Koran en verdoemenis

In Zaterdag &cetera van 1 november plaatst de redactie een brief waarin `Autullatif` Verhagen zich keert tegen een eerder artikel van Zwagerman die zich kritisch uitgelaten had over de islam. Verhagen verwijst naar een aantal koranpassages waaruit het mensvriendelijke karakter van de islam zou blijken. Ik heb de moeite genomen deze passages terug te zoeken in de koranvertaling in mijn bezit (Hans Zirker, Wissenschaftliche Buchgesellschaft, 2003). De vriendelijke behandeling van de vrouwen (4:19/20) beperkt zich tot het afwijzen van enige barbaarsheden die zelfs de auteur(s) van deze koranpassage te ver gingen. Beter iets dan niets, zullen we maar zeggen.

De verschillende passages die Verhagen aangeeft om het grote respect van de islam voor `alle gevestigde religies` aan te tonen, vond ik teleurstellend. De (te) vaak geciteerde passage ”er is geen dwang in de godsdienst” valt in zijn context helemaal wat tegen: ”Es gibt keinen Zwang in der Religion. Die rechte Lebensart ist klar geworden gegenüber der Verirrung: Wer die Götzen ablehnt und an Gott glaubt, der hat den festesten Halt ergriffen, der nicht zerreißt. Gott hört und weiß. Gott ist der Freund und Beistand derer, die Glauben. Er bringt sie aus dem Finsternissen heraus ins Licht. Die aber ungläubig sind, deren Freund und und Beistand sind die Götzen. Die bringen sie aus dem Licht in die Finsternisse. Das sind die Gefährten des Feuers. Ewig sind sie darin.” (cursivering van mij).

Ik ben trouwens ook benieuwd hoe Verhagen de lange diatribe tegen de christenen (5: 72 - 86) die ook weer eindigt met de `Höllenbrand` wil wegredeneren.

Kortom, voorlopig vind ik de islam geen grote verrijking van het geestelijk landschap in de Lage Landen.