...een culturele broedplaats

Het grauwe paleis is nu alleen een eendimensionaal decor voor toeristenfoto’s.

Laat jonge kunstenaars het voormalige stadhuis weer leven in blazen.

Het Paleis op de Dam was ooit het imposante symbool van de rijkdom van Amsterdam, hoofdstad van Nederland. Dat die rijkdom niet alleen van materiële aard was, bewees het feit dat het bouwwerk, dat destijds overigens niet als koninklijk paleis maar als stadhuis werd gebruikt, het grootste niet-religieuze gebouw van de wereld was. En Amsterdam was inderdaad precies zo vrijzinnig en vooruitstrevend als dit gegeven deed vermoeden.

Ik groeide niet ver van het Paleis op en ik heb veel foto’s van mijn vier- of vijfjarige zelf die op de Dam de (inmiddels verjaagde) duiven staat te voeren. Het grauwe gebouw op de achtergrond heeft me altijd gefascineerd, met name door zijn haast eendimensionale uitstraling. Nu het officieel ter beschikking wordt gesteld aan de koningin, zal dit monumentale pand ook in de toekomst niet meer zijn dan een aardig decor voor toeristenkiekjes.

Dat is zonde. Het Paleis zou zich veel beter lenen voor een levendige culturele broedplaats. De zoveelste broedplaats? Inderdaad wordt kunst te pas en te onpas ingezet om als een soort van sociale pleister stadsproblemen van al dan niet multiculturele aard te helen. De kunstpleister plakt buurtbewoners aan buurtbewoners, autochtone aan allochtone Amsterdammers en high culture aan low culture. De multi-inzetbare kunstenaar bivakkeert in peeskamertjes op de Wallen, houdt manifestaties in leegstaande gebouwen of zet ruim gesubsidieerd projecten op in de armste wijken van de stad.

Waar het bij dit project om gaat is echter de uitvoering. Het paleis is er alleen voor de besten.

Vijf jaar liep ik rond op de Gerrit Rietveld Academie. Daar ontmoette ik enkele zeer ambitieuze, getalenteerde en gedisciplineerde kunstenaars. Dat zij een grote uitzondering op de regel vormden, zegt voldoende. De meeste jonge kunstenaars, mijzelf inbegrepen, gedijen het best onder een dictatoriaal bewind. En de beste dictator, dat is het publiek.

Mijns inziens zou het Paleis op de Dam tijdelijke werkplaatsen moeten bieden aan veelbelovende kunstenaars die in een grote verscheidenheid aan disciplines werken: beeldende kunst, literatuur, film, muziek en mode. Hun werk zal niet onzichtbaar blijven. In het Paleis worden namelijk tevens kantoren ingericht voor conceptbedenkers, programmamakers, organisatoren van culturele evenementen of gewoon enthousiaste jonge mensen die het organiseren van een feestje in de vingers hebben. Hun doel is om de kunstenaars in contact te brengen met die zo wispelturige criticus: het publiek. De conceptbedenkers zijn verantwoordelijk voor een uiteindelijke presentatie van het werk dat de kunstenaars gedurende hun verblijf in het Paleis maken.

Wat voor vorm deze presentatie heeft, staat geenszins vast. Wel is het van belang dat de presentatie verschillende kunstdisciplines met elkaar verbindt. Een expositie verbindt een cellist met een industrieel vormgever. Een groot feest combineert mode met film. Een boek toont zowel foto’s als tekst. The sky is the limit, nee, zelfs bij de hemel houden de mogelijkheden niet op. Sta je in de Burgerzaal van het Koninklijk Paleis, dan sta je tussen de sterren: in de vloer is een namelijk sterrenkaart ingelegd.

Leden van de Eerste Kamer, sta eens stil bij deze prominente, rijkelijk versierde Burgerzaal. Deze zaal was inderdaad wat de naam doet vermoeden: een vrij toegankelijke ontmoetingsplaats voor de bewoners van de stad. En niet alleen de sterren op de vloer, ook de maan, de zon en de planeten die de zaal omringen, bewijzen dat Amsterdam het centrum van het universum is. Wat is het zonde als die charmante arrogantie altijd onzichtbaar zal blijven. Wat is het zonde als het Paleis niet meer is dan het decor op de foto van een meisje met een duif op haar arm.

Basje Boer (28) is schrijver en beeldend kunstenaar.