Oppositie demonstreert tegen Saakasjvili

In de Georgische hoofdstad Tbilisi hielden de partijen van de oppositie gisteren een betoging tegen de president. Ze eisen verkiezingen.

Een uur voor het begin van de demonstratie van de Verenigde Oppositie weet restauranthouder Roland Kamergajasvili de oplossing voor Georgiës problemen. „Je moet Saakasjvili meenemen naar Nederland”, zegt hij schertsend aan zijn stamtafel. „Dan zijn wij van hem verlost.”

Voor het parlementsgebouw aan de Roestaveliboulevard hebben zich dan al honderden betogers verzameld, merendeels vijftigers en zestigers. Een van hen is de 63-jarige regisseur Tamaz Bibinoeri. Vorig jaar op 7 november stond hij ook voor het parlement en maakte hij foto’s van de oproerpolitie die demonstranten aframmelde. Vandaag stelt hij die foto’s, keurig ingelijst, op het parlementaire bordes tentoon.

„Ik kreeg toen een klap op mijn kop en belandde in het ziekenhuis”, zegt hij, trots op zijn door een andere fotograaf vastgelegde wapenfeit. „Nu voer ik actie voor een hulpfonds voor slachtoffers van vorig jaar die geen uitkering krijgen. Het is alleen jammer dat er vandaag zo weinig mensen zijn komen opdagen.” Ashoti Davitjan, een 51-jarige werkloze bakker, heeft een verklaring voor die lage opkomst. „Veel jongeren in dit land interesseren zich niet echt voor politiek”, zegt hij.

Op het podium zijn de oppositieleiders verschenen. Alleen de Republikeinse Partij en de Christen-Democraten doen niet mee, uit vrees dat een massale opkomst tot nieuw politiegeweld leidt. „En daarmee zouden de Russen in de kaart worden gespeeld”, zegt Zaza Gatsjetsjiladze, hoofdredacteur van de Engelstalige krant The Messenger. „Met dat dreigement kwam Saakasjvili de afgelopen weken voortdurend aanzetten. Tegelijk kan de regering zo’n massale opkomst gebruiken om de oppositie zwart te maken, op een toon van ‘het land zit diep in de problemen en de oppositie creëert alleen maar nog meer chaos!’.

„Saakasjvili is de grote winnaar, dankzij die lage opkomst komt hij opnieuw overal mee weg. Terwijl je zou denken dat een regering die een oorlog verliest en een deel van haar grondgebied kwijtraakt moet aftreden, worden hier alleen de premier, de minister van Cultuur en die van Milieu vervangen.”

Boven het hoofd van de oppositieleiders wappert een spandoek: ‘Stop Rusland. Stop Misja’. Nadat de leider van de coalitie Verenigde Oppositie, Levan Gatsjetsjiladze, iedereen welkom heeft geheten, krijgt Kacha Koekava, de jonge aanvoerder van de Conservatieve Partij het woord. „Het afgelopen jaar was erg zwaar voor Georgië”, zegt hij, waarna hij oproept tot een minuut stilte voor de gesneuvelden. In een golfbeweging gaan de petten af, kruisen worden geslagen. Dan roept Koekava op tot presidentsverkiezingen en het herstel van de onafhankelijkheid van tv-zender Imedi.

De andere oppositieleiders krijgen één voor één het woord. „Wie vindt dat Saakasjvili moet aftreden, steekt zijn hand op”, zegt Sjalva Natelasjvili van de Arbeidspartij. Alle handen gaan omhoog. Daarna noemt Levan Gatsjetsjiladze Saakasjvili een monster. Oppositieleider Goga Gaindrava gaat nog verder en beweert dat de Georgische president in het gekkenhuis thuishoort. Hun gehoor, nu aangezwollen tot een kleine tienduizend man, applaudisseert.

De oproerpolitie is nergens te bekennen. Alleen op het bordes van het parlement bewaakt een handvol ongewapende agenten de toegang tot de volksvertegenwoordiging. De president heeft duidelijk voor de verstandigste weg gekozen. Hij is er zich terdege bewust van dat nieuw politiegeweld tot een opstand kan leiden. Die ochtend heeft hij zelfs een bezoek gebracht aan enkele gewonden van de veldslag van 7 november vorig jaar. „Hij probeert de taal van de democratie te spreken”, zegt hoofdredacteur Gatsjetsjiladze cynisch.

Na anderhalf uur roept Kacha Koekava op om naar de residentie van de president te marcheren. De 68-jarige Jelena Gatsjatoerian heft strijdvaardig haar vuist. „Ik heb een pensioen van 20 euro. Mijn drie zoons hebben geen werk en wonen met hun gezinnen bij mij in huis. Doordat Saakasjvili de oorlog is begonnen zijn we er nog veel slechter aan toe. Hoe haalt die idioot het in zijn hoofd om met zijn naaste buur Rusland op de vuist te gaan. De Russen zijn een prima volk. Hun kun je niets verwijten. En dat er vandaag zo weinig mensen komen opdagen komt alleen maar doordat ze bang zijn voor Saakasjvili en zijn politie.”

De menigte scandeert ‘opstappen!’ en loopt in twintig minuten naar het megalomane presidentiële paleis in aanbouw. Overal in de belendende krottenwijk staan ongewapende agenten.

Voor het dikke stalen hek van het kantoor van Saakasjvili komt de stoet tot stilstand. „Misja, waar ben je? Heb je soms de benen genomen?” roept een vrouw door een megafoon. Opnieuw klinkt het ‘opstappen!’ uit boze kelen. De oppositieleiders herhalen hun eisen. „Wij willen geen opstand”, zegt Koekava door zijn microfoon. „We willen verkiezingen in overeenstemming met de wet.”

De kiezers juichen instemmend. Koekava roept dat deze demonstratie de eerste is van een reeks, die zijn hoogtepunt krijgt op 9 april. Dan wordt herdacht dat twintig jaar geleden de oppositie president Gamsachoerdia verdreef. „En dit is nog maar het begin”, zegt de 30-jarige filologe Nino Bajanidze. „Wij willen democratie, geen pseudodemocratie.”