Groningse minima: flatscreen t.w.v. 450 euro

Voortaan krijgen Groningse minima 450 euro in plaats van 170 om een tv te kopen. De PVV en lokale VVD zijn boos.

Een „absurde hype”, zegt wethouder Verschuren (SP).

Het debat is voorbij. Het pleit is beslecht. Wie in Groningen gedurende vijf jaar of langer rond het sociaal minimum leeft, krijgt van de gemeente voortaan geen 170, maar 450 euro om een nieuwe televisie te kopen.

Is 450 euro een redelijk bedrag?

Een bereidwillige verkoper van een groot elektronicaconcern in de stad toont een lange reeks flatscreens, te koop vanaf 188 euro. Hij eindigt zijn rondleiding bij een ouderwets beeldbuistoestel van 99 euro. „Dit toestel wordt goed verkocht. Vooral gezinnen kopen het, meestal voor op de kinderkamer. Maar het is het enige model. Beeldbuistelevisies zijn bijna niet meer te krijgen. Ik zou niet weten waar ik ze vandaan zou moeten halen.”

Over de vraag of ‘de minima’ een televisie cadeau moeten krijgen, heeft het Tweede Kamerlid Fritsma (PVV) vragen gesteld aan staatssecretaris Aboutaleb (Sociale Zaken, PvdA). „Hoe legt u deze belachelijke gift uit aan hardwerkende Nederlanders, die vaak lang moeten sparen om een flatscreen tv te kopen of zich dit zelfs niet kunnen permitteren?” En: „Denkt u dat met dit soort verwennerij bijstandsgerechtigden worden aangezet om te gaan werken?”

Aboutaleb antwoordde dat dit geen zaak is voor het Rijk, maar voor gemeenten. De gemeenteraad van Groningen is onlangs akkoord gegaan met het voorstel om bij het vergoeden van de eerste, noodzakelijke levensbehoeften van mensen met een sociaal minimum voortaan uit te gaan van normen die daarvoor worden opgesteld door het Nibud, het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting. Aan dit besluit ging een emotioneel debat in de media en op weblogs vooraf. Zo waarschuwde raadslid Joost van Keulen (VVD) voor het „in de watten leggen” van uitkeringsgerechtigden. Ook de Jonge Socialisten van de PvdA in Groningen vonden het „onzin” om mensen een dure flatscreen te geven.

Wethouder Peter Verschuren (SP) spreekt van een „absurde hype”. Verschuren: „Er is een beeld opgeroepen dat wij voor Sinterklaas spelen. De werkelijkheid is dat we hier 20.000 huishoudens hebben die rond het sociale minimum leven, en dat er gemiddeld tien huishoudens per maand om zo’n televisie vragen. Minister Bos garandeert een ton aan iedereen die zo veel geld heeft dat hij het op een spaarrekening in IJsland kan zetten. Hier in Groningen debatteren we over de vraag of 450 euro misschien te veel is voor mensen die vijf jaar op een minimum leven – bijstandsgerechtigden, maar ook ouderen met een AOW’tje en mensen met een laagbetaalde baan.”

Ook in de gemeenteraad zijn de emoties hoog opgelopen. Dat een flatscreen tot de eerste levensbehoeften moet worden gerekend, net als ijskast, fornuis en wasmachine, stond niet ter discussie. Om te kunnen meedraaien in een moderne samenleving, om niet in een sociaal isolement te belanden, is een televisie een eerste levensbehoefte.

Maar is de vergoeding niet wat hoog uitgevallen?

Het Nibud maar even gevraagd hoe de norm voor televisies zo drastisch kan zijn gestegen. Dat komt, legt onderzoeker Jasja Bos uit, doordat de norm is gebaseerd op de jaarlijkse cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek over het bedrag dat Nederlanders er aan spenderen. Driekwart van de Nederlanders kocht vorig jaar een televisie die duurder was dan 450 euro, slechts een kwart doet het voor minder. Die verhouding bepaalt de norm. Dat deze uitgave zo hard is gestegen, heeft te maken met het aanbod in de winkel, zegt Bos. „De beeldbuis is een lcd-televisie geworden.”

Raadslid Van Keulen vond het allemaal „veel te veel” en eiste samen met CDA-collega Jan Seton nader onderzoek. Wethouder Verschuren reageerde ontstemd. Hij had gemerkt „dat iets de onderbuik van reactionair Nederland in beweging had gebracht”.

Op de reactionaire golven heeft vooral de VVD willen meedeinen, stelde de wethouder vast, en hij was verbaasd dat nu alleen een „slappe motie” werd ingediend met een verzoek om nader onderzoek. Verschuren: „Wat ik niet vind kunnen, is in de media een heel grote mond opzetten en de reactionaire onderbuik van Nederland bedienen, en in de raad de genuanceerde en verantwoordelijke volksvertegenwoordiger uithangen. Ik noem dat laf.”

Deze houding was voor VVD en CDA aanleiding een motie van afkeuring in te dienen. Die werd door een ruime meerderheid verworpen.