'Mishandeld kind is grenzeloos loyaal'

Dinsdag bespreekt de Kamer de begroting van Rouvoet, minister voor Jeugd en Gezin. Als iemand weet hoe gezinnen kunnen ontsporen en jeugdzorg kan falen, is het oud-kinderrechter Anita Leeser.

Duizenden kinderen, ouders, gezinsvoogden en deskundigen trokken in twintig jaar voorbij aan het bureau van kinderrechter Anita Leeser. Na haar pensioen, eind 2005, ging ze op zoek naar hen – de kinderen die ze indertijd uit huis had laten halen. Tien kinderen, inmiddels jonge volwassenen, vertelden Leeser (73) wat er is geworden van hen en hun broertjes en zusjes – 27 kinderen in totaal. Het pas verschenen boek Een moeilijke jeugd is het verslag van die gesprekken en de dossiers, geschreven door redacteur Loes de Fauwe van Het Parool.

Zeven van de 27 kinderen lijken baat te hebben gehad bij de ingrepen in hun opvoeding. Zij kwamen in goede pleeggezinnen terecht. De rest niet. Zoals het zwaar mishandelde meisje Almas dat jarenlang van tehuis naar tehuis werd gesleept. Ze werd telkens afgewezen door instellingen, omdat de deskundigen verschilden van mening over de behandeling die zij nodig had. Of de kinderen uit één Marokkaans gezin die nu alle zes drugsverslaafde ‘veelplegers’ zijn. Of de kinderen die zelf alleenstaande tienermoeder werden en op hun beurt ook hun kinderen kwijtraakten.

U zegt dat u deze gesprekken had moeten voeren voordat u kinderrechter werd. Waarom?

„Ik heb van de kinderen nu veel meer gehoord dan ik toen wist op grond van de dossiers. Bijvoorbeeld over vier kinderen van wie de moeder was overleden en de vader, een kunstenaar, altijd in het café zat. Ik wist niet dat ze zo’n honger leden. Dat ze door het huis schuifelden om in alle hoeken het laatste kruimeltje te vinden. Ik wist wel dat hij niet voor ze zorgde – ze wasten, voedden en kleedden zichzelf. Ik heb die vader een paar keer een kans gegeven, maar als ik dat van die honger had geweten...”

Dat wist de gezinsvoogd die er thuis kwam dus ook niet.

„Blijkbaar niet. Later heb ik ze uit huis geplaatst en zijn ze door omstandigheden uit elkaar gehaald. Als ik had geweten hoe erg ze het vonden dan had ik erop toegezien dat ze beter contact hielden. Ook de vier kinderen uit het gezin van de mishandelde Almas waren boos dat ze uit elkaar zijn gehaald. Ik heb me laten leiden door deskundigen. Die concludeerden in dikke boeken dat het beter was dat mishandelde broertjes en zusjes uit elkaar werden gehaald zodat ze meer ruimte hadden om zichzelf te ontplooien. Nu denkt men er anders over.”

In het tijdperk voor 1995 had de kinderrechter meer te zeggen dan nu.

„Ik sprak recht maar deed tevens wat de gezinsvoogd nu doet: de zorg regelen. Ik ontving die gezinnen gewoon op mijn kamer, om de zoveel maanden. Ik koos de voogd uit. Maar de wetgever heeft toen het recht en de hulpverlening uit elkaar gehaald. Als de ouders het niet met je eens waren, dan had je namelijk een erg dominante rol in hun leven. Gevolg is dat gezinsvoogden nu in dat lastige pakket zitten: ze moeten ouders helpen en hun vertrouwen winnen maar tegelijk de rechter adviseren.”

Uit uw boek blijkt dat mishandelde kinderen een boei nodig hebben, al is het maar één hulpverlener of voogd.

„Dat is essentieel. Iemand op wie je altijd een beroep kunt doen, zoals je dat normaliter op je ouders kunt doen. Veel van deze kinderen blijken geen boei te hebben gehad. En het zijn geen extreme gevallen die ik heb opgezocht, het is een representatieve selectie. In de goede gevallen bleek er een gezinsvoogd te zijn die jarenlang met het gezin meeliep. Ouderwetse vakmensen die desnoods midden in de nacht opdraafden.”

Het personeelsverloop onder gezinsvoogden is tegenwoordig heel hoog. Geen boei dus.

„In Amsterdam zelfs 20 procent per jaar. Op die manier heeft het kind geen vaste contactpersoon en komt hulp traag op gang. De ervaren voogden zijn overbelast omdat ze voortdurend zaken van vertrokken collega’s waarnemen en beginners opleiden. Ervaren voogden hebben een geschoolde intuïtie die ze gebruiken náást de feiten die ze verzamelen voor dossiers. Maar de vele onervaren voogden kunnen zonder begeleiding louter afgaan op dossiers. En dat is zwakker: in die dossiers – stapels papieren – worden suggesties en verdenkingen soms zo vaak herhaald dat ze op feiten lijken. Dat komt door die verdraaide control-x op het toetsenbord. Knip en plak. Ik herinner me bijvoorbeeld een dossier: ‘Vader is het eens met de uit huis plaatsing. Vijf pagina’s verder: ‘vader is het eens met de uit huis plaatsing’. En dan vijf pagina’s verder: ‘wie de vader is, is onbekend’. Men moet goed kíjken naar een gezin, dat is het allerbelangrijkste.”

„Voogd zijn ís ook een hondenbaan, hoewel de goeden er voldoening uithalen. Sinds de voogd van Savanna werd vervolgd omdat ze het meisje weer naar huis had laten gaan [waar ze overleed, red.] is het voor voogden nóg zwaarder. Ze nemen nu het zekere voor het onzekere: bij twijfel uit huis halen. Terwijl een kind ten onrechte uit huis halen net zo schadelijk is als het te lang bij zijn ouders laten zitten.”

Sinds Savanna gaat de jeugdbescherming uit van ‘het belang van het kind’ in plaats van dat van de ouders.

„Dat is natuurlijk kul. Die belangen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Mishandelde kinderen zijn grenzeloos loyaal aan hun ouders. Daar hebben ze recht op. Niemand wil eraan dat zijn ouders gewoon niet van hem hielden. Dus zoeken ze verklaringen. Het jongetje Rachid dat zo vreselijk door zijn vader is geslagen, zei nu nog tegen me: ‘Mijn vader wíst ook niet beter. In onze cultuur was het normaal dat vaders sloegen.’”

Telt de mening van het kind?

„Het kind zelf is de grootste deskundige en toch is zijn mening voor de rechtbank maar één factor. Een kind kan hunkeren naar een ouder die het totaal verwaarloost. Dus naar huis gaan is niet altijd in zijn belang. Een kind wil ook snoep.”

U beschrijft families waar ze, ondanks hulp, generatie op generatie de kinderen verwaarloosden. Daar is toch niets tegen te beginnen?

„Nee. Maar je moet, als overheid en maatschappij, wel alles geprobeerd hebben.”