'Deze opera kent geen slechterik'

Regisseur Celil Toksöz van theatergroep RAST maakte de Turkse ‘volksopera’ Dilek, over eerwraak. „Eerwraak is een klassiek thema en een groot actueel probleem.”

In zijn geboortestad Diyarbakir, in het zuidoosten van Turkije, werd de Koerdische regisseur Celil Toksöz als kind meermaals met eerwraak geconfronteerd. Een familielid werd vermoord omdat ze een buitenechtelijke relatie had, en een buurjongen doodde zijn zus met een mes, omdat hij vond dat ze te vrij leefde. Op straat werd het slachtoffer bezongen en beweend. „Bij ons werd het nieuws op straat voorgedragen, gezongen soms, omdat veel inwoners ongeletterd waren. Als kleine jongen maakte ik mee dat zo’n troubadour de dood van het buurmeisje bezong. Ik begreep niet waar het precies om ging, maar om me heen zag ik de vrouwen huilen. Ik keek omhoog en zag hun tranen vallen. Dat heeft diepe indruk op mij gemaakt.”

Het onderwerp eerwraak is voor hem sindsdien gekoppeld aan traditionele volksmuziek. In de opera Dilek, die hij over het onderwerp maakte, zijn de aria’s dan ook vervangen door Anatolische volksliederen. „Turkije is een muzikaal land. Er wordt veel gezongen, op straat, in de bus, overal. En de traditionele Turkse volksmuziek raakt de mensen het diepst. Daar wilde ik bij aansluiten.”

De vorm van een opera past goed bij de materie, vindt Toksöz. „Eerwraak is een tragedie. In zekere zin is het een klassiek thema: de Trojaanse oorlog is erom begonnen. Maar het is ook een actueel onderwerp: het gebeurt nog altijd, ook hier, in Nederland. Dat kan ik niet accepteren. En als kunstenaar kan ik er iets aan doen. Toen ik het meemaakte als kind, was ik machteloos; ik kon me niet verzetten, had de kennis, de woorden niet. Ik kon niet schreeuwen. Nu wel.”

Twee Turkse componisten schreven de muziek; de een in Istanbul, de ander in Nederland. Toksöz: „Zo integreerden we de Turkse volksmuziek in de westerse operadiscipline.” De muziek wordt deels gespeeld op traditionele Turkse instrumenten als de mey, een rietfluit. Maar ook eigentijdse genres krijgen de ruimte: de drie boze geesten (djins), die als een Grieks koor de gebeurtenissen becommentariëren, spreken hun teksten uit in rapstijl. „Niet dat ik er per se hiphop in wilde hebben, hoor”, stelt Toksöz gerust. „Deze geesten vuilbekken, beschuldigen en beledigen in een eindeloze woordenwaterval. De vorm van rap paste daar het beste bij.”

Het combineren van westerse en oosterse genres en stijlen is een constante in het oeuvre van Toksöz. Eerder verplaatste hij Sophokles’ klassieke tragedie Antigone naar de islamwereld. „Ik ben een combinatie van westers en oosters; ik ben gevormd in Turkije en nu woon ik hier. Dat is mijn bagage, daar moet ik het als maker mee doen. Ik kan niet, zoals Orkater nu, een toneelstuk maken over ‘onze jongens’ in Afghanistan.”

Behalve artistieke motieven heeft Toksöz ook een maatschappelijk doel. „Ik wil de discussie over eerwraak aanwakkeren. Ook in Oost-Turkije, waar het gebruik nog heel gewoon is. We zullen met de productie op tournee gaan langs steden en dorpen daar. De burgemeester van Diyarbakir komt naar de première. En rondom de voorstelling worden debatten over eerwraak georganiseerd.”

In Dilek wordt niet gemakkelijk geoordeeld, verzekert de regisseur. „Eerwraak is een complex probleem. Niemand wil het en toch gebeurt het op grote schaal. Voor de daders is het ook vaak een enorm trauma. In Dilek bestaat er daarom ook begrip voor hen. Deze opera kent geen slechteriken. Bij eerwraak is iedereen slachtoffer.”

Dilek, door Rast. Première 11/11 stadsschouwburg Rotterdam www.rast.nl