Wedijver

Eens per jaar gebeurt het, in elke stad die er prijs op stelt zichzelf op de kaart te zetten. Aan de vooravond van de grote gebeurtenis worden langs belangrijke wegen dranghekken neergezet zodat je op je vertrouwde plaatsen niet meer kunt oversteken. Dan, de zondagochtend. Je ziet hoe achter de hekken zich de eerste gezinnen vestigen, op ‘een mooi plaatsje’. Meestal heeft de vader een camera bij zich. Je weet niet wat er gaat gebeuren, de spanning stijgt. Daar komen een paar agenten op motorfietsen belangrijk langs scheuren. Je kunt gewoon op de motorfiets rijden, of hard rijden, of belangrijk scheuren. Dat doen de agenten als ze de geblindeerde auto’s begeleiden die met ons goud op weg zijn naar De Nederlandsche Bank, of met Willem Holleeder naar het gerechtsgebouw. Maar dit is een zondag. Houdt de koningin een feestelijke intocht? Niets van gelezen. En dan opeens komen er in soepele bewegingen een paar professioneel-sportief geklede mensen aangedraafd. Je weet het weer. Dit is de dag van de Marathon! Den Haag, Eindhoven, Amsterdam, New York, allemaal hebben ze een marathon.

Ik trof het. Op 19 oktober werd ik in Amsterdam door de marathon overvallen; wilde met lijn 3, maar die reed niet, kwam tenslotte terecht in lijn 16 waarmee ik via verrassende omwegen ten slotte dicht bij mijn plaats van bestemming aankwam. De hoofdmacht der dravers heb ik niet gezien; alleen een paar amechtige sukkelaars uit de verre achterhoede. Toen, 2 november, was ik in New York. Dezelfde beheerst opgewonden sfeer, veel mensen op de stoep langs het lege asfalt. En daar kwamen ze weer aandraven. Voorop broodmagere exemplaren met buitengewoon lange benen, daarachter de massa die fysiek gesproken voor het lang hardlopen minder gezegend was. Gelukkig hebben ze daar de subway, een prachtig ondergronds systeem van openbaar vervoer. Zonder vertraging kwam ik aan waar ik moest zijn.

Omdat het spannende tijden zijn, kijk ik naar het nieuws. NBC is een betrouwbare zender. Om vijf uur: honderden dravers. Een uur later, idem. Nog een uur later, van hetzelfde laken een pak. Maandag. The New York Times, volgens mij de beste krant te wereld. Ja, ze hadden al het nieuws en bovendien een apart katern met tien pagina’s draafnieuws. De 34-jarige Paula Radcliffe had de wedstrijd voor dames gewonnen. Met haar wat beteuterd kijkende kindje op de arm zwaaide ze naar de uitbundige menigte. Op de achtergrond een groot reclamebord met de letters ING en het vertrouwde oranje leeuwtje. Dat zullen veel Amerikanen niet weten, maar voor een groot deel wordt dit festijn door onze beroemde bank gefinancierd. Er was ook tragisch nieuws: één deelnemer bezweek bij de finish aan een hartaanval.

Waarom lopen mensen hard? Dat er een marathon is hebben we te danken aan een Griekse soldaat die in 490 voor Christus 42 kilometer en iets minder dan 200 meter hardliep, van Marathon naar Athene, om zijn opperbevelhebber de overwinning op de Perzen te melden. Niet veel later is hij door een zonnesteek gestorven. De Olympische Spelen hebben we aan de sportiviteit van de oude Grieken te danken, de marathon aan hun krijgskunde.

Daarna is het streven naar topprestaties in de sport op de achtergrond geraakt. Waren er in de Gouden Eeuw belangrijke wedstrijden? In de tijd van Multatuli? Ik geloof het niet. De moderne sportieve wedijver is begonnen aan het einde van de negentiende eeuw, tegelijk met de groei van de massamedia. Zonder de televisie, de radio, internet en in steeds mindere mate de krant geen topprestaties. Ergens in de jaren twintig, de Roaring Twenties, kwam het marathondansen in de mode. Daarover is een speelfilm gemaakt waarvan de titel me nu niet te binnen schiet. ‘They call it..’. Zoiets en dan met horses. Dat heb je wel eens. Het zit in een laatje van je geheugen maar je weet niet welk. In elk geval, ik herinner me nog de beelden van het meelijwekkende, tragische paar dat zich met zijn laatste krachten over de dansvloer sleept. Misschien heb ik daaraan mijn afkeer van publieke sportieve wedijver te danken. Als het aan mij lag, zouden alle voetbalwedstrijden in gelijkspel moeten eindigen. Dat zou veel psychisch leed en materiële schade voorkomen.

Nu hebben we een echte marathonwinnaar: Barack Obama. En laten we John McCain niet vergeten. De winnaar is pas 47, de verliezer 72, maar als je uitsluitend op zijn lichamelijke prestaties was afgegaan, zou je denken dat ook hij nog geen 50 was. Van het ogenblik waarop ze aan hun campagne voor de primaries begonnen tot de vierde november zijn ze dag in dag uit in de weer geweest. Vergeleken daarbij is een marathon voor hardlopers niet meer dan een blokje om. McCain kan nu uitrusten. Ik gun het hem. Voor Obama is de marathon nu pas goed begonnen.