Baden in weelde en verlangen naar nog meer

Als de buurman een jacuzzi heeft, dan willen wij er ook een.

Waarom hebben we nieuwe dingen nodig als de oude niet versleten zijn?

De badkuip vormt een fraai symbool voor de recente veranderingen in ons consumptiepatroon. Hoezeer de badkuip is veranderd, is me pas onlangs opgevallen. Toen ik studeerde, waren ze vooral klein, ondiep en kort, zodat je met bovenlijf en knieën boven het water uitstak, waardoor je het na vijf minuten al koud kreeg. In de jaren daarna werden ze bruin of blauw en van kunststof. Nu is de badkuip de plaats geworden van de ‘revalitiserende sensatie’ (echt, ik heb die term niet zelf bedacht): diep, breed, met bubbelvormende waterstralen en hoofdkussens, en met een beetje goede wil zelfs geschikt voor twee personen en een uitgebreid leger badeendjes. Uit de kluiten gewassen versies van het negentiende-eeuwse gietijzeren model, badkuipen van natuursteen en marmer in de beste Romeinse traditie, badkuipen met een ‘exotische uitstraling’ (wat dat ook moge zijn) – je kunt het zo gek niet bedenken of het wordt geïnstalleerd.

Ik heb nooit begrepen waarom het normaal is, zoals aannemers graag beweren, dat iedereen geregeld „de bestaande badkamer eruit rukt”, om hem te vervangen door een nieuwe. Maar het gebeurt op grote schaal. En minstens zo onheilspellend is het feit dat de badkuipen alsmaar groter worden en water slurpen – 130 liter of meer is geen uitzondering (terwijl je met 25 liter heel aardig onder de douche kunt).

Zo gaat het niet alleen met badkuipen, maar ook met auto’s, stereo-installaties, meubels en matrassen: ze worden als maar luxueuzer en vragen in gebruik en productie meer energie. En als ze al zuiniger worden of minder CO2 uitstoten, zoals een aantal automodellen, dan wordt dat voordeel onmiddellijk opgeheven doordat we meer gaan rijden. We zoeken de weelde, binnen en buiten (over de mogelijkheid van een ‘ultieme jacuzzisensatie’ in uw tuin zwijg ik hier). Het bevestigt onze identiteit, het werkt verslavend en stemt afgunstig: als de buurman een jacuzzi heeft, dan willen wij er ook een. Sterker nog: dan hebben we er ook recht op. En liefst meteen.

Het is die reactie die het overconsumeren in al zijn banaliteit bloot legt. Het zien consumeren door anderen, maakt dat hun wensen de onze worden. Net als het ons spiegelen aan de onbereikbare consumptiepatronen van miljonairs ons kwetsbaar maakt voor de illusie dat bezittingen er werkelijk toe doen. Reclame en televisieseries spelen daar gretig op in. Er wordt ons voorgehouden dat we ons zelf tekortdoen als we niet op een driedubbele matras willen liggen van veren, dons en paardenhaar en met een volledig traploos, elektronisch beweegbare hoofdeinde.

Het is te simplistisch om te stellen dat de markt ons dit alles opdringt, want onwillige, onschuldige consumenten zijn we bepaald niet. Het antwoord van de producenten en leveranciers is dat de consument er om vraagt, om die overdreven badkuipen en wat dies meer zij, en dat het niet aan hen is om de consument op te voeden. De overheid moet de consument maar op zijn vingers tikken. Helaas, dergelijke dooddoeners leveren ons een patstelling op en ontkennen de morele dimensies van de markt. Vandaar ook dat we het overconsumeren niet eenvoudig oplossen met een oproep tot matiging of voorlichting over de milieueffecten.

Het kapitalisme maakt mensen niet per se slechter of inhaliger dan andere economische systemen, maar het doet wel iets met onze psyche. Het leidt tot consumentitis, zeg maar tot consumptieverslaving, de zucht naar telkens meer en beter. Het is moeilijk te onderkennen dat je bed, je badkuip, of je bank of je auto niet verouderd zijn. Waarom hebben we nieuwe dingen nodig als de oude niet versleten zijn? De enige verklaring is dat het ons ontbreekt aan andere manieren om onszelf te verwerkelijken en om onze verveling op te heffen. Alleen, het treurige is dat het jezelf verwerkelijken en te amuseren door dezelfde luxe badkuip aan te kopen als je buurman, je in feite niets extra’s biedt.

Het intrinsieke dilemma van het huidige kapitalisme is dat technologie het telkens mogelijk maakt méér en goedkoper te produceren, zodat het lijkt alsof alles – geld, grondstoffen, goederen – oneindig voorradig is. Dat is de basis van de perverse, gedachteloze hang naar méér. Waarom zou je geen nieuwe badkuip installeren, als de winkels tientallen modellen op voorraad hebben en ze telkens in de aanbieding zijn omdat plaats gemaakt moet worden voor nog nieuwere modellen? Zo zijn we het slachtoffer geworden van ons eigen technologische succes doordat we het gevoel van schaarste, en dus van echte waarde, zijn kwijtgeraakt.

Dat effect wordt versterkt doordat in de rijke landen – eenzesde van de wereldbevolking – minstens twee generaties zijn opgegroeid zonder echte beperkingen te kennen. Evolutionair en historisch is het uniek dat zo velen van ons zo veel meer bezitten dan nodig is. Rijkdom is van alle tijden, maar de democratisering van de rijkdom naar steeds meer mensen is iets van de laatste jaren. Uniek, maar ook absurd gezien de grote gevolgen van onze materiële beschaving voor de planeet. Het effect van de consumptie van de buurman speelt ook op wereldschaal, en het moment is niet ver weg dat ook in armere landen massaal luxe badkuipen worden aangeschaft, en auto’s, en al die andere objecten. De consumptiepatronen van de middenklasse in de opkomende economieën en van de elite in de grondstofrijke landen, doen het ergste vrezen.

We kunnen er lang over filosoferen hoe de mens kan veranderen en in welke mate individuele consumptie aan banden kan worden gelegd door wetgeving en verboden. Daar komen we op korte termijn niet uit. Er is wel nog een andere weg, die van de technologie. Gelukkig is die niet alleen het probleem, maar ook deel van de oplossing. Onze capaciteit tot technologische vooruitgang is wonderbaarlijk. Op bijna alle terreinen liggen de mogelijkheden al klaar, of worden ze onderzocht om kringlopen van energie en grondstoffen te herstellen. We moeten nu de combinatie van krediet-, energie-, klimaat en economische crisis aangrijpen om te investeren in duurzame productie.

In plaats van te preken of te verbieden, ligt de allereerste stap om ons consumptieve gedrag te verbeteren in de bestrijding van de symptomen, hoe tegenstrijdig dat ook klinkt. Ik ben optimistisch over een mentaliteitsverandering op langere termijn. Maar laten we eerst beginnen om bijvoorbeeld onze badkuipen van afbreekbaar plastic te maken, ze te isoleren en ze aan te sluiten op het spoelwatercircuit van de wc. Daarvoor zijn investeringen nodig en consistent overheidsbeleid en vooruitziende bedrijven. Er zijn tal van fraaie mogelijkheden om grondstoffen zuinig en opnieuw te gebruiken. Dus er is nog veel te doen voordat ik een absoluut verbod op luxe badkuipen zal bepleiten.

Rectificatie / Gerectificeerd

correcties en aanvullingen

Badkuip

In het fotobijschrift bij het artikel Baden in weelde en verlangen naar nog meer (maandag 10 november, pagina 18 en 19) stond niet vermeld dat de badkuip op de foto is ontworpen door Ruben Feenstra.