'Ik glunder en gloei'

Henk Oosterling (1952) kreeg afgelopen dinsdag de Laurenspenning voor zijn verdiensten voor de stad Rotterdam. Hij leeft samen met Cokky Kraaij en heeft één dochter, Yukio (16).

Vrijdag 31 oktober

Eindelijk de laatste lezing van de week. De Nederlandse Film en Televisie Academie bestaat vijftig jaar. Of ik in Felix Meritis iets zinnig wil zeggen over de toekomst van de film. Ik besluit me over de vraag te buigen of en zo ja, hoe de filmtechniek ons dagelijks bewustzijn bepaalt. In onze angstcultuur wordt face to face contact steeds vaker interfaciaal. Scenariodenken is big business en baby’s krijgen bij hun geboorte al een blog. Jongeren verkennen hun wereld met webcam, handycam en mobieltje. Interfaces, frames en formats zijn overal. En daarom zien we ze niet meer. We leven een technisch radicaal middelmatig bestaan. Cinema is voor mij het subtiele spel met deze ambiguïteit.

De lezing valt goed, het erop volgende debat is even kort als geanimeerd. Ik suggereer de filmische exclusiviteit van de opleiding te doorbreken. Meer ruimte voor nieuw mediabesef en voor culturele verbeeldingen van jongeren met een niet-westerse achtergrond. Ik hoor wat geknor, maar zie ook welwillend geknik. Dan de praktijk in. Cokky en ik haasten ons naar Rob Schröder. Rob heeft het materiaal dat ik voor het consortium Kijk op Zuid met jongeren in Rotterdam Zuid heb gemaakt voor VPRO Tegenlicht op 10 november omgewerkt. Om het desastreuze Prem-effect enigszins te neutraliseren, heb ik tien groepen gevraagd met bijgeleverde camera zelf hun ‘ding’ te filmen. Inzet: wat kun je, wat wil je? En wat blijkt: zelf een camera hanteren produceert reflectiviteit: geïnteresseerd worden door gedistantieerd te kijken.

Zaterdag

Vandaag De Majesteit. Haar wordt in de Cruise Terminal op de Wilhelminapier het fotoboek Rotterdam. De Zuiderlingen aangeboden. Linda Malherbe en fotograaf Joop Reijngoud hebben in een jaar meer dan 155 groepen op Zuid gefotografeerd. Hoe bedoel je ‘geen sociale cohesie’? Ik heb de begeleidende tekst geschreven. Of ik ook ‘alle groepen even kon noemen’. Dat was twee maanden puzzelen. Het resultaat is waar beleidsmakers van dromen: groepen mensen die interesses en passies delen, dus deelnemen en mededelen. Het ‘sociale kapitaal’ licht in de foto’s op. Wethouder Dominic Schrijer kan tevreden zijn. Wanneer Joop tot slot de meer dan duizend aanwezigen fotografeert, belandt De Majesteit midden tussen de Zuiderlingen. Ze is letterlijk inter (tussen) esse (zijn). Pact op Zuid heeft met dit fascinerend boek haar visitekaartje afgegeven.

’s Avonds gesprekken met vrienden. Eerst in café Westerpaviljoen met Ralph en Ari, de twee koks van mijn project Vakmanstad/Fysieke Integriteit op Zuid. Naast judo, ecotuinieren en filosofie versterken we de smaaksensibiliteit van leerlingen. Obesitas is een probleem als Kapsalon [een gerecht met o.a. shoarmavlees, patat en kaas, red] een lekkernij is. Wooncorporatie Vestia bouwt de keuken. Fantastisch gebaar. Na de door ons verzorgde iftarmaaltijd hebben zich al tien moeders gemeld om koks en vmbo-stagiaires te helpen. Dagelijks 200 kinderen (op)voeden als sociaal-cultureel experiment. Als afzakkertje nog enkele uren begeesterde filosofische gesprekken met vrienden over de slagkracht van interculturele filosofie.

Zondag

Ook al loopt de biologische wekker om 6 uur af, voor het eerst sinds maanden een ‘vrije’ zondag. Iets meer tijd dus om iets minder gejaagd de dankrede te schrijven voor de Laurenspenning die ik voor 33 jaar cultuurpolitiek vrijwilligerswerk in Rotterdam krijg. Maar wat doet een filosoof in de straten van Rotterdam? Voor filosofen die zich te intensief met de jeugd bemoeiden stond ooit de gifbeker klaar. De afbeelding op de penning die ik krijg, voorspelt niet veel goeds: de heilige Laurentius, patroonheilige van Rotterdam, ligt op een barbecue en wordt op een laag vuurtje geroosterd: ‘ardens ipsa fides alios incendit in ignem’: vurig geloof doet ook anderen ontvlammen. Verlichting anno 258 AD. Sokrates, Laurentius, Bonifatius, vergiftigd, geroosterd of doodgeknuppeld. Maar de tijden zijn veranderd. Tegenwoordig worden begeesterde filosofen doodgeknuffeld. Geen bezwaar.

Ik blijf thuis, denk, schrijf, en betreur dat Charles Groenhuijsens commentaar bij Verleden van Nederland steeds minder ironisch wordt. Onze Batavierenafstamming werd nog vriendelijk geridiculiseerd, bij de gebroeders De Witt en de VOC wordt de toon toch weer chauvinistischer. Welkom Ahmed Aboutaleb.

Maandag

Een lange dag met veel gefiets door Rotterdam. ’s Ochtend naar basisschool De Toermalijn in Zuid waar stagiaires van Vakmanstad/Fysieke Integriteit leerlingen op hun fitheid testen. Zo werken we vier basisscholen af. Op Bloemhof, de Toermalijn, de Catamaran en de Mare testen we circa achthonderd leerlingen. Om ze beter in hun vel te laten zitten, volgen ze op de kernschool Bloemhof in de extra zes uur per week een integraal programma: judo, koken, ecotuinieren en filosofie. De drie andere (controle)scholen bieden ieder één onderdeel. De verwachting is dat leerlingen zich meer leren concentreren en socialer opstellen. Daartoe worden ze drie jaar lang op hun fysieke, sociaal-emotionele en cognitieve ontwikkeling getest.

Ik scheur daarna naar de Erasmus Universiteit. Samen met mijn promovenda Tina Rahimy geef ik het mastercollege Urbane Interesse. De combinatie van hardcore filosofie – Arendt, Foucault, Deleuze, Agamben en Virilio – met het werk op de basisschool is inspirerend. Het gaat er niet om theorie in praktijk te brengen. Filosofische concepten zijn vooral inspiraties voor de doorwerking van wetenschappelijke inzichten in experimentele praktijken.

Na overleg voor een Foucault-symposium in 2009 en een korte fotosessie met het AD spoed ik me weer Zuidwaarts om docenten van De Mare inzicht te geven in het project. Dan boodschappen op de Beijerlandselaan, band plakken voor mijn dochter Yukio en eten koken. Mijn angst wordt bewaarheid: mijn verkoudheid zet door en de koortsrillingen lopen over mijn lijf. Het wordt een drijfnatte nacht.

Dinsdag

De twee paracetamol hebben hun werk gedaan. Voordeel van een medicijnvrij leven. Mijn hoofd is wel wat wollig, mijn keel rauw, de koorts is echter weg. Toch maar afspraken over mijn bijdrage aan de sportvisie Rotterdam Sportstad doorgeschoven. De ochtend is voor dagboek en dankwoord. Vanaf 14.00 uur begint alles. Het programma dat het comité Laurenspenning mij liet samenstellen vereist wat technische voorbereiding. Door ervaring wijs geworden, weet ik dat ik alles vooraf moet checken. Zijn beamer en scherm goed afgesteld voor de projectfilmpjes, is geluid geregeld voor de Red Band van Yukio en haar Erasmiaanse vrienden, is er genoeg ruimte voor de Japanse iaidodemonstratie van Joris van Nispen? Zijn de vitrines er? Ik fiets met drie tassen vol publicaties naar de kerk. Als tegen zessen de eerste mensen binnenstruinen, is alles klaar. De kerk stroomt vol. Familie, vrienden, studenten, collega’s, cultuurdragers, gezagsdragers, politici, notabelen, allemaal mensen met wie ik de afgelopen 33 jaar heb samengewerkt. Alles door elkaar en toch gefocust. Feest! Taco Noorman opent namens het comité. Wim, Wiep en Siebe, vrienden, speechen nu als collega’s vanuit hun professionele betrokkenheid. Kort, krachtig, kernachtig. Over de weerbarstige mêlee van theoretisch terrorisme en pragmatische politiek, van professionele distantie en menselijke interesse. Aspiratie als conspiratie, inspiratie als transpiratie.

Het theaterstuk waarin ik een rol speel wordt langzaamaan een evenement waarin ik me gedragen voel door het aan mij geschonken vertrouwen, door erkenning en eer die mij oprecht zijn gegund. Ivo Opstelten sluit op de voor hem zo kenmerkende wijze af en nodigt mij op het podium om de penning in ontvangst te nemen. Voor het eerst kijk ik de Saenredamse ruimte van de Laurenskerk in en zie alle gezichten. Ik glunder en gloei: ‘ardens ipsa fides alios incendit in ignem’. Iedere krijger is ook een gever, zelfs een schenker. Tijd voor een glas, veel warme handen en wangen. Vier uur later val ik afgepeigerd in slaap om rond 3 uur weer klaarwakker de TV aan te knippen, benieuwd naar Obama’s feestje.

Woensdag

Terug op aarde. Net niet op tijd voor de NRC fotograaf met wie ik ’s ochtends een afspraak bleek te hebben. Eén ochtend niet in je agenda kijken en het gaat mis. Na de fotosessie, het afregelen met Taco en een oriënterend gesprek met een van de programmaleiders van Your World – de megamanifestatie Rotterdam Jongerenhoofdstad 2009 – over hoe Rotterdamse jongeren serieus bij programmering, besluitvorming en uitvoering in hun stad kunnen worden betrokken, fiets ik naar het Feyenoordstadion. Daar is de eindpresentatie van het rapport over een nieuwe sportcultuur op Zuid als spin-off van het nieuw te bouwen Stadionpark. Het afgelopen jaar schreef ik samen met Ans Stolk de inhoudelijke visie. Nu is de beurt aan kapitaalkrachtige stakeholders om er in te investeren. Ik hoef gelukkig niets te presenteren en mijmer over de hamvraag voor het huidige multikapitalisme: wat zijn de rendementscoëfficiënten van sociaal en cultureel kapitaal in economisch kapitaal? Wat levert een actieve leefstijl en een sportieve schoolcarrière op voor het rendement van vastgoed in de wijken? Voor mij is de Brede school, met de schoolsportvereniging als speerpunt, het nieuwe maatschappelijk middenveld waar dit spel gespeeld wordt.

Donderdag 6 november

Het is notadag. Sinds ik naast de universiteit twee dagen ben gaan freelancen is het leven een stuk ingewikkelder geworden. Betaling van rekeningen gaat traag. Als mijn havenarbeidende vader in de jaren vijftig zijn geld bij een koppelbaas ging halen, ging zijn vriend Joop altijd mee. Twee vechten beter dan een. In de maelstroom van virtuele geldstromen is veel gedrag aanvechtbaar maar niemand verantwoordelijk. We zitten allemaal in hetzelfde schuitje, zoals Sloterdijk het ooit verwoorde. Het is een dagtaak. Nu is tijd om door te zakken.