Kopersmarkt

Sinterklaas hoor je niet klagen over de kredietcrisis, een recessie en stijgende prijzen. „Ik kom hier al zeven eeuwen, in goede en slechte tijden, en elk jaar wordt er meer uitgegeven om mijn verjaardag te vieren. En zo hoort het ook, vinden de winkeliers die teren op mijn goedheid. Maar een huldeblijk van de middenstand, een medaille of een beker, heb ik nooit mogen ontvangen.”

Ook dit jaar zit zo’n prijs en er weer niet in. We bibberen en klagen. Gistermiddag wachtte mijn kapster me op in een lege salon, terwijl het, naar haar zeggen, normaal al vanaf acht uur ’s morgens vol zit. „Ik begin de kredietcrisis al te merken”, somberde ze. „Je bent mijn eerste klant.”

Mijn schoenmaker probeert zich moedig uit de verwachte malaise te redden. „Maandag koop ik op rekening van de zaak voor 1.000 euro aandelen Fortis”, pocht hij. „Je krijgt ze bijna gratis.” Toen ik hem erop wees dat de eventuele koerswinst op zo’n zakelijke aankoop belastbaar is, zweeg hij even. „Dan koop ik ze privé.” Maar wist hij wel dat het Fortis met beursnotering een uitgekleed bedrijf is? Nou neen. Hij krabbelde onmiddellijk terug: „Deze schoenmaker blijft bij zijn leest.”

Iedereen ervaart de (mogelijke) crisis anders, probeert naderend nadeel te beperken of een slaatje uit de narigheid te slaan. Grote bedrijven zijn daar meesters in. Met de kredietcrisis en de verwachte recessie als dekmantel maken ze schoon schip. Oude saneringsplannen zijn uit bureaula’s opgediept, verliezen worden versneld genomen en personeel eruit gegooid. Ondertussen klopt het management bij de overheden in meerdere landen zorgelijk aan om steun, ook als men prima zonder kan. Je kán niet achterblijven bij de concurrent, nietwaar?

De soms tegenstrijdige berichten en dreigende saneringen maken burgers bang. Een kennis wil een huis van 350.000 euro kopen, maar voelt ineens de moed in de schoenen zakken. „Gaan die huizenprijzen nu wel of niet dalen? En hoe zit het met die hollende inflatie die eraan zou komen, met sterk stijgende prijzen? Bijvoorbeeld doordat de centrale banken de rente verlagen en zo meer geld in de economie pompen? Meer geld betekent toch juist hogere prijzen? Kan ik dat huis dan straks nog blijven betalen?”

Waar economen dubben, kan een eenvoudig boerenverstand helderheid scheppen. Waarom zullen de prijzen stijgen als bedrijven en burgers hun adem inhouden en minder besteden? Hoe kan een kapper zijn prijzen verhogen wanneer de klanten wegblijven? Hoe kunnen de verkopers van een huis een (te) hoge prijs vragen wanneer de kopers aarzelen? Wie zegt trouwens dat de bank je drieënhalve ton zou willen lenen?

Het ligt meer voor de hand dat de prijzen tijdelijk of voor langere tijd zullen dalen. Dat heet deflatie. Dan zijn de kopers de baas, want wie zijn aanschaf een tijdje uitstelt is later wellicht goedkoper uit dan nu. Dat heet een kopersmarkt.

Een kopersmarkt kent winnaars en verliezers. Winkeliers verdienen minder. Beleggers gaan sparen. Woningprijzen kunnen dalen, terwijl de koopkracht van (hypotheek)schulden juist stijgt. De economie raakt op die manier weer verder in het slop, meer werknemers worden ontslagen, enzovoorts.

Premier Balkenende heeft daarom onwennig geroepen dat „geld moet rollen”. Moet je gehoor geven aan zo’n wanhoopskreet van de hoogste baas van het land, en vervolgens je laatste (geleende) euro’s uitgeven ter wille van de economie?

Vergeet niet dat de kopers het heft in handen hebben. Als die kopers rustig afwachten, zullen huizenverkopers, winkeliers en dienstverleners hun prijzen zenuwachtig gaan verlagen. Met een beetje geluk kun je dan weer tegen ouderwets lage prijzen je slag slaan.

Lees meer van Erica Verdegaal op haar weblog nrc.nl/erica