Een panorama van sprookjesachtige ansichten

Opera Marco Polo van Tan Dun door De Ned. Opera, Ned. Kamerorkest en Cappella Amsterdam o.l.v. Tan Dun. Regie: Pierre Audi. Gehoord: 7/11 Muziektheater, A’dam. Herh.: t/m 28/11, aldaar. Radio 4: 6/12, 19 u. www.dno.nl ***

Moet theater begrijpelijk zijn om geslaagd kunnen zijn? Vanuit Westers perspectief waarschijnlijk wel. Maar wat als dat perspectief en het doorbreken van klassieke denkkaders precies het onderwerp is van de voorstelling is?

Componist Tan Dun noemt zijn Marco Polo een opera in een opera en dat is nog maar het beginpunt van de hermetische goochelarij met perspectieven en locaties in zijn meerlagige, van plek naar plek flitsende werk. Het programmaboek dat de opera begeleidt is vermoedelijk ook het eerste in de geschiedenis van De Nederlandse Opera met een kader om de structuur van het werk inzichtelijk te maken. Want de spirituele reis van Marco Polo – natuurlijk opgedeeld in seizoenen – moet worden gescheiden van de fysieke reis – verdeeld in locaties – en de muzikale reis, die de fysieke weerspiegelt. De titelrol is dan ook gesplitst in twee personages: de uiterlijke Marco van de grootse daden (vrouw) en Polo (man), diens denken, geheugen, binnenkant.

Bent u er nog? Het aantal horlogestaarders en knikkebollers bleek vrijdag tijdens de première van de twee uur durende voorstelling even talrijk als de bravoroepers. Dus dan wringt er iets.

Waarschijnlijk is het voor optimaal begrip raadzaam vooraf Myself and Marco Polo te lezen, de roman die schrijver Paul Griffiths zelf voor Tan Dun tot libretto omwerkte. Dan weet je dat Marco Polo draait om de geestelijke, Kafaviaanse reis pur sang, waarbij de geestelijke groei en route het einddoel in belang ontstijgt. En dan is het misschien ook makkelijker je te laten meevoeren in de stroom interessante elementen en adembenemende beelden die Marco Polo bevat, zonder vast te lopen in ergernis over het volstrekt ondoorgrondelijke libretto, dat drijft op dwarrelig postmoderne sofismen. Nog relatief concreet zijn de woorden waarmee even de vleselijke liefde wordt bezongen: „Traag tegen je dijen, mijn golf.”

Tan Duns eerdere opera Tea (DNO, 2002) was ook al uitermate zen, maar de meditatieve, mythische onthaastingssfeer sloeg toen nergens om in verveling. Tan bood in Tea een synthese van de elementen – Oost versus West, Yin en Yang, denken en doen, man en vrouw – die zijn eigen biografie weerspiegelen. Marco Polo is ouder dan Tea: Tan componeerde het al in 1996, toen het Holland Festival het (door geldgebrek) alleen in concertante vorm presenteerde. Dat verklaart iets van de bezwaren. In Tea vormden morgen- en avondland een bedwelmende melange, in Marco Polo zijn alle stijlen nog hoekig naast elkaar geplaatst. Marco Polo bevat zanglijnen van imponerende virtuositeit en schoonheid, met dank aan de Italiaanse én de Peking Opera. Er klinken Indiase tabla’s en een Chinese pipa, boventoonzang (Himalaya) en Amerikaans vette koperblazers. In de scènes in Venetië is Puccini nooit ver weg en later duikt ook nog letterlijk Mahlers Trinklied vom Jammer der Erde op. Interessant, maar uiterst fragmentarisch. Het resultaat is een postmoderne lappendeken die overkomt als een instructieve tour door een muzikaal Wereldmuseum. Maar waar staat Tan zelf voor?

Regisseur Piere Audi rijgt met Marco Polo een mythische reis aan zijn keten thematisch verwante producties, met St. Francois d’Assise (óók een spirituele reis) als recentste voorbeeld. Marco Polo bevat talloze prachttableaus; sereen in de personenregie, uitbundig in de aankleding. Wat dat betreft bood de indeling in locaties als Bazaar, Zee, Piazza en Himalaya Audi en decor- en lichtontwerper Jean Kalman een mère a boire aan visuele mogelijkheden, die alle ook ten volle worden benut.

Maar anders dan in Tea – destijds aangepakt door hetzelfde team Tan, Audi en Kalman – is hier geen sprake van een vergrote som der delen. De eigenschappen van tekst en muziek reduceren de beelden tot een panorama van sprookjesachtige ansichten – niet meer.

De tweekoppige titelrol Marco/Polo is ook meer symbool dan personage, ondanks de imponerende vocale prestaties van Sarah Castle en Charles Workman. Ook Tania Kross in een reeks rolletjes en Zhang Jun als de acrobatische verteller Rustichello leveren topprestaties. Op de vurigheid en de inzet van de hele cast, het uitmuntende Cappella Amsterdam en het Nederlands Kamerorkest onder Tans eigen leiding valt evenmin iets af te dingen – integendeel. Iedereen heeft zijn gloeiende best gedaan. Maar Marco Polo wordt er geen geslaagde opera van.

Info over de opera Marco Polo en het bijbehorende Community Art Project ‘Marco Polo in Amsterdam’ via www. dno.nl