Twijfels van een tatta

Tekenaar Peter Pontiac draagt met een beeldverhaal bij aan het moslimdebat.

‘Overpeinzingen van een tatta’, waarvan een deel op deze pagina’s staat, is de bijdrage van striptekenaar Peter Pontiac aan het nieuwe, aan het literaire beeldverhaal gewijde tijdschrift Eisner dat volgende week verschijnt. Tatta is Marokkaanse straattaal voor Nederlander, zo las Pontiac in Hassan Bahara’s boek Een verhaal uit de stad Damsko.

Al in 2007 deed Pontiac de eerste poging zijn verhaal te vertellen. „Ik begon er vorig voorjaar mee, op een opdrachtloos moment. Op zoek naar een onderwerp dat ‘echt ergens over ging’, om te ontsnappen aan de wezenloosheid die veel strips kenmerkt, stuitte ik natuurlijk al gauw op wat het ‘moslimdebat’ heet.”

‘Overpeinzingen van een tatta’ gaat over een man met de naam Vraagteken die zijn ervaringen met Marokkanen in Nederland op een rijtje zet. Geluiden als ‘zou je dat wel doen?’ en ‘zelfmoord per beeldverhaal’ hielden Pontiac niet tegen, maar toch strandde het verhaal. „Hoewel ik alleen mijn verwarring, de onzekerheid die ik voelde over welk standpunt in te nemen, wilde weergeven, raakte ik steeds weer verstrikt in een polemische toon die ik helemaal niet wilde. Misschien omdat ik een ouwe hippie ben neig ik naar een humanistische benadering, naar het ouderwetse harmoniemodel in plaats van het nog ouderwetsere conflictmodel. Marokkanen zijn hier nu eenmaal, ze gaan niet meer weg en als echte mensen hebben ze zowel ellende als verrijking gebracht. Meer valt er eigenlijk niet over te zeggen.”

Pontiac woonde 25 jaar in het keurige Bussum. Toen hij klaar was met zijn verhaal voor Eisner, verhuisde hij naar de wat rauwere Amsterdamse wijk de Baarsjes. Daar laat hij het boekje De twijfelende tatta zien, met tekeningen en handgeschreven teksten. „Dit was de tweede poging dit verhaal te vertellen.” Niet goed genoeg, vindt Pontiac. „Dankzij een beurs van het Fonds BKVB kon ik het nog eens proberen, maar weer liep ik vast. Toen belde de redactie van Eisner, die vroeg of ik toch iets met het Tatta-werk wilde doen.”

In Overpeinzingen van een tatta laat hij Vraagteken nagaan wat hij precies weet over Marokkanen. „Iedereen heeft wel eens onaangename ervaringen met Marokkanen van de Oudkerk-variant gehad”, vertelt hij. „Zo krijgt mevrouw Vraagteken een Berberfluim op het raam van de tram waar ze in zit. Maar ook ontmoet Vraagteken fijnzinnige Marokkaanse schrijvers. It takes immers all kinds.”

De beelden moeten het verhaal vertellen, legt Pontiac uit. „De tekst heb ik getikt op een oude typemachine die mijn vrouw voor me op de kop heeft getikt. Voor dat ouderwetse Kuifje-reportergevoel. En met hun oneffenheden geven de letters een zekere afstandelijkheid aan de tekst. Bij de tekeningen heb ik, voor het eerst, gebruik gemaakt van de computer om mijn zwart-witstrip in twee kleuren, blauw en magenta, uit te splitsen. Dat geeft aan het beeldverhaal een beetje het effect van goedkoop drukwerk uit het Midden-Oosten.”

Toen Pontiac een paar maanden geleden Overpeinzingen van een tatta voltooide, leek het moslimdebat plotseling voorbij. „Iedereen ging toen opeens van elkaar na wat ze percies hadden uitgespookt in de jaren tachtig”, zegt hij. „En nu, met de kredietcrisis, hoor je er nog steeds niets over. Maar er hoeft natuurlijk maar ergens een bom af te gaan, en het moslimdebat barst weer in alle hevigheid los.” Pontiacs Tatta-project is met Overpeinzingen niet ten einde. „Ik heb een schets gemaakt van Sayyid Qutb aan boord van het schip naar Amerika”, vertelt hij. „Dat is misschien het begin van een verhaal met de werktitel ‘Takfir Tango’ over het leven van deze ideoloog van de Egyptische Moslimbroederschap. Hij ging eind jaren veertig naar de Verenigde Staten om er onderzoek te doen naar onderwijsmethoden. Zijn kritiek op dat land, op de gladde gazons en het platte materialisme, lijkt op die van Frank Zappa. En Zappa vonden wij hier toch heel goed. Dus ook dat ‘gaat ergens over’.”

Eisner. Tijdschrift voor het literaire beeldverhaal. Uitg. Podium, 72 pag. Prijs €15,-.