'Opwindende tijd voor vrouwen in Saoedi-Arabië'

In Saoedi-Arabië heeft een vrouw geen toestemming nodig om een bedrijf te beginnen. Maar makkelijk gaat het nog niet, zegt Samia al-Edrisi.

Het is nooit eerder zo opwindend geweest om een Saoedische vrouw te zijn, zegt zakenvrouw Samia al-Edrisi. Saoedische vrouwen kunnen bedrijven beginnen, ze kunnen investeren, ze verschijnen op de televisie. Koning Abdullah is de motor van hervormingen, zegt ze. Als hij op reis gaat neemt hij vrouwen mee in zijn delegatie, hij heeft een nationale dialoog georganiseerd over de positie van de vrouw.

Maar, erkent Edrisi, makkelijk gaat het niet. Van conservatieve zijde, én gewoon van mannen in het algemeen, bestaat nog veel verzet tegen een meer publieke rol voor vrouwen in Saoedi-Arabië.

Edrisi, die vorige maand met een delegatie collega-zakenvrouwen in Nederland was op uitnodiging van het ministerie van Buitenlandse Zaken, startte haar loopbaan bij de oliemaatschappij Aramco, nog steeds zo ongeveer het enige bedrijf in Saoedi-Arabië waar mannen en vrouwen ongesegregeerd werken. Na 22 jaar begon ze in 1996 een eigen zaak, aanvankelijk in de detailhandel, tot dan de gebruikelijk niche voor vrouwelijke ondernemers.

Edrisi en gelijkgestemde zakenvrouwen dwongen in 2006 af dat ze kandidaat mochten staan in de verkiezingen voor het bestuur van de Kamer van Koophandel in Dammam. In relatief liberaal Jeddah waren een paar maanden eerder een paar vrouwen inderdaad gekozen, maar in Dammam lukte het niet. „Ja, de mannen. Ze steunden ons niet. En ze worden heel boos als ik dat steeds herhaal.”

Voor Edrisi was deze nederlaag reden de krachten te bundelen: „anders zouden we nooit deel hebben aan besluitvorming”. Met 24 andere vrouwen richtte ze een investeringsmaatschappij op die in vastgoed zit, maar ook andere richtingen uit wil. „Afzonderlijk zijn we als kleine ondernemers niet in staat enige werkelijke economische verandering te bewerkstelligen en met de mannen te concurreren. Op deze manier hebben we een bedrijf met een redelijk kapitaal, met een aanzienlijke groep heel prominente zakenvrouwen.”

Een Saoedische vrouw heeft geen toestemming nodig om een bedrijf te beginnen, om partner te worden. Vroeger eisten de autoriteiten dat onderneemsters een mannelijke manager aanstelden die contacten onderhield met de Kamer van Koophandel en met overheidsinstanties. „Ze wilden niet dat een vrouw daar fysiek heen ging en met mannen omging. We hebben er bij de koning op aangedrongen dat dit voorschrift werd geschrapt omdat vrouwen in staat waren hun eigen zaken te regelen, en dat is uiteindelijk gebeurd. Waarom zou ik mijn geld geven aan een man als ik een betere kandidaat heb die vrouw is?”

Sinds twee jaar is een campagne aan de gang tegen de regel dat vrouwen van hun mannelijke voogd toestemming moeten hebben voor een paspoort. „Stel je voor, een 70 jaar oude vrouw moet toestemming hebben van haar zoon! Maar ik denk dat dat heel snel gaat veranderen.” Datzelfde geldt volgens Edrisi voor de regel dat een vrouw op een reis naar het buitenland door haar man of broer moet worden begeleid. „Inmiddels is een papier voldoende waarop de voogd zegt dat hij geen bezwaar heeft dat een vrouw naar het buitenland reist. Een vrouw van vijftig of ouder heeft al geen toestemming meer nodig.”

Het probleem in Saoedi-Arabië is dat veel door de top gedecreteerde veranderingen maar langzaam doorsijpelen naar de uitvoerende overheden. „Dus de koning heeft het bekendgemaakt en er zijn koninklijke decreten, en dan ga je naar het ministerie van Handel en de ambtenaar daar zegt: ‘Je hebt een man nodig!’ Je moet een doorzetter zijn, maar veel vrouwen geven na een tijdje op.”

Conservatieve en traditionele krachten die zich verzetten tegen uitbreiding van vrouwenrechten verheffen volgens Edrisis hun stem luider dan de liberalen en ze zijn goed georganiseerd. Ze weten ook de top te bereiken, zelfs de koning. „Wat ze bijvoorbeeld doen is regeringsmensen die beleid formuleren bestoken met brieven met bezwaren – zóveel brieven vol bezwaren dat ik me ook zou gaan afvragen of ik het juiste deed.” De koning kan er volgens haar niet tegenin gaan als de leiders van de stammen naar hem toegaan en vragen wat hij probeert te doen. „Dan moet hij rustig aan doen.”

Maar de motoren van verandering zijn uiteindelijk het sterkst, zegt Edrisi. De economische noodzaak is een heel sterke motor. „Veel ouders die vroeger hun dochters verboden het huis te verlaten, worden nu door hun werkende dochters ondersteund. Geen vader wil nog dat zijn dochters thuis ongelukkig zitten te zijn, hoe conservatief hij ook is.”

En de wereld is veel kleiner geworden. „Onze kinderen zitten allemaal aan de computer. Internet, satellietschotels brengen de hele wereld in je zitkamer. Hoe gaan de traditionele elementen daartegen vechten? Ze doen hun best, elke dag, maar je ziet de verandering komen. Vijf jaar geleden waren conservatieven de enigen die je op de Saoedische tv zag. Nu kan je elk station aanzetten en je ziet mij, je ziet andere zakenvrouwen, je ziet professoren, artsen met gezondheidsprogramma’s – Saoedische vrouwen die het woord voeren.”

Van beëindiging van de segregatie tussen man en vrouw is nog geen sprake. De gezondheidssector is om praktische redenen gemengd, maar daar blijft het bij, op een enkel bedrijf als Aramco na. Samia Edrisi heeft genoeg argumenten voor opheffing van de segregatie: de belangrijkste islamitische rituelen zijn gemengd en de kosten van het inrichten van speciale vrouwenafdelingen in bedrijven en ministeries zijn hoog. „Maar als het moet, dan moet het maar. Als vrouwen maar kunnen werken. Overal, ook als beslissers. Dat is belangrijker dan segregatie. Vrouwen mogen nu in winkels werken achter ondoorzichtig glas en als er alleen vrouwen binnen mogen. Prima. Dat doen we.”