Siependaal kan zonder separatie

Psychiatrisch patiënten in afzondering opsluiten is volgens veel klinieken onvermijdelijk. Maar niet bij Siependaal. „Zonder separeren herstellen patiënten sneller.”

Een man van midden twintig die niet meer slaapt, zijn gsm in de magnetron stopt en dingen thuis in brand steekt, wordt opgenomen in een psychiatrische kliniek. Hij is niet aanspreekbaar, reageert niet op vragen, kijkt wild om zich heen en lijkt stemmen te horen.

Bij veel psychiatrische instellingen zal deze patiënt in zijn eentje worden opgesloten in een kale kamer, een separeercel. Bij Siependaal in Tiel, onderdeel van ggz-instelling De Gelderse Roos, zoeken verpleegkundigen andere oplossingen. Bijvoorbeeld het betrekken van de familieleden van de jongeman bij diens behandeling.

Siependaal voert sinds enkele jaren een non-separatiebeleid. Met succes. Het eerste kwartaal van dit jaar zijn slechts twee patiënten gesepareerd, van wie één vrijwillig. Waar landelijk per 1.000 opnames 24 tot 43 patiënten worden gesepareerd, zijn dat er bij Siependaal slechts negen.

Het liefst zou verpleegkundig specialist Jurgen Honer, lid van de non-separatieprojectgroep van De Gelderse Roos, helemaal geen separeercel hebben, vertelt hij. Want heb je er een, dan wordt-ie gebruikt. Maar die cel was een vereiste om te voldoen aan de wet die gedwongen opname en behandeling regelt van mensen met een geestesstoornis. Zonder separeercel had Siependaal niet de ‘moeilijkste patiënten’ mogen helpen. Dat was geen optie, zegt Honer.

De separeercel in Siependaal is een kale kamer met hoog plafond. In het midden is een blok verankerd, met daarop een matras. Er zijn poten op geschilderd, alsof het een ‘normaal’ bed is. „Voor sommigen blijft het een doodskist”, aldus Honer. Aan de muur is een roestvrijstalen wc bevestigd. De kartonnen ‘hoedjes’ waarop patiënten in veel andere instellingen hun behoefte moeten doen, noemt Honer „mensonterend”. Door de grote ramen kan een patiënt wat bomen en bosjes zien. Desgewenst kan hij naar muziek luisteren.

In Siependaal heeft iedere patiënt een eenpersoonskamer met eigen badkamer en wc. Voor patiënten die tijdelijk extra zorg of toezicht nodig hebben, maar die de kliniek niet wil separeren, is er een intensivecarekamer. Ook die wordt weinig gebruikt: het eerste kwartaal van dit jaar vijf keer, samen tien dagen. De intensive care is anders ingericht dan de separeercel. Hij is minder leeg, de materialen zijn wat zachter en het bed is groen. Daarmee heeft de kamer een minder kille uitstraling. De deur ervan gaat nooit op slot; een patiënt kan vrij in- en uitlopen.

De separeercel en de intensive care kunnen nooit tegelijkertijd gebruikt worden. De deuren van de twee kamers komen in dezelfde ruimte uit. De ic-patiënt mag daar vrij rondlopen en eventueel familie ontvangen; voor een gesepareerde patiënt zou dat te veel onrust geven.

Waarom lukt het Siependaal zo weinig te separeren en andere instellingen niet? Het is een jonge dependance, die pas sinds 2002 bestaat. Met de bouw van de nieuwe vestiging en een nieuw team medewerkers kon een nieuwe start worden gemaakt.

De doelstelling van Siependaal was niet te separeren, en separatie niet te vervangen door andere dwangmiddelen, zoals dwangmedicatie of fixatie met de omstreden Zweedse band. De enkele keer dat een separeercel toch gebruikt wordt, praten de werknemers achteraf altijd over het waarom. Had het voorkomen kunnen worden? „Wij zien separeren als een probleem, niet als oplossing. Dat is een groot verschil”, zegt Honer.

Niet separeren, zo min mogelijk dwangmedicatie. Wat dan wel? In nijpende situaties maken werknemers van Siependaal gebruik van ‘holding’, ofwel fysieke fixatie: een bepaalde techniek om iemand in bedwang te houden en toch in contact te blijven. „We wachten net zolang tot de patiënt weer rustig is en we weer in gesprek zijn”, zegt Honer. „Ook als dat een uur duurt.”

Na zes jaar non-separatiebeleid durft Honer een „héél voorzichtige” conclusie te trekken: patiënten herstellen sneller als zij niet worden gesepareerd. Gesepareerde patiënten verliezen vaker het vertrouwen in hun behandelaars. Ook vinden zij het moeilijk na de separatie het contact met medepatiënten en verpleegkundigen te herstellen.

Om net als Siependaal minder te separeren, moeten verpleegkundigen zich ervan bewust zijn wat separatie met iemand doet, zegt Honer. Wellicht kan een ex-patiënt ze dat vertellen. Maar het is ook een fundamentele gedachtengang waar ze van af moeten. „Bij veel instellingen is het een gewoonte iemand die agressief is te separeren of een spuit te geven. Wij zeggen: nee, agressie is boosheid. Dat is een gezonde emotie, en daar moet je mee leren omgaan.”

Dit is deel 1 van een tweeluik over dwangmiddelen in de psychiatrie