Sven Kramer heeft alles onder controle

Sven Kramer won in Berlijn met overmacht de eerste wereldbeker 5.000 meter. Maar concurrenten Håvard Bøkko (tweede) en Enrico Fabris (vijfde) houden hoop.

Een week nadat hij de nationale concurrentie verpletterde, is Sven Kramer ook het internationale schaatsseizoen begonnen met groot machtsvertoon. In een rechtstreeks duel won hij gisteren in Berlijn de eerste wereldbekerwedstrijd op de vijf kilometer met meer dan vier seconden voorsprong op nummer twee, de Noor Håvard Bøkko. „Alles onder controle”, concludeerde Kramer direct na afloop. „Dit was een goede vijf, maar niet super.”

De 22-jarige TVM-kopman heeft op de vijf kilometer sinds zijn zilveren medaille tijdens de Olympische Winterspelen van Turijn 2006 slechts één keer verloren. Vorig jaar werd hij bij de eerste wereldbekerwedstrijd in Salt Lake City verrast door de Italiaan Enrico Fabris. In het Berliner Sportforum wilde Kramer herhaling per se voorkomen. „Ik was erop gebrand om mezelf internationaal meteen goed neer te zetten ten opzichte van de anderen.”

Waar de meeste schaatsers in de slotronden problemen kregen, bleef de wereldrecordhouder (6.03,32) lang de rondjes van 29 seconden aaneen rijgen, om uit te komen op 6.15,74. Zware omstandigheden? „Vond ik wel meevallen.” Bøkko? „Ik had van tevoren gedacht dat hij beter zou zijn.” De overige concurrentie? „Niet goed, ook Fabris niet.” Hijzelf? „Ik ben beter dan vorig jaar.”

Twee jaar geleden reed Kramer in Berlijn een fabelachtige 6.09,76, nog altijd het baanrecord en een wereldrecord op laaglandbanen. Zijn directe tegenstander, Eskil Ervik, eindigde destijds op meer dan zeven seconden. De Noorse routinier had nog maar eens een zomer lang keihard getraind in de volle overtuiging dat hij de jonge Fries zou kunnen verslaan. Na één race was hij zijn overtuiging definitief kwijt. Ervik vergeleek Kramer toen al met Eric Heiden en Johann Olav Koss, en stopte na dat seizoen met schaatsen.

Gisteren hielden de verslagen hoop. „Kramer was zoals gewoonlijk sterk”, zei een uitgeputte Bøkko (6.20,03). „Maar ik ben niet geschokt. Nu is het gat vier seconden, vorig jaar waren het er bij de eerste wedstrijden nog negen. De eerste zeven rondjes gingen vandaag goed, daarna werd ik moe en raakte mijn techniek kwijt. Ik ben nog niet scherp en hoop in de loop van het seizoen harder te schaatsen. Mijn doel is het WK allround in Hamar.”

Fabris, die zich in de voorbereiding wat verstopte, was niet teleurgesteld met zijn vijfde plaats in 6.24,44. „Het blijft mogelijk om Sven te verslaan, dat heb ik vorig jaar bewezen. Toen was ik tegen mijn gewoonte in goed aan het begin van het seizoen. Nu richt ik mij op januari en februari. Het seizoen is nog lang en de volgende Olympische Spelen zijn nog ver weg. Ik ben nog niet in vorm, maar heb wel goed geschaatst.”

De Italiaanse olympisch kampioen op de 1.500 meter en de ploegachtervolging versloeg met een versnelling op het einde Wouter Olde Heuvel. De 22-jarige TVM-er kwam net als vorige week bij de NK afstanden inhoud tekort en eindigde in 6.26,65 als zevende. Zijn ploeggenoot Carl Verheijen reed een knappe race en werd in 6.20,87 derde, vóór Bob de Jong (vierde in 6.23,66). Met Ted-Jan Bloemen (6.27,13) eindigden vijf Nederlanders bij de eerste acht.

Bij de vrouwen stelden de allroundsters van TVM teleur op de 1.500 meter. Ireen Wüst was in 2.00,05 kansloos tegen de Canadese Kristina Groves, die in 1.57,65 eerste werd. Wereldkampioen allround Paulien van Deutekom, vorige week nog nationaal kampioene, eindigde in 2.01,69 pas als negentiende. „Ik maak me geen zorgen”, zei hun coach Gerard Kemkers. „Vorige week waren we een stapje verder dan gedacht, nu blijken we iets minder ver.”