanuit zijn bed naar het tv-programma Pauw & Witteman. Daar vertelde Harry Borghouts, commissaris van de koningin in Noord-Holland, over het conflict tussen Rijk en lagere overheden. Zijn provincie had beslag gelegd op bezittingen van de omgevallen IJslandse bank Landsbanki. Daarmee willen Noord-Holland en andere lagere overheden nog iets terugzien van hun spaargeld.

Bos „trok de stoute schoenen aan”, schrijft hij op zijn weblog, en belde tijdens de uitzending met de presentatoren om de zaak „recht te zetten”. De minister van Financiën zei dat hij zich ook inzet voor de provincies en gemeenten. Borghouts, stelde Bos, sprak „niet helemaal adequaat” over het conflict. Als de lagere overheden hun zin krijgen, zouden ze zijn onderhandelingen met IJsland kunnen doorkruisen, ten koste van 128.000 Nederlandse spaarders.

Borghouts antwoordde zonder een spier te vertrekken dat hij van die inzet geenszins overtuigd is. „Daar is nog niets van gebleken.” Na de uitzending escaleerde het conflict tussen Rijk en lagere overheden. De zaak wordt deze week voorgelegd aan de rechter.

Dat verbaast Boele Staal, oud-commissaris van de koningin in Utrecht, niet. Harry, zegt hij, laat zich de wet niet voorschrijven door het Rijk. „Hij kent de bestuurlijke en juridische verhoudingen in Nederland. Zo heeft Thorbecke het gewild. Je moet hem niet betwisten op zijn positie.”

Harry Borghouts doet graag dingen als eerste. Hij is lid van GroenLinks en werd in 1996 de eerste secretaris-generaal met deze politieke achtergrond. Zes jaar later werd hij de eerste commissaris van de koningin van deze partij. Hij was ook graag de eerste minister voor GroenLinks geworden. Maar de partij bleef buiten het kabinet en Harry Borghouts, oud-politicus en voormalig topambtenaar, bleef bestuurder. Een veelgevraagd, maar ook omstreden bestuurder.

Medestanders roemen zijn standvastigheid, loyaliteit, inhoudelijkheid en vermogen om consensus te scheppen. Critici noemen hem autoritair en onbenaderbaar en vinden hem een betweter. Zo kreeg Borghouts de afgelopen twee maanden veel kritiek als voorzitter van de raad van toezicht van de noodlijdende IJsselmeerziekenhuizen in Emmeloord en Lelystad. Vijf jaar was hij toezichthouder. Er was die jaren ruzie – tussen artsen onderling en tussen artsen en het bestuur. De zorg schiet tekort, schreef de inspectie in 2002, 2004 en in september 2008. En jaarverslagen lieten miljoenentekorten zien.

In een nachtelijk Kamerdebat op 22 oktober sprak minister Ab Klink (Gezondheidszorg, CDA) van „falend toezicht”. Op aandringen van Klinks adviseur Leon Lodewick trad de raad van toezicht de week daarna terug.

Volgens huidarts Ben Naafs had dat veel eerder moeten gebeuren. Harry Borghouts, zegt hij, heeft zich als toezichthouder van IJsselmeerziekenhuizen „onttrokken aan zijn verantwoordelijkheden”. Dat maakte Naafs mee toen hij drie jaar geleden met zijn hele dermatologenmaatschap opstapte uit IJsselmeerziekenhuizen. En toen de specialistenvereniging van Emmeloord overhoop lag met de raad van bestuur. „We wilden de raad van toezicht erbij betrekken”, vertelt Naafs. „Maar Borghouts was praktisch onbenaderbaar. Uiteindelijk is hij contrecoeur naar Emmeloord gekomen. Hij hield afstand en toonde nul komma nul empathie. Hij stelde zich op het standpunt dat de verantwoordelijkheid bij de raad van bestuur lag, niet bij de toezichthouder. Een hooghartig bestuurder. Arrogant.”

Dat beeld herkent hoogleraar chirurgie Huug Obertop, met Borghouts toezichthouder bij IJsselmeerziekenhuizen. Harry, zegt Obertop, „komt onderkoeld over”. Als een strak bestuurder. En dat is hij in zekere zin ook. „Hij houdt mensen met wie hij niet dagelijks omgaat op afstand. Zo werd er nooit na afloop van de vergadering nog een biertje gedronken.” Arrogantie is het volgens Obertop niet. Die houding, zegt hij, past bij „de regentenmentaliteit” die Borghouts kenmerkt. „Hij stippelt een lijn uit en wijkt daar niet van af. Dat is de rol die hij het openbaar bestuur toedicht.”

Toen Obertop met Borghouts het ziekenhuisbeleid in de gemeenteraad van Noordoostpolder moest verdedigen, zag de hoogleraar dat bevestigd. Tot woede van de aanwezigen stelde Borghouts zich formeel op, wars van populisme, en hield vast aan zijn standpunten. Dat doet hij nog steeds in de zaak van IJsselmeerziekenhuizen. Harry Borghouts neemt zichzelf als toezichthouder „niks kwalijk”. Hij vindt niet dat hij tekort is geschoten.

Henricus Cornelius Johannes Lodewijk Borghouts werd op 7 februari 1943 geboren als derde van vier kinderen in een katholiek gezin, de enige jongen. Zijn vader was verzetsstrijder (‘Peter Zuid’) en van 1965 tot zijn overlijden in 1966 voor de KVP één van de staatssecretarissen van Defensie in het kabinet-Cals. Nadat Harry Borghouts zijn diploma gymnasium alfa heeft gehaald, twijfelt hij tussen de marine of een rechtenstudie. Het wordt het Koninklijk Instituut voor de Marine in Den Helder.

„Een serieuze, rustige jongen”, zegt jaargenoot en VVD-senator Frank van Kappen. Er waren „de jonge honden en de studiebollen, Harry behoorde tot de laatsten”.

Als officier administratie vaart Borghouts de halve wereld over, onder meer op de Karel Doorman. Voor vijftien schepen doet ‘officier voeding’ Borghouts de inkopen in de havens waar ze aanmeren. Hij krijgt de onderscheiding voor meest veelbelovende marine-officier van zijn lichting.

„Harry durfde de statussymbolen en tradities ter discussie te stellen”, zegt jaargenoot en commandeur b.d. Berrie de Ruiter in 1996 in Elsevier. „Hij vond dat dingen functioneel moesten zijn. Als hij was gebleven, was hij admiraal of schout-bij-nacht geworden.”

Maar dat gebeurt niet. Halverwege de jaren zeventig verlaat Borghouts de krijgsmacht. Hij stapt op omdat de marine weigert mee te betalen aan zijn studie rechten en omdat zijn carrière al helemaal vastligt.

Geboeid door het internationale vredesvraagstuk sluit de 30-jarige Harry zich aan bij de Politieke Partij Radicalen, een groene en progressieve partij die later opgaat in GroenLinks. Borghouts trouwt en wordt huisman. Zijn toenmalige vrouw verdient de kost en zit voor Progressief Heemstede in de gemeenteraadsfractie, een zetel die Borghouts halverwege de jaren zeventig zal overnemen. Borghouts is mede-oprichter en stuwende kracht van deze combinatie van PPR, PSP, PvdA en D66, die een tegenwicht moet bieden aan de dominante VVD. Thuis neemt hij de zorg voor zijn dochter op zich.

Die periode heeft hem drie dingen opgeleverd, vertelde hij vier jaar geleden in Het Parool. Eén: een hechte band met zijn dochter. Twee: hij heeft leren tennissen. Drie: het maken van wandkleden („veertien vrouwen en Harry”). Hij raakt doordrongen van het belang van economische zelfstandigheid voor de vrouw – Borghouts is een blauwe maandag lid geweest van Dolle Mina, een feministische beweging die actie voerde voor gelijke rechten voor vrouwen.

Van 1977 tot 1987 is Borghouts actief in de gemeentepolitiek, de laatste vijf jaar als fractievoorzitter van Progressief Heemstede. „Gedreven, ambitieus, vernieuwend”, typeert voormalig VVD-senator Marbet Bierman-Beukema toe Water hem. Ze voerde die tien jaar felle ideologische debatten met Borghouts. Diens toenmalig fractiegenoot Saskia Noorman-Den Uyl, die later voor de PvdA in de Tweede Kamer zat: „Harry was PPR, verreweg de kleinste partij van Progressief Heemstede, en toch leidde hij de fractie omdat hij zich goed kon inleven in standpunten van de andere partijen. Harry heeft geen dubbele agenda.”

Eind jaren zeventig wordt Borghouts beleidsmedewerker bij Binnenlandse Zaken. Hij stapelt promotie op promotie.

Daar paste ook een ander voorkomen bij, constateren zijn politieke vrienden uit Heemstede gniffelend. De alternatieve jongen met baard verruilt geitenwollen sokken en paars jasje voor double-breasted kostuums en streepjespakken met pochet. De baard wordt afgeschoren.

Hij krijgt opdracht de verzelfstandiging van het pensioenfonds vorm ABP te geven. Eind jaren tachtig wordt hij directeur politie en brengt de nieuwe politieorganisatie tot stand.

Borghouts is de ontdekking van PvdA-minister Ien Dales. Zij benoemt hem tot directeur-generaal Openbare Orde en Veiligheid. „Ien heeft hem omhoog getrokken”, vertelt professor Ron Niessen, die ook op Binnenlandse Zaken werkte. „Ze sprak vaak over mijn Harry. Die twee hadden aan een half woord genoeg.” Ook bij Dales’ opvolger maakte Borghouts indruk. „Hij is zeer deskundig en zeer ervaren in bestuurlijk Nederland”, zegt VVD’er Hans Dijkstal. „Daarnaast is hij integer, iemand die zegt waar het op staat en geen dubbele agenda heeft.” Borghouts haalt voor Dijkstal eind 1995 de kastanjes uit het vuur in een slepende geldkwestie met de politievakbonden. „Koel en zakelijk”, zegt zijn toenmalige opponent Hans van Duijn. „Een onderhandelaar met open vizier. Hij heeft geen kaarten in de mouw.”

In 1996 vraagt minister Winnie Sorgdrager (Justitie, D66) hem – op voordracht van Hans Dijkstal – als secretaris-generaal op haar departement. Daar moet hij het door de IRT-affaire en gouden handdrukken bezoedelde ministerie nieuw gezag inblazen. Borghouts wordt de steun en toeverlaat van zijn minister in haar conflict met het college van procureurs-generaal en, vooral, zijn voorzitter Arthur Docters van Leeuwen. De affaire mondt uit in het ontslag van Docters van Leeuwen. Zonder Borghouts had Sorgdrager de affaire mogelijk niet overleefd.

De journalisten Ad van Liempt en Ger van Westing schreven over de zaak het boek Klem in de draaideur. In de verfilming speelde Han Römer Harry Borghouts. „Als voorbereiding heb ik wat gegoogled”, vertelt Römer. „Een linkse bestuurder. Op mijn netvlies kwam een bestuurder in manchester broek. Een vredesduif.”

Een vredesduif? Schrijver Ad van Liempt kan door de telefoon zijn lachen niet onderdrukken. Hij citeert uit het boek over de strijd tussen Borghouts en Docters van Leeuwen: „waar olifanten vechten, gaat het gras plat”. Hij vertelt dat hij niet met Borghouts over de affaire heeft gesproken. Na vele pogingen om hem te spreken te krijgen, schreef hij hem een brief met 26 vragen. Een paar dagen later kreeg Van Liempt antwoord van Borghouts. Vanaf diens huisadres op eigen briefpapier. Van Liempt: „Hij maakte duidelijk dat hij als privépersoon antwoordde en niet als ambtenaar. En hij sprak het vertrouwen uit dat de antwoorden een bijdrage zouden leveren aan de waarheid.”

In 2002 wordt Borghouts commissaris van de koningin in Noord-Holland, niet de gedoodverfde PvdA-kandidaat Tineke Netelenbos. „De heer Borghouts hield een boeiend en inspirerend betoog”, zegt Piet Bruijstens (Ouderenpartij Noord-Holland/Verenigde Senioren Partij), die lid was van de vertrouwenscommissie. Daartegen stak het verhaal van Netelenbos „schril af, zij stelde zich vrij arrogant op”. Bruijstens is nog steeds ingenomen met de commissaris. „Harry Borghouts is onafhankelijk. Je kunt hem niet betrappen op een GroenLinks-sympathie.”

Bij zijn installatie zei Borghouts te hopen dat hij de laatste commissaris van de koningin van Noord-Holland zou zijn. Hij vindt de huidige provinciale indeling niet meer passen bij de problemen op het gebied van bijvoorbeeld verkeer, economie, huisvesting. Borghouts is voorstander van versterking van de Randstad als één grote stedelijke regio. Wellicht dat hij dit ‘in de verlenging’ kan realiseren. Op 7 februari werd Borghouts namelijk 65 jaar. Hij heeft de Staten beloofd nog even te blijven. Borghouts is de eerste commissaris die van die wettelijke mogelijkheid gebruik maakt.

M.m.v. Wubby Luyendijk