'Noord-Korea is een levend fossiel'

De Chinese schrijver Ye Yonglie reisde als toerist naar Noord-Korea. Het verslag dat hij van zijn reis maakte is door Peking vlak voor de Spelen verboden.

„Noord-Korea is een levend communistisch fossiel. Iedereen draagt een speldje met het hoofd van de ‘Grote Leider’. Overal hangen banieren met teksten als: ‘Kim Jong-il is onsterfelijk’. Alleen modelburgers mogen in de hoofdstad Pyongyang wonen. Gehandicapten en mensen met familie in Zuid-Korea worden verbannen. Vrouwen mogen niet fietsen of alleen op straat lopen. ’s Avonds is het overal aardedonker en minstens tweehonderd maal per dag valt de stroom uit.”

Dit is een passage uit het boek Het echte Noord-Korea van de Chinese schrijver Ye Yonglie dat afgelopen zomer op aandringen van de Noord-Koreaanse ambassade in Peking uit de schappen werd gehaald. Noord-Korea een vriend van China? „De praktijk wijst anders uit”, zegt Ye in zijn eenvoudige flat op de derde verdieping van een woontoren in het centrum van Shanghai.

De zachtmoedige intellectueel Ye gaat gekleed in een zwart overhemd en blauwe broek boven witte vliegtuigslippers. Aan zijn eenvoudige levensstijl is niet af te zien dat Ye een gevierd schrijver is.

Honderden miljoenen kinderen lazen zijn boek Tienduizend vragen en in de jaren tachtig verwierf Ye bekendheid met zijn biografie over Jiang Qing, de echtgenote van Mao Zedong. Van zijn hand verscheen ook De Rode Serie over de geschiedenis van de Chinese communistische partij. Internationale bekendheid verwierf hij met zijn laatste boek over Noord-Korea.

In 2006 wilde Ye een maand naar Noord-Korea. Maar omdat hij als schrijver geen visum kon krijgen sloot hij zich aan bij een Chinees toeristengezelschap. Vanaf het moment dat hij per trein Noord-Korea binnenkwam, werd hij geschaduwd door veiligheidsagenten. En zijn digitale foto’s werden bij de grens van zijn camera gehaald. Maar de de douanebeambte wist volgens Ye niet wat een geheugenstick is en dus kon hij prachtig beeldmateriaal het land uit smokkelen. Ye kon daardoor zijn teksten met foto’s illustreren en laten zien hoe het met het land is gesteld.

Volgens Ye is Noord-Korea te vergelijken met China in Mao’s tijd, toen tijdens de Culturele Revolutie (1966-1969) mensen doodgingen van de honger. Het land, dat dit jaar zijn zestigste verjaardag vierde, is volledig bankroet, de bevolking lijdt honger en wordt gegijzeld en gehersenspoeld.

Ye schreef op basis van zijn aantekeningen en foto’s een lang essay dat zowel in boekvorm als op het internet verscheen en dat als feuilleton werd uitgezonden op Radio Peking. Omdat veel Chinezen geen idee hebben wat er in Noord-Korea gebeurt, was de radioserie razend populair. Maar de Noord-Koreaanse ambassade diende bij de Chinese regering een klacht in over de manier waarop Ye het land had geportretteerd, waarop het boek uit de schappen werd gehaald. Vlak voor de Olympische Spelen wilde China de ‘One world One Dream’-gedachte niet laten verstoren. Zelfs niet door het kleine buurland Noord-Korea.

Maar het verbod werkte contraproductief. Het boek werd nog populairder dan het al was. „Boeken verbieden gaat niet zo makkelijk meer in China als vroeger. Mijn boek is nog steeds te downloaden van kleine sites en op de zwarte markt kun je het nog altijd kopen.

„Ik ging naar Noord-Korea om rond te kijken met de ogen van een doorsnee Chinees. Ik wilde de werkelijkheid beschrijven. En die werkelijkheid bestaat eruit dat een megalomane dictator een volk van 24 miljoen mensen gegijzeld houdt. Nooit heb ik zoveel honger gezien. Toen we bij de grens de trein verlieten, stortte het treinpersoneel zich als hongerige wolven op de prullenmand en griste etensresten uit onze lunchboxen.

„Overal hangen banieren waarop staat dat Kim Jong-il onsterfelijk is. Onderwijs is gratis, er zijn geen drugs, er is geen prostitutie en geen corruptie. De communistische heilstaat wordt opgehemeld, maar in werkelijkheid leven de mensen met de dood in hun ogen. De hotels zijn leeg, er is geen handel en de mensen gaan gekleed in grijsgrauwe pakken. Ze zijn volstrek monddood gemaakt.”

Ye vergelijkt zijn boek met de Duivelsverzen van de Britse schrijver Salman Rushdie. „Toen Rushdie’s boek tot een fatwa van Iran leidde, beschermde koningin Elizabeth Rushdie en het boek kon gewoon worden verspreid. Maar wat gebeurt er hier? China heeft geen koningin en gaat door de knieën voor zijn kleine broertje. Ik had een wat fermere opstelling verwacht van Peking.”

Ye begrijpt de onderdanige opstelling van de Chinese autoriteiten niet. Hij brengt in herinnering dat Noord-Korea op zijn beurt zich op cruciale momenten juist geen vriend toonde van China. „Toen Peking zich in 1993 kandidaat stelde voor de Olympische Spelen van 2004, stemde Noord-Korea tegen. Alle Chinezen waren geschokt. Waar was Noord-Korea’s solidariteit?”

Ye hoopt nog te beleven dat Noord-Korea net als China de deuren voor de wereld opent. „De dood van Kim is misschien wel de laatste kans het Noord-Koreaanse volk van de hongerdood te redden.”