Tijdbewaker

Geef een groep brugklassers de opdracht om fluisterend te overleggen en binnen tien minuten zwelt het lawaai aan tot een zenuwtergend gezoem.

Het meisje met de parel, Griet, zit bij mij op school. Ze zit in de brugklas en en profil zou ze zo uit de mal van Vermeer kunnen komen. De hoofddoek wordt op identieke wijze gedragen, al ontwaar je bij deze 21ste-eeuwse versie geen enkel haartje. Haar parel-oorbel hangt delicaat onder haar oor. Maar en face fonkelt een beugel en als ze praat, en dat doet ze veelvuldig, slist ze op lieflijke wijze. En als Vermeer bij deze Griet een oorbel door haar lelletje zou jassen, zou zij hem stante pede trakteren op een koekje van eigen deeg en een penseel door zijn neusvleugels rammen. Als alternatief accessoire.

Griet is de tijdbewaker in het stamgroepje waarvan zij deel uitmaakt. Elk groepje bestaat verder uit een voorzitter, een vragensteller en een volumebewaker. Aan deze brugklassers de taak om hun werk in te delen, plannen van aanpak te schrijven en al samenwerkend kennis te vergaren.

De docent hoort in dit geheel de instructie kort te houden zodat je niet in het vaarwater van het plan van aanpak komt, want dan zou het schip wel eens kunnen stranden. Er zijn groepjes die als een speer gaan. Hun plannen van aanpak liggen in no time op je bureau en als er een presentatie gegeven moet worden, wordt er met verve een referaat gehouden over bijvoorbeeld de Aboriginals. Maar dat samenwerken heeft ook zijn (leerzame) keerzijde. Zo zag ik laatst tijdens het observeren van een les van een stagiair, een voorzitter en een tijdbewaker lijnrecht tegenover elkaar staan. Er moest een strip gemaakt worden waarin de Jagers en Verzamelaars zich ontwikkelden tot landbouwers. Terwijl de tijdbewaker aan het tekenen was, ontstond er een felle discussie. Het feit dat in de strip een van de jagers een roos in zijn handen had, was onverteerbaar voor zijn collega. Hij kon geen verantwoordelijkheid nemen voor deze kunstzinnige interpretatie en wilde niet dat zijn naam op de achterkant van dit papier zou prijken. „Maar wie zegt dat het niet kan, misschien hielden ze wel van bloemen”, zei de tekenaar. Deze jongen heeft een overslaande stem, ik luister graag naar hem. Wat hem betrof bleef de roos bestaan. Er werd aan het papier getrokken, de twee waren niet van plan om de ander verder te laten tekenen of in het andere geval de roos te laten weggummen. De docentstagiair werd erbij geroepen. Hij maande ze om op te schieten, want ze hadden nog maar twee van de zes vakjes af. Hij beende weer weg om anderen in nood verder te helpen. Uiteindelijk deed de pro-roos kunstenaar water bij de wijn. „Goed, ik maak er een blaadje van. Ze verzamelden toch ook blaadjes?” Zwijgend werd er verder gewerkt.

Van alle functies heeft de volumebewaker vooralsnog de grootste taak. Geef een groep brugklassers de opdracht om fluisterend te overleggen en binnen tien minuten zwelt het lawaai aan tot een zenuwtergend gezoem. Dat een paar uur achter elkaar en je bent klaar voor een straight jacket. Met al één arm in voornoemd gewaad hoorde ik mezelf schreeuwen: „VOLUMEBEWAKERS, IK ZEG VOLUMEBEWAKERS, WAAR ZIJN JULLIE?” Dit nadat ik in mijn rol van begeleidend docent conform de instructie van het gemeenschapsleren de volumebewakers verschillende malen apart had aangesproken. Het geluidsniveau daalde aanzienlijk, want ze zagen dat de tweede arm ook al in het straight jacket zat. Er werd nu fluisterend geschreeuwd, wat alweer een belangrijke verbetering was voor het gemoed van de docent. Wat ook goed voor het gemoed is, is af en toe een lekkere klassikale les inlassen. Gewoon een mooi lang verhaal bij geschiedenis . Waarbij de knop van het volume zeer overzichtelijk bij jezelf ligt.

Het voelt als koorddansen, zoeken naar een balans tussen beide leerstijlen. Ondertussen zijn we met z’n allen bezig met onze eigen kleuren een schilderij te maken waar we allemaal wat in zien. Griet werd laatst tijdens een rondleiding in het Amsterdams Historisch Museum gespot door de gids. „Weet jij op wie je lijkt?” Ze knikte en lispelde: „Ja, dat zegt m’n juf ook altijd.” Ze keek vervolgens naar links en het licht viel perfect, Vermeer waardig, op haar gezicht.

Joyce de Grand

De auteur is docent Frans en Mens en Maatschappij op een school in Amsterdam-Oost.