Obama moet nog wennen aan zijn waardigheid

Obama sprak op zijn eerste persconferentie als aanstaand president over de economie. Weer bewees hij zijn politieke talent.

Aan het eind van zijn eerste persconferentie sinds zijn verkiezing, gisteravond, vergat Barack Obama een ongeschreven regel: in zijn nieuwe rol moet hij waardigheid uitstralen. Maar zoals hij twee jaar lang in de campagne gewend was, nam hij met een armzwaai afscheid van de media – alsof hij opnieuw supporters had toegesproken.

Het was illustratief voor het goede gevoel dat de afgelopen dagen in grote delen van het land heerste. Amerika had een gulzige behoefte tevreden te zijn met zichzelf, na de onfortuinlijke jaren onder George W. Bush. Een Amerikaans cliché als conclusie van een historische week: het land was er, niet voor het eerst, in geslaagd om zichzelf opnieuw uit te vinden.

Dezelfde persconferentie bood ook een vooruitblik op de komende weken – wanneer het goede gevoel makkelijk verloren kan gaan in de economische malaise, die alleen maar erger wordt. Obama somde zelf een reeks gegevens op: de werkloosheid steeg voor de tiende achtereenvolgende maand, de auto-industrie schreeuwt om hulp, de middenklasse heeft urgente financiële problemen.

Toch wachtte hij met de aanwijzing van een nieuwe minister van Financiën, volgens kenners om elke indruk te vermijden dat hij al aan het roer staat. Zijn installatie is pas de derde week van januari, tot die tijd heeft Obama geen greep op de uitvoerende macht.

Wel gaf hij opnieuw blijk van zijn voortreffelijke politieke instinct: hij maande Congres en president Bush al de komende maanden, voor zijn regering van start gaat, maatregelen te nemen ter stimulering van de economie.

In de praktijk is dat een cheque die Amerikaanse huishoudens van de belastingdienst opgestuurd krijgen, een populaire maatregel waarvan de rationaliteit wordt betwist. De politieke kant van de zaak is dat discussie daarover vermoedelijk een nieuwe splijtzwam betekent voor de toch al ontredderde Republikeinen.

De voorzitter van het stelsel van centrale banken, Ben Bernanke, steunt met Bush het principe van verdere stimulering van de economie. Maar conservatieve Republikeinen in het Congres hebben er principiële bezwaren tegen – en dus zal elk besluit hierover de Republikeinse broedertwist, die al sluimert, over de volle breedte naar buiten brengen.

Vervolg Obama: pagina 5

De Republikeinse partij is nu een stuurloos schip

Vervolg Obama van pagina 1

Maar wie de winst- en verliesrekening van Obama’s verkiezing opmaakt, kan voorzien dat Republikeinen in het Congres lang niet de enigen zijn die de komende maanden hardhandig worden geconfronteerd met de realiteit dat de conservatieve revolutie die Ronald Reagan startte, nu toch werkelijk voorbij is.

Om een voorbeeld te noemen: het land heeft bijna dertig jaar gediscussieerd over de installatie van conservatieve leden in het Hooggerechtshof. Het draaide om het conservatieve principe waarin cultuur een groter belang wordt toegekend dan politiek. In de gepopulariseerde versie van die opvatting maakten de Republikeinen daar ‘culturele oorlogen’ van – het idee dat het bestrijden van abortus of het homohuwelijk belangrijker is dan een rol van de overheid in, bij voorbeeld, de economie.

Maar de uitslagen van afgelopen week maken duidelijk dat van die notie niet veel over is. Republikeinse staten als Indiana en Virginia hadden sinds 1964 niet op een Democraat gestemd, North Carolina niet sinds 1976 – ze gingen allemaal naar Obama. En ook bij de Congresverkiezingen in deze staten wonnen Democraten.

Ook de ineenstorting van Sarah Palin sprak boekdelen. Als running mate van John McCain was zij in staat de conservatieve vleugel van de Republikeinen enthousiast te maken. De partijsoldaten waren alsnog bereid de strijd met Obama aan te gaan. Maar door onhandige interviews en een lange lijst ongemakkelijke onthullinkjes verloor het publiek het vertrouwen in Palin, waarmee de laatste representant van de culturele oorlogen een openbare afstraffing beleefde.

Gevolg is dat het verwachte aftreden van drie progressieve leden van het Hooggerechtshof het komende jaar – de opperrechters Stevens, Breyer en Ginsberg – vermoedelijk geen effect zal hebben op de verhoudingen binnen het Hof. Obama heeft de politieke legitimatie om ze door drie gematigd progressieve rechters te vervangen, en bovendien ruim voldoende stemmen om die benoemingen probleemloos door het Congres te krijgen.

Tegelijk laten de verhoudingen in datzelfde Hooggerechtshof zien dat het conservatisme na afgelopen week niet dood is: van de negen leden van het Hof zijn er nog altijd vier principieel overtuigde conservatieven.

Maar (progressieve) hoop maakte een comeback deze week. Sceptische deskundigen op het stroperige terrein van gezondheidszorg mailden na dinsdag opgewonden berichtjes rond over voorbereidingen die Ted Kennedy, de onlangs aan een hersentumor geopereerde Democratische senator, heimelijk treft om werk te maken van een hervorming van het stelsel van ziektekostenverzekeringen.

Een onderwerp dat meestal verzandt in bureaucratische complicaties, maar dat tegelijk hoog op de lijst staat van Amerikaanse ergernissen: een ziektekostenverzekering is voor steeds meer Amerikanen onbetaalbaar. En door de zeldzame constellatie van een Democratische president en een Democratisch Congres met ruime meerderheden, voorzien deskundigen dat er kansen zijn het stelsel substantieel te veranderen.

Voor Republikeins Amerika zal de overgang de komende maanden kortom nogal rigoureus zijn. De afgelopen dagen was de partij een stuurloos schip. McCain toerde volgens vrienden ontspannen in zijn SUV door Phoenix – een happy warrior (72) die geen behoefte voelt zich nog om de toekomst van de partij te bekommeren. Palin was al haar tijd kwijt aan verweer tegen een eindeloze reeks kleine onthullingen over de gang van zaken in de binnenkamers van de campagne. Het wachten was op nieuwe leiding, en nieuwe richting. Tot die tijd zal de wond nog wel even zeuren.