Traditie

Wie: Jacco Hooikammer (28)

Functie: Documentalist bij het Nederlands Openluchtmuseum

Gelegenheid: start van het Jaar van de Tradities

‘Mijn beide grootmoeders dragen niets anders dan het Staphorster goed. Mijn moeder is parttime draagster en ik ben gelegenheidsdrager. Zaterdag, als de koningin het Jaar van de Tradities opent, heb ik het zondagse pak aan van een boerenzoon, zoals dit tot het begin van de jaren vijftig algemeen in Staphorst werd gedragen. Nadien waren er steeds minder mannen die het kostuum droegen. Inmiddels ben ik één van de weinige jonge Staphorsters die in vol ornaat weleens de deur uitgaan. Ook daar word ik inmiddels meewarig nagestaard.

Mijn outfit bestaat uit diverse lagen, maar ik draag meestal alleen de zichtbare lagen, anders is het te warm. Het linnen hemd tot op de knie met opstaand boord zit niet zo comfortabel. Daarom heeft mijn grootmoeder de boord eraf gehaald en deze op een T-shirt van de Hema genaaid. Dat zit een stuk prettiger. De boord wordt gesloten met gouden keelknopen. Het overhemd laat ik weg, net als de lange onderbroek, die zie je toch niet. Dan de hemdrok van handgeweven wollen stof met een dubbele rij zilveren knopen. Als kind heb ik hiervoor gespaard door allerlei bijbaantjes te nemen. Eens in de zoveel jaar laat ik de Zeeuwse knopen bij de plaatselijke zilversmid reinigen en dan zien ze er weer spierwit uit. De broeken kan je rechtop zetten, zo stijf. Toch kriebelt het niet. De klep sluit met twee zilveren knopen met daarop een bijbelse voorstelling van Jozef en de vrouw van Potifar. ‘Een passende versiering op de juiste plaats’, zoals een vriend zegt. Tot slot handgebreide sokken, zwarte schoenen, bretels, een dasje, jas en een pet.

De meeste kledingstukken worden niet meer geproduceerd, omdat de stoffen nauwelijks meer te krijgen zijn, dus wat ik heb, komt òf uit de familie òf is afkomstig van overleden Staphorsters. We zijn echt in de laatste fase van de dracht aangekomen. Ik wil die traditie graag overeind houden, maar in het wild word je gezien als wandelend museumstuk.”