Iedereen belt ons

Een duo geeft nu leiding aan de VPRO. Weg met het gemopper en de grote bek. Er moeten weer programma’s worden gemaakt voor de ‘creatieve klasse’. „We zijn onderdeel van een smaakgemeenschap.”

Frank Wiering (61) is sinds twee jaar hoofdredacteur VPRO-televisie. Onlangs trad Karen de Bok (47) in diezelfde functie aan. De twee geven onder de leuze ‘Feest voor de geest’ gestalte aan een nieuwe lente bij de omroep.

Wiering: „De tijd was rijp. Ie-der-een was toe aan die verandering.”

De Bok: „Je merkt het ook aan de sfeer. Niet meer dat klagerige. Het is zó veel prettiger. We hebben de ramen opengegooid.”

Wiering: „Het swingt echt.”

De Bok: „Zes jaar geleden dacht ik: Ik ga iets anders doen. Een bloemenzaak openen.”

Wiering: „Alles dat afweek werd verworpen met: ‘Ik geloof niet dat ik dat helemaal VPRO vind.’ We waren heel goed in het maken van prachtige vierkanten gelakte doosjes. Maar de rechthoekige, de ronde en de driehoekige doosjes waren we helemaal vergeten. We wilden een einde aan de naar binnen gerichte vrijblijvendheid. We weten uit onderzoek dat ons publiek bestaat uit 2,7 miljoen mensen in de ‘creatieve klasse’. Daar maken we programma’s voor.”

Die groep werd niet meer bediend?

Wiering: „Nee. Dat publiek voelde zich buitengesloten. Die vrijblijvendheid is eruit gegaan. In Europa zou tien jaar geleden heel essayistisch zijn geweest. Nu is het heel strak. Een meneer op een station die bekend is van z’n boek, zegt: Waar waren we gebleven.”

De Bok: „Tien jaar geleden waren voice-overs not done. Het verhaal moest zichzelf vertellen, maar bij Geert Mak in In Europa werkt het. Of je verhaal aan een persoon ophangen, zoals Van Dis in Afrika, dat haalde je niet in je hoofd. Vroeger zag je bij een VPRO-documentaire de eerste tien minuten alleen maar mooie beelden. Maar waar het heen ging: geen idee.”

Wiering: „Het is strenger geworden. Er is hardop gezegd: iedereen die niet één keer per maand een goed idee heeft, moet een andere baan zoeken. Je kon bij de VPRO een half jaar denken. Dat is niet meer van deze tijd.”

De Bok: „Wij zijn een makersomroep. De makers moeten er nu kracht achter zetten. En dat lukt. Er wordt veel meer gebrainstormd. En nagedacht over de lange termijn. Iedereen was heel erg voor zichzelf bezig.”

Maar nu is er een netcoördinator, die beoordeelt of het in zijn format past.

Wiering: „De VPRO had een slechte naam bij het netmanagement. Ze wilden pitches bij productiemaatschappijen voor ons organiseren. Toen hebben wij gezegd: ‘Laat ons zelf even nadenken.’ Daar zijn heel veel slapeloze nachten overheen gegaan. En veel verwoede pogingen. Tot het moment dat In Europa werd uitgezonden, tegenover Boer zoekt vrouw. Boer zoekt vrouw ging van 1,2 miljoen naar 4,2 miljoen kijkers. En In Europa van 600 duizend naar 1,2 miljoen. De stijging van Boer zoekt vrouw haalde niet één kijker weg bij In Europa. Toen kreeg men in de gaten dat ze een segment hadden laten liggen, dat alleen wij bedienden. Daardoor hebben wij tegenwoordig een wit voetje bij de zendercoördinatoren.”

De Bok: „Van Dis in Afrika was ook een keerpunt. Ik dacht van tevoren: aids, armoede, oorlog, we weten het wel. Maar dan blijken er zó veel mensen naar te kijken. Die ontroerd raken door de persoonlijke betrokkenheid van de presentator. Daardoor kreeg ik weer vertrouwen in tv. Dat je toch die inhoud kan brengen. Het is een crisis geweest, bij de VPRO. Een inzinking. Niemand wilde de amuserende kant opgaan. Maar die andere kant lukte ons ook nog niet.”

Wiering: „Bij de eerste uitzending van Over vaders en zonen van Hugo Borst was de reactie: ‘Wat krijgen we nou.’ Ondertussen is het een diepgravend VPRO-programma. Heel ontroerend. Het publiek groeit een bepaalde kant op, maar wij óók. Wij hadden dat vier jaar geleden nooit gedurfd.”

De Bok: „Dat geldt ook voor Georgina Verbaan in een wetenschapsprogramma. De VPRO is niet de omroep die mensen in hokjes stopt. Het is spannend om met mensen die bepaalde kwaliteiten voor tv hebben, andere dingen te proberen. Zoals we straks de droom van Midas Dekkers realiseren om opnieuw de reis van Darwin met de Beagle te maken. In 36 uitzendingen. De VPRO is veel meer gaan durven.”

De zendercoördinator kan iets afwijzen dat jullie met veel zorg hebben opgezet. Wat doe je dan?

Wiering: „Heel erg boos zijn. En dan met de makers praten. Of je misschien toch een nieuwe ingang of argumentatie kunt vinden.”

De Bok: „Als hij het echt niet ziet zitten, gaat het niet door. Het rare is: een zendercoördinator mag geen smaak hebben. Hoe kan je dat nou van een mens eisen? In feite heeft hij een hondenbaan. Je moet met Nederland 2 wél een bepaald marktaandeel halen. Je moet alle omroepen tevreden stellen. En je moet alle doelgroepen bedienen. Lukt dat niet, dan heeft hij een probleem.”

Wiering: „Kijk, een zendercoördinator gaat af op zijn gevoel: gaat zo’n programma wat doen? Maar dat mag hij niet zeggen! Dus zegt ‘ie, op basis van vermoed onderzoek: ‘De doelgroep is te klein.’ In plaats van: ‘Lijkt me geen leuk programma.’ In die Kafkaiaanse patstelling proberen wij elkaar te helpen.”

De Bok: „Jammer is dat dit systeem de concurrentie tussen de omroepen vergroot. Op Nederland 2, onze thuiszender, zit het enorm vol. Je hebt daar twee actualiteitenrubrieken: Netwerk en Nova. Dan heb je de tijd daar tussenin, daarna en daarvoor. Dat is heel erg weinig. Al die omroepen willen hun inhoudelijke programma’s op 2.”

Wiering: „Onder leiding van de netmanager en een kijkcijferonderzoeker wordt in ‘kernteams’ gediscussieerd over hoe we Nederland 2 zo leuk mogelijk kunnen maken. Ondertussen heeft iedereen met de netmanager besproken welke programma’s ze willen hebben. De werkelijkheid is: als ik een programma krijg, sneuvelt er een van een ander.”

De Bok: „Er tenslotte maar één tijdsslot. Je blijft er wel creatief van. En scherp. Maar pfff… het zijn wel veel omroepen, die allemaal in dezelfde vijver zitten te vissen.”

Wat kenmerkt nog meer de verandering bij de VPRO?

De Bok: „Vroeger waren we brutaal en eigenwijs. We hadden een grote bek. Overal een mening over hebben en iedereen voor gek zetten. Nu doet iedereen dat. Op de radio mag niemand meer gewoon iets zeggen. Het moet leuk en spitsvondig. Iedereen voelt zich nu de individualist die overal tegenaan schopt. Dat wil ik bij de VPRO niet meer.”

Tegenwoordig flirten Bekende Nederlanders met de VPRO.

De Bok: „Daar zijn wij zelf ook heel verbaasd over. Ongelofelijk. Wij krijgen zo veel aanzoeken.”

Wiering: „Iedereen belt ons. Je kan ze niet bedenken.”

De VPRO gaat zelfs een programma maken met Endemol.

De Bok: „Ja, op basis van een mooi plan van de BBC. Je geeft 150 kinderen over heel Nederland een eigen cameraatje. Die filmen hun eigen leven. Daarmee breng je in beeld hoe jonge kinderen – van negen en tien – denken over het leven, hun toekomst.”

Het is geen taboe meer te streven naar een groter publiek?

Wiering: „Niet om dat publiek te verleiden tv te kijken. Wel om dingen te maken waar veel mensen naar kijken. Dat is toch iets anders.”

De Bok: „We hebben een aflevering van Tegenlicht over energie gemaakt omdat wij dat belangrijk vonden. Er is niet tevoren bedacht: waarmee kunnen we het publiek pleasen? Maar je maakt het wel op een aansprekende manier. We presenteren ons beter dan een aantal jaren geleden.”

Wiering: „Rob van Hattum heeft een Tegenlicht gemaakt over afval als voedsel. Daarmee zijn wij het middelpunt geworden van cradle to cradle, een internationale organisatie waar bedrijven en steden in zitten. Daar willen we naartoe: het participeren in allerlei industriële, gemeentelijke en rijksinitiatieven.”

De Bok: „Communities die je aan je bindt.”

Wiering: „Deelgenoot worden van wereldwijde, grote organisaties, die iets willen met de wereld. Meer doen dan alleen maar communiceren via radio, televisie en internet. Misschien worden we nog wel eens een politieke partij.”

De Bok: „We laten zien wat er allemaal mogelijk is. Dus niet het geheven vingertje: iedereen aan de spaarlamp, het gaat mis met de grondstoffen.”

Wiering: „Wij zijn onderdeel van een smaakgemeenschap. Die schuwt niet de diepte, maar is ook niet verschrikkelijk zwaar. Smaak gaat ook over het erkennen van ethische en esthetische waarden. Over het zorgvuldig met de wereld omgaan. Maar het blijft een minderheidssmaak.”