'Ik beheers het spel'

Hij wilde missionaris worden, maar werkte een half leven bij het openbaar ministerie. Leo de Wit over ‘gedoseerd niets zeggen’, advocaten en liquidaties. „De klassieke Amsterdamse onderwereld is aangepakt.”

Zo’n 7,5 jaar heeft Leo de Wit achter de rug als hoofdofficier van justitie in Amsterdam. Aan het eind van die klus oogt hij een stuk slanker dan toen hij werd aangesteld in februari 2001. Elke dag een uurtje rennen.

„Het leven kan zo voorbij zijn. Laatst nog, een collega van 48 jaar hier op het parket. Hij was wezen spinnen. Komt thuis. Dood. Treurig.” Pijp roken doet De Wit ook niet meer.

De laatste zeven maanden van zijn loopbaan, tot zijn 65ste, zal hij op de Antillen adviseren over een nieuwe organisatie voor justitie en politie. Het Caraïbische deel van het koninkrijk moet bestuurlijk worden gereorganiseerd. Later deze maand verhuist De Wit naar Curaçao. „Een tropische verrassing aan het eind van mijn carrière”, noemt hij het.

Het vraaggesprek met de magistraat vindt plaats aan het einde van een doordeweekse, mistkoude herfstdag. De 450 medewerkers van het Amsterdamse parket zijn vrijwel allemaal vertrokken. Op de vijfde etage van het gerechtsgebouw is, behalve De Wit, alleen zijn plaatsvervanger Frits van Straelen nog aanwezig. Hij komt tijdens het interview de kamer van zijn baas binnenwandelen. Uit zijn broekzak klinkt een ringtone van de Rolling Stones (‘You can’t always get what you want’). Een stapel dampende kartonnen dozen in zijn handen verhindert dat hij zijn mobieltje opneemt. Het Openbaar Ministerie trakteert op pizza.

Dertig jaar geleden begon De Wit zijn loopbaan bij het OM. Hij werkte op de parketten van Rotterdam, Amsterdam, Haarlem en later als hoofdofficier van justitie in Breda, Rotterdam en ten slotte Amsterdam. Er is niemand die zo langdurig en op zoveel voorname posities bij justitie werkte.

U moet een behoorlijk masochistische aanleg hebben om zo lang te werken bij het OM, dat niet bepaald een flitsende reputatie heeft.

„Er bestaat een haat-liefdeverhouding tussen openbaar ministerie en de samenleving. Ik zou het nu niemand aanraden een loopbaan lang bij het OM te blijven. Bij mij was het zo dat elke keer als het ging prikkelen er een andere functie op een ander parket vrij kwam. Tegen jongere collega’s zeg ik dat ze ook eens moeten gaan kijken bij de toezichthouders. Voor alles is tegenwoordig een autoriteit: op financieel gebied, mededinging of consumentenzaken.”

Doen al die toezichthouders wat het OM moet doen, maar niet kan?

„Niet alles hoeft altijd langs de lat van het strafrecht. Toezichthouders doen de voorwas. Ze zijn het filter. Ze doen onderzoek en hebben wat sancties tot hun beschikking om op te treden. Geven een tikje links, tikje rechts. Als ze zeggen: we rooien het niet, dan komen wij. Met de grovere instrumenten van het strafrecht. Als wij alles zouden moeten doen, werden we een grote onbestuurbare moloch.”

Durfde u op feestjes tegen onbekenden altijd gewoon te zeggen dat u de kost verdiende als officier van justitie?

„Het beeld van de blunders bij justitie ontstaat steeds aan de hand van incidenten. Maar het is waar, je doet het nooit goed. Een officier van justitie moet regelmatig beslissingen nemen op grond van voorlopige informatie en dat zijn vaak riskante besluiten. Het zijn beslissingen die in het openbaar plaatsvinden of waarover je in de openbaarheid verantwoording moet afleggen. Neem je geen beslissing dan krijg je veel kritiek. En sommige beslissingen pakken weer anders uit dan je aanvankelijk dacht Toch is het dedain er niet meer. In het algemeen bestaat er wel degelijk vertrouwen in de rechtspleging en de kwaliteit van het OM. Dat blijkt uit onafhankelijke onderzoeken.”

Totdat er weer wordt geblunderd, zoals toen onlangs op het resortsparket in Amsterdam een heel strafdossier zoek raakte?

„Dat was inderdaad een onprettige vaststelling. In ons ingewikkelde logistieke proces gebeuren dat soort dingen. Het zou niet moeten mogen.

Wat me opvalt, is dat je steeds moet uitleggen, wat je als hoofdofficier zelf doet. Mensen weten vaak niet wat de functie inhoudt. Zeg je: ik ben directeur van een advocatenmaatschap, dan snapt iedereen wat je doet. Een hoofdofficier doet in wezen hetzelfde. Het grote publiek denkt dat je op een zitting staat en alleen maar met boeven bezig bent. Zoals het in films gaat. Maar op een parket geef je al gauw leiding aan een paar honderd man en alle zaken die daarbij horen.’’

Eigenlijk had Leonardus Adrianus Joseph Maria de Wit (1944) priester moeten worden, vonden zijn ouders. Hij was de tweede van zes kinderen in een katholiek gezin uit de Amsterdamse wijk Watergraafsmeer. Op zijn kinderkamer – hij was een jaar of zes – hing een poster van een grote witte pater op een paard die door de Afrikaanse wildernis trok. Gekregen van een oom. Op zijn hoofd droeg de pater een tropenhelm en in zijn handen een kruis als symbool voor de christelijke boodschap die hij verkondigde. „Om de poten van het paard heen stonden de zwarte mensen die bewonderend naar hem opkeken”, herinnert De Wit zich. „Het heeft enig appel gehad: de stoerheid, het he-man gevoel.”

Op zijn twaalfde verhuisde Leo naar Groesbeek waar hij vier jaar lang de kostschool bezocht van de paters redemptoristen. Zijn ouders hoopten dat hij zou toetreden tot de patersorde. Het was een gedegen katholieke opleiding. Maar de school was zo streng, dat de liefde voor het zendingswerk bekoelde en De Wit koos voor een rechtenstudie in Amsterdam.

De Wit valt voor romantiek. Missionaris of officier van justitie, het zijn allebei prekers. Mannen met een missie. Hij herinnert zich de kennismaking met de wereld van justitie toen hij als rechtenstudent voor het eerst een zittingszaal binnenkwam. „De officier van justitie trad op voor een volle zaal. Hij sprak over bewijzen, de strafmaat, de geschokte rechtsorde. Het leek net of het ineens bij me naar binnen sloeg.”

Via een omweg – zeven jaar ambtenaar op het ministerie van Justitie – kwam hij bij de club die hij niet meer zou verlaten.

Dat De Wit zo lang zo’n vooraanstaande positie binnen het openbaar ministerie heeft kunnen behouden, is opmerkelijk. Halverwege de jaren negentig kwam hij in opspraak in de zogeheten IRT-affaire: een grote crisis in de opsporing die ontstond door het gebruik van onrechtmatige opsporingsmethoden.

De Wit was in die tijd hoofdofficier van justitie in Rotterdam en zijn parket was verantwoordelijk voor een drugsonderzoek waarbij de politie tijdens een infiltratieactie een container met een partij softdrugs kwijtraakte. En hij was ook nog voorzitter geweest van werkgroepen die het gebruik van buitengewone opsporingsmiddelen regelden, zoals infiltratie. Om die reden werd De Wit, met name door zijn collega’s uit Amsterdam, afgeschilderd als een rekkelijke Rotterdammer. Een wildebras.

Totaal onzinnige verwijten, vond De Wit toen al. Maar bij zijn verhoor door de parlementaire enquête opsporingsmethoden in 1995 kwam het tot herhaalde aanvaringen met voorzitter Maarten van Traa (PvdA). De antwoorden van De Wit waren „één grote bak met vaagheid”, vond Van Traa. De politicus suggereerde zelfs dat De Wit meineed pleegde. „Mijnheer De Wit. U staat hier onder ede.” Omdat de hoofdofficier te vaak zei dat zijn „herinneringsvermogen” hem in de steek liet, moest hij voor straf een tweede keer terugkomen bij de enquêtecommissie. Het was voor De Wit – die binnen de VVD adviseert over justitiële vraagstukken – een grote vernedering.

Die verhoren door Van Traa kan De Wit zich wel nog heel goed herinneren, zegt hij. „Van Traa pakte het nogal hard op. Er was een gebrek aan overtuiging van mijn kant en gebrek aan geloof van zijn kant. De zaken waar het over ging, waren alweer een paar jaar oud. Ik ben naar die verhoren gegaan met de gedachte: ‘Ik weet het nog wel zo’n beetje, die stukken hoef ik niet meer te lezen’. Ik dacht: nou ja, ik heb ze zelf geschreven. Het komt wel goed. Dit spel beheers ik wel.”

Doorgaans is dat ook zo. Leo de Wit heeft een reputatie opgebouwd als iemand die langdurig kan praten maar vaak zo wollig formuleert dat uiteindelijk niet altijd duidelijk is wat hij nu precies heeft gezegd. Later vat hij die tactiek in één tegeltjeswijsheid samen. „Je moet alles weten om gedoseerd en uit volle overtuiging niets te kunnen zeggen.”

Bij Van Traa viel u door de mand met niets zeggen en toch werd u zes jaar later benoemd tot de belangrijkste hoofdofficier van justitie.

„Ja zo kan het dus lopen in het leven. Iedereen die me kende, wist dat ik in alle openheid en eerlijkheid had getuigd. Blijkbaar dachten er nu meer mensen: die vent zal wel gelijk hebben gehad.’’

Hoe komt het dat het de laatste jaren veel rustiger is binnen het opsporingsapparaat? Ruzie maken in het openbaar gebeurt niet meer zo veel.

„Er bestaat veel meer consensus over de beslissingen. Er zijn heldere afspraken over het sturen van opsporingsonderzoeken en de samenwerking tussen politie en OM is beter geregeld. Er is duidelijke wetgeving.”

De opsporing is nu goed geregeld, maar worden er nog boeven gevangen?

„Je kunt nog ontzettend veel dingen doen. Als je het maar goed vastlegt. De methodes van de jaren negentig kunnen nog steeds. Alleen de normen zijn anders.”

En dan begint de hoofdofficier over de onderzoeken naar de reeks van liquidaties die zich de afgelopen jaren voordeden in de hoofdstad. De misdrijven konden pas echt worden aangepakt toen justitie twee jaar geleden een deal sloot met Peter La S. „Plots kwam er een getuige op het toneel.” De kroongetuige is een 43-jarige man die ervan wordt verdacht bij sommige liquidaties zelf een rol te spelen. In ruil voor deze informatie zal de officier van justitie de helft van de straf eisen en krijgt La S. een nieuwe identiteit. Na zijn verklaringen werd een vijftiental verdachten van huurmoorden opgepakt.

Begin januari komen acht verdachten voor de rechter die ervan worden verdacht betrokken te zijn bij tenminste drie liquidaties of pogingen daartoe. Eén zaak, de moord op Thomas van der Bijl, is al afgerond.

De Wit is trots en verbergt dat niet. „Er is een indrukwekkende deal gesloten.” En het is ook nog netjes gegaan. „De aanzet tot de overeenkomst werd hier aan tafel gegeven. Is het verantwoord? Deugt die getuige? Waarvoor hangt ie, waarvoor niet? En dan gaat het de lijn in: de centrale toetsingscommissie van het OM buigt zich erover, de procureurs-generaal, de landsadvocaat en de minister. Natuurlijk wordt er verschillend over gedacht over zo’n deal. Onze dekking is de rechter. Hij bepaalt of het wordt toegelaten of niet. Wij eisen de helft van de straf voor die getuige.”

Zonder deal waren die liquidaties niet opgelost?

„Dan had het nog wel even kunnen duren. En dan was er nog geruime tijd beslag gelegd op een groot deel van de capaciteit van het apparaat. Andere zaken konden we niet meer oppakken. Het grootste deel van de regionale recherchecapaciteit gaat op aan de liquidatieonderzoeken. Zo’n zes officieren van justitie, de leiding en nog een groepje parketmedewerkers en tientallen rechercheurs zijn er permanent mee bezig.”

Is de liquidatiegolf nu over?

„Ik vind het een beetje Baantjer-achtige term, maar de klassieke Amsterdamse onderwereld is aangepakt. Laten we zeggen: de jongens met dezelfde achtergrond en historie die, in beperkte kring hun vetes uitvochten, die gaan we nu voor de rechter brengen. Dat is heel belangrijk voor ons: dat de samenleving ziet: godverdorie, ze laten ze niet lopen.’’

Het was wachten op een doorbraak in het onderzoek. „En we zijn van strategie gewisseld. We dachten aanvankelijk dat we aan de onderkant stenen weg moesten halen en dat dan de hoogste criminele bazen onder het puin zouden verstikken. Dat werkt niet zo. Er is altijd wel een metselaar die weer een steentje onderin legt. Het is de top die een positie in de samenleving heeft. Dat werkt corrumperend. Voor die lui moet alles op slot.”

Toen u hier in 2001 net was, deed u een grote inval bij de Hells Angels. Pers erbij, camera’s. Was het een teleurstelling dat er maar vier wapens in beslag werden genomen?

„De actie in 2001 had zo niet gemoeten. Zo’n grootschalige inval in een dergelijke omgeving heeft beperkte mogelijkheden. Voordat alle voertuigen en mensen er zijn, is iedereen op de hoogte. Het is een illusie te denken dat iedereen op één oor blijft liggen, dat je het kamp binnenkomt en de wapens op de toonbank aantreft. Nu pak je ze ook bestuurlijk aan door de vergunning in te trekken voor het terrein dat ze in de loop der jaren hebben ingepikt van de gemeente.”

Is Amsterdam veiliger geworden onder De Wit?

„Dat kun je niet aan mij persoonlijk koppelen. Maar de objectieve veiligheidsgegevens in de stad zijn gunstig. Het aantal aangiftes is de laatste jaren substantieel gedaald. Van 160.000 per jaar naar onder de 100.000. Maar deze cijfers hoeven nog geen antwoord te geven op het algehele veiligheidsgevoel. Als iemand straks thuis komt en er ligt een stoffelijk overschot op de mat dat er niet thuishoort, dan is dat niet fijn. Het gevoel van veiligheid is ongrijpbaar.

„Het succes is deels te danken aan de maatregel dat veelplegers twee jaar in de cel zitten en een gedragsbeïnvloedend programma moeten volgen. Binnenkort komt de eerste generatie van deze aangepakte veelplegers weer vrij. Dan kunnen we echt zien of het gewerkt heeft. De eerste tekenen zijn gunstig. Maar het succes staat of valt ermee of de gemeentes kunnen voorzien in aanvullende nazorg. Dat vraagt veel van gemeentes.”

Of hij ten slotte nog iets kwijt wil? En dan begint De Wit op suggestie van zijn persofficier van justitie als uitsmijter te mopperen op publicaties en opvattingen van sommige advocaten. Hij ergert zich aan strafpleiters die in de media zo vaak hun best doen om het openbaar ministerie inktzwart af te schilderen. Alsof de echte gangsters bij het openbaar ministerie werken.

„Dat vind ik pijnlijk. Die kritiek baart me zorgen. Deze advocaten uiten een fundamenteel wantrouwen in de integriteit van het OM. Er is een verwijdering tussen dit deel van de advocatuur en justitie ontstaan omdat dingen niet worden uitgesproken. Maar als je vindt dat het OM niet goed heeft gehandeld, ga dan niet in je hok zitten mokken. Kom dan langs, dan bespreken we het. Laat duidelijk zijn dat het openbaar ministerie een volstrekt, tot op het bot integere club is.”