Uitzendbureaus hard geraakt

De uitzendbranche geldt van oudsher als graadmeter voor de arbeidsmarkt. Als het slecht gaat bij de uitzendbureaus, volgen de slechte tijden op de rest van de arbeidsmarkt vanzelf.

„Het weer is slecht, maar onze paraplu werkt goed”, zei Ben Noteboom, topman van Randstad, afgelopen donderdag na het bekendmaken van de kwartaalcijfers.

Het is echter de vraag hoe lang zijn paraplu de regen tegenhoudt. Want ook al wist het bedrijf het omzetverlies dit kwartaal op 3 procent te houden, de algemene verwachting is dat de bedrijfsresultaten in het laatste kwartaal wel eens een stuk slechter kunnen uitpakken. Beleggers hadden er in elk geval niet veel vertrouwen in, afgelopen donderdag: het aandeel Randstad daalde met 9,3 procent op een 6,7 procent lager Damrak.

De uitzendbranche maakt moeilijke tijden door. Niet alleen Randstad, ook de andere beursgenoteerde uitzender USG People heeft last van de neergang. Vorige week bracht USG de kwartaalcijfers naar buiten. Conclusie: een winstafname van 7 miljoen euro (ruim 18 procent) en sombere prognoses.

„Ook wij ontspringen de dans niet”, zei financiële topman Rob Zandbergen van USG na de bekendmaking. „Onze koersen zijn halverwege 2007 al naar beneden gegaan. Of het dieptepunt voor ons bereikt is, durf ik niet te zeggen.”

De uitzendmarkt wordt algemeen beschouwd als de barometer van de economie. Gaat het slecht in de branche voor flexibel personeel, dan zal de ‘gewone’ arbeidsmarkt vrijwel zeker volgen. Wat dat betreft was de huidige situatie met dreigende massaontslagen bij bedrijven misschien wel te voorzien: de neergang in de uitzendbranche is immers al maanden gaande. De beurskoersen van de grote uitzendorganisaties dalen al maanden en ook de omzet krimpt gestaag.

Uit de laatste cijfers van brancheorganisatie ABU bleek vorige week dat de omzet in de uitzendbranche met 6 procent is gedaald ten opzichte van vorig jaar. Het aantal gewerkte uren liep in dezelfde periode terug met 8 procent. En de algemene verwachting is dat dit percentage de komende weken fors zal stijgen.

De gevolgen van deze malaise op de uitzendmarkt zijn niet alleen voelbaar voor de flexwerkers zelf, die met honderden tegelijk op straat zijn komen te staan. Ook de uitzendbranche zal een stap terug moeten doen om deze periode van neergang te overleven.

Randstad doet dit onder andere door kostensanering. Het bedrijf zal een aantal vestigingen sluiten dan wel samenvoegen, maakte Noteboom deze week bekend. Ook USG zei verder te zullen snijden in de kosten.

De neergang is niet overal even sterk. Randstad, actief in meer dan vijftig landen, constateert grote regionale verschillen. In Noord-Amerika en Groot-Brittannië daalde de omzet met respectievelijk 11 en 19 procent, terwijl de omzet in Nederland met ‘maar’ 2 procent achteruitging en het bedrijf in Duitsland – waar nog sprake is van een ‘jonge’ uitzendmarkt – zelfs een omzetstijging wist te bewerkstelligen. USG zag de omzet met name teruglopen in Frankrijk en Spanje, terwijl de daling in de Benelux minder sterk was.

Ook binnen de verschillende sectoren van de uitzendbranche zijn de verschillen groot. Randstad en USG signaleren beide een stijgende vraag naar specialisten. Uitzendbureaus voor ingenieurs en secretaresses groeien en zullen dat blijven doen, zei Zandbergen van USG. „Daarnaast is er nog steeds een groot gebrek aan technisch personeel.”

Ook Randstad zag een lichtpuntje: de onderdelen van het concern die zich bezighouden met het uitzenden en detacheren van ingenieurs en IT-personeel deden het relatief goed.

Toch zijn de prognoses over de grote lijn somber. Enerzijds blijft de vraag naar uitzendkrachten groot (in de woorden van Randstad-topman Noteboom: „Bedrijven hebben ook in economisch zwakke tijden behoefte aan een flexibele laag personeel. In de supermarkt is het op zaterdag nog altijd het drukst.”), anderzijds ontdoet het bedrijfsleven zich in razend tempo van zijn flexibele personeelsbestand.

Wie kijkt naar de ontwikkelingen bij conjunctuurgevoelige bedrijven als DAF (vrachtwagens), NXP (chips) en Nedcar (auto’s) kan dat laatste alleen maar beamen: het ging hard deze week. Zo hard dat werkgevers en werknemers bij de overheid aanklopten met het verzoek om maatregelen. Werktijdverkorting staat daarbij hoog op het wensenlijstje. Nieuw element daarbij is werktijdverkorting voor flexibel personeel: ook voor hen willen de sociale partners nu de mogelijkheid creëren om tijdelijk minder te werken met een aanvullende WW-uitkering.

De brancheclub van uitzendbureaus ABU is vurig voorstander van werktijdverkorting voor flexwerkers. Want, zo luidt de redenatie, we hebben te maken met een tijdelijke neergang in de uitzendbranche onder invloed van de conjunctuur, maar onder die neergaande conjuncturele lijn is nog steeds een structurele trend zichtbaar: namelijk een toenemende krapte op de arbeidsmarkt door vergrijzing. Zodra de markt weer enigszins aantrekt, zijn alle flexwerkers die nu op straat staan dus weer heel hard nodig.