Hamel: allemansvriend in Nederlandse muziek

Eigentijds Nederlandse Muziekdagen. Gehoord: 7 t/m 9/9 Muziekgebouw aan ’t IJ en Bimhuis, Amsterdam. Info: www.nederlandsemuziekdagen.nl. Radio 6: 10/11 22u, Radio 4: 12/11 20u. ***

Van sheng jazz tot death metal-symfonie, van spectralisme tot neoromantiek: de waaier aan muzikale smaken en stijlen tijdens de Nederlandse Muziekdagen was dit jaar breder dan ooit.

Met componist, dirigent en dichter Micha Hamel als artistiek leider dacht de NPS, organisator van de Muziekdagen, wellicht voor een persoonlijke ‘angle’ te kiezen. Maar Hamel bleek een allemansvriend in een breed overzicht van Nederlands componeren, zonder scherpe keuzes of rode draad.

Toch klonk veel goede muziek tijdens het driedaagse festival, dat na jaren in Vredenburg voor het eerst plaatsvond in het Muziekgebouw aan ’t IJ. En met vijftien wereldpremières was het ook echt een festival van de nieuwe en allernieuwste muziek. Op initiatief van Hamel werd er bovendien veel gepraat, gedebatteerd en gereflecteerd over de muziek.

Memorabele individuele optredens waren er onder meer van de Italiaanse pianist Emanuele Arciuli, die voornaam en accuraat speelde tijdens een concert met onder meer ‘cross Broadway’ van Richard Rijnvos, en van cellist Michael Müller, die communicatief en beklemmend musiceerde in Wim Lamans prachtig sobere celloconcert Syntopoi.

De Chinese sheng-speler Wu Wei ging op zijn mondorgel uit zijn dak tijdens Four Songs for sheng and orchestra (2008) van Guus Janssen. De jazzy groove mag eerst niet op gang komen, maar later ontspoort het geheel op prettige, onmiskenbaar Jansseniaanse wijze.

Roseherte (2008) van Rosalie Hirs, dat werd uitgevoerd door Hamel en het Radio Filharmonisch Orkest, begint met een geraffineerd klankkleurenspel in de trant van Tristan Murail, met daarna een opvallende passage waarin zich rond een meer melodieuze kern geluidswervelingen uitbreiden als kringen op het water.

In de festivalproductie Ward van componist Roi Nachshon en kunstenaar Jos Verschaeren speelde klarinettist David Kweksilber in een verduisterde tent in de foyer bezwerende tonen, terwijl achter hem als in een mobile deurtjes open- en dichtgingen, waarachter andere musici speelden. Een vergelijkbaar principe is werkzaam in Cecilia Arditto’s Feldman-achtige El Libro de los Gestos, waarin de musici onder schemerlampjes zitten die ze aan- en uitknippen.

Jan Vriend, die met zes composities de ‘festivalcomponist’ was, hoorde onder meer zijn pianoconcert Echo 13.7 in première gaan bij Holland Symfonia. Pianist Ralph van Raat excelleerde in dit stuk, waarin Vriend optimistisch en verbeeldingsrijk uit de hoek komt. Hij bouwt ketens van associaties, komt daarbij soms andere muziek tegen (in het slotdeel onder meer opvallend Beethovens Vijfde symfonie), en maakt zijn processen inzichtelijk door met eenvoudig herkenbare motieven te werken. Het is muziek met een grote vanzelfsprekendheid, van iemand die maakt wat hij wil.

Dat was ook het geval in Black Vortex Cathedral van Florian Maier, met drie metalgitaristen met lang Timotei-haar en zwartleren glitterpakjes, die snoeihard, maar gelijkwaardig in dialoog traden met het Metropole Orkest. Zeker niet het best geconstrueerde werk, maar de urgentie droop er vanaf: dit móest Maier, metalgitarist én afgestudeerd ‘klassiek’ componist, gewoon maken.