Gardiner drenkt debuut bij RPhO in diepe melancholie

Klassiek Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. John Eliot Gardiner. Gehoord: 7/11 De Doelen Rotterdam. Herh.: 8/11 20u15; 9/11 14u15. Res.: 010 2171717 ****

Zo omvangrijk en langdurig als de Nederlandse carrière van de met talloze Edisons bekroonde John Eliot Gardiner ook is, gastdirigentschappen bij Nederlandse orkesten behoren tot de grote uitzonderingen. Gardiner kwam hier decennia lang vrijwel uitsluitend met zijn eigen formaties: The English Baroque Soloists, het Monteverdi Choir en het Orchestre Révolutionnaire et Romantique of met het London Symphony Orchestra.

Bij het Koninklijk Concertgebouworkest dirigeerde Gardiner tussen 1994 en 1998 drie keer een concertprogramma. En dit weekeinde maakt hij bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest met drie concerten zijn debuut als gastdirigent. Gardiner is onder de topdirigenten een van de veeleisendste, dus kan zijn verschijning voor het Rotterdamse orkest worden gezien als bewijs voor het toegenomen prestige in de Gergjev-jaren.

Het programma is met typische Gardiner-zorgvuldigheid samengesteld: de Barsjai-versie voor strijkorkest van het Achtste strijkkwartet van Sjostakovitsj, het Pianoconcert nr 3 van Bartók en de Zevende symfonie van Dvorák.

Het verbindende tussen die stukken is de melancholie. Het vijfdelige Achtste strijkkwartet van Sjostakovitsj heeft zelfs drie langzame delen, drie Largo’s, somber, aangrijpend en beklemmend gespeeld: een blik op het verwoeste Dresden.

Gardiner bouwt het concert op vanuit de diepten opwaarts werkend naar wat ontspannen verlichting. Het centrum van het geheel ligt dan in het middendeel van het Derde pianoconcert van Bartók: een Adagio religiosa met geserreerde en verheven, maar toch ook wringende weemoed.

De Poolse pianist Pjotr Anderszewski , die al eerder in Rotterdam met Gardiner optrad, legt er niet al te veel nadruk op en concentreert zich met bravoure op de toverachtige speelsheid en virtuositeit.

De Zevende symfonie van Dvorák is vrijwel geheel van zwarigheid ontdaan: impulsief, uitbundig, heftig en dramatisch en bijna zorgeloos maar toch met veel donkere ondertonen.