Pas ontdekt Erasmus-portret Holbein

Tentoonstelling Erasmus in beeld. Museum Boijmans Van Beuningen, Museumpark 18-20, Rotterdam. T/m 8 februari. Di t/m zo 11-17u. Inl: 010-4419543 of www.boijmans.nl ****

Van Desiderius Erasmus (1466-1536) is een flink aantal portretten bekend, gemaakt door de grootste kunstenaars van zijn tijd. Quinten Massys portretteerde de Rotterdamse geleerde in 1517 voor het eerst, na hem volgden Renaissancemeesters als Albrecht Dürer en vooral ook Hans Holbein de jonge. Hem ontmoette Erasmus tijdens zijn verblijven in Holbeins woonplaats Basel.

Aan de serie Erasmusportretten van Holbein kan nu mogelijk nog een schilderij worden toegevoegd. Een paneel dat vanaf vandaag getoond wordt op de tentoonstelling Erasmus in beeld in Museum Boijmans Van Beuningen zou een tot dusverre veronachtzaamd werk kunnen zijn van de zestiende-eeuwse portrettenspecialist.

Het schilderij was onder – nu verwijderde – overschilderingen nooit herkend als een zestiende-eeuws werk. Omdat de veranderingen in het uiterlijk van Erasmus door andere portretten zijn gedocumenteerd, is duidelijk dat dit werk omstreeks 1530 moet zijn gemaakt – precies de periode waarin Erasmus in Basel was. Het werk sluit stilistisch nauw aan bij ander werk van Hans Holbein. Zo is het omgeslagen lichtbruine bont waarmee de mouwen van het gewaad van de geportretteerde is afgezet, minutieus gedetailleerd weergegeven. Conservatoren van het Rotterdamse museum geven het werk voorlopig het voordeel van de twijfel. Al zijn er vooralsnog geen argumenten om het schilderij met zekerheid aan Holbein toe te schrijven, redenen om die toewijzing af te wijzen zijn er nog minder.

De komende maanden zal dit belangwekkende portret te zien zijn naast drie andere Erasmusportretten van de hand van Holbein. Erasmus in beeld belicht de verhouding tussen Erasmus en de beeldende kunst. Zijn portretten, in schilderijen en prenten, nemen daarin een belangrijke plaats in. Afgezien van koningen en keizers, is Erasmus een van de uitvoerigst geportretteerde personen van zijn tijd geweest. Het is bekend dat de humanist soms zelf kunstenaars opdracht gaf zijn beeltenis vast te leggen, waarschijnlijk om te gebruiken als relatiegeschenken voor collega’s en bewonderaars.

De expositie reikt echter veel verder dan geleerdenportretten alleen. Een keur aan zestiende-eeuwse schilderijen, prenten, sculpturen en boeken geeft een prachtig beeld van de kunst en cultuur van de vroege zestiende eeuw op de vele plaatsen in de Nederlanden, Duitsland, Zwitserland, Italië en Engeland waar Erasmus zich heeft opgehouden.

In vijf secties, die elk een aspect weerspiegelen van de veelzijdige wetenschappelijke en publicistische activiteit van de geleerde, wordt getoond hoe Erasmus’ gedachtegoed zich in beeldende vorm heeft vertaald. Zo kunnen parallellen worden getrokken tussen Erasmus’ beroemde traktaat Lof der zotheid (1511) en satirische voorstellingen in de zestiende-eeuwse Vlaamse schilderkunst, waarin de hoofdrol wordt gespeeld door narren, charlatans en, in leeftijd en status, ongelijke vrijers.

Concreter wordt het waar het gaat om veranderingen in weergave van bijvoorbeeld de vierde-eeuwse kerkvader Hiëronymus. Hij had Erasmus’ speciale belangstelling, omdat die net als Hiëronymus een Latijnse bijbelvertaling had gemaakt, en een becommentarieerde uitgave van de werken van de kerkvader had verzorgd.

Typerend voor Erasmus’ kritische houding ten opzichte van tradities en legenden, is dat hij zich niet zonder meer wilde neerleggen bij het standaard beeld van de heilige: Hiëronymus zou een kardinaal – compleet met rode hoed – zijn geweest, en hij zou altijd vergezeld zijn gegaan van een leeuw, die hij ooit had verlost van een doorn in zijn poot. Van dergelijke legendevorming moest Erasmus niets hebben. Die opvatting weerspiegelt zich in een werk van de fameuze schilder Albrecht Dürer.

Fascinerend genoeg waren Erasmus en Dürer juist in die tijd tegelijkertijd in Antwerpen, en hebben ze elkaar zelfs ontmoet. In zijn reisjournaal beschrijft Dürer hoe hij werd ontvangen in het huis van Erasmus’ vriend Pieter Gillis, waar hij samen met de geleerde de maaltijd gebruikte. Het is ondenkbaar dat de Hiëronymus-bewonderaar Erasmus en de kunstenaar die werkte aan een schilderij van diezelfde heilige, niet zouden hebben gesproken over de kwestie van de juiste weergave van de kerkvader.

Dürers voorstelling, waarin Hiëronymus een baret draagt en waarin de trouwe leeuw nergens is te bekennen, is daarmee een gaaf voorbeeld van Erasmiaanse kunst.