Auto-industrie VS is bodemloze put

Een nieuwe reeks abominabele kwartaalcijfers van Ford en General Motors (GM) moet een duidelijke boodschap inhouden voor het Amerikaanse Congres en de nieuwe president Obama: de situatie bij de drie grote autoproducenten van Detroit is zo ernstig dat het verstrekken van nog meer geld hun lijdensweg alleen maar zal verlengen, en de federale overheid miljarden zal kosten. De VS zouden deze autoproducenten slechts steun moeten bieden als ze bereid zijn tot een grootschalige sanering, onder de bescherming van de faillissementswet.

Zeker, de kredietcrisis heeft álle autoproducenten getroffen, zelfs Toyota en BMW. Maar hun probleem beperkt zich tot een dalende winst. Ford en GM hebben daarentegen niet alleen geld verloren, maar draaiden er in drie maanden tijd 14,6 miljard dollar doorheen. Ford, dat zo’n 19 miljard dollar aan kasgeld en kredietlijnen heeft, zou in staat moeten zijn het nog een tijdje uit te zingen. Maar zelfs als GM weet terug te keren naar het niveau van de verliezen van de eerste zes maanden van 2008, zal het concern aan het eind van het jaar gevaarlijk dichtbij het punt zijn aangeland waarop het zal moeten putten uit het geld dat nodig is om zijn fabrieken open te houden.

Nu de tijd opraakt, zullen de politici in Washington in de verleiding komen om het probleem met nog meer geld op te lossen – zeker nu Ford en GM hebben beloofd extra bezuinigingen te zullen doorvoeren. Maar beide concerns zijn doorgaans te optimistisch over de autoverkopen. Zelfs de conservatievere inschattingen van afgelopen vrijdag kunnen te rooskleurig blijken, als de economische problemen blijven toenemen.

Ze gewoon maar laten afsterven is echter ook geen optie. Het risico van een catastrofale vloedgolf van faillissementen, die door de hele Amerikaanse auto-industrie heen zal spoelen, is eenvoudig te groot: als een van de Grote Drie kopje-onder gaat, zullen de andere twee waarschijnlijk volgen. Toeleveranciers zouden ernstig worden getroffen, wat tot nog meer druk zou leiden op in de VS gevestigde buitenlandse autoproducenten.

Dat is de reden dat een goed geplande reorganisatie, onder de paraplu van uitstel van betaling, het zogeheten Chapter 11, verstandig is. GM, Ford en Chrysler kunnen dan de noodzakelijke stappen zetten om hun activiteiten opnieuw in te richten, door bijvoorbeeld te wieden in het aantal merken en dealers.

Intussen kan de regering voor financiering zorgen in het kader van de faillissementswet, garanties geven om te voorkomen dat klanten bang zijn een auto te kopen van een failliete producent, en misschien zelfs een deel van – of alle – tekortkomingen dekken van de pensioen- en gezondheidszorgvoorzieningen.

Dat is geen ideaal scenario. Banen zullen verloren gaan en uitkeringen zullen misschien weer worden gekort, maar dat was toch al onvermijdelijk. Een ordentelijk toegespitst overheidsplan zou een betere kans bieden de Grote Drie weer op de been te helpen en de domino-effecten voor de rest van de Amerikaanse auto-industrie te minimaliseren. Dat is beter dan er louter maar meer geld in blijven pompen.

Antony Currie