EINSTEINS GESTUNTEL

Hans C. Ohanian Einstein’s Mistakes. The Human Failings of Genius W.W. Norton & Co., New York 394 pagina’s, ISBN 978-0-393-06293-9, prijs $24,95

Het lijkt aanmatigend om op zoek te gaan naar fouten in het werk van Albert Einstein, zonder twijfel de grootste wetenschapper van de twintigste eeuw. Maar de fouten die iemand maakt en het gestuntel op weg naar een briljante theorie geven vaak een beter inzicht in de manier waarop iemand denkt dan de uiteindelijke resultaten. Daarbij is het prettig te weten dat zelfs iemand als Einstein wel eens de fout in ging. Zelf beschouwde hij de aanpassing van één van de centrale vergelijkingen van zijn algemene relativiteitstheorie als zijn grootste blunder, maar tegenwoordig is de door hem ingevoerde kosmologische constante via de achterdeur de theorie weer binnengeslopen.

Hans Ohanian, voormalig redacteur van het American Journal of Physics, speurde het volledig werk van Einstein af op vergissingen, fouten en blunders. Die komen nog altijd aan het licht: nog maar drie jaar geleden in Einsteins artikel over het foto-elektrisch effect, waarvoor hij de Nobelprijs zou krijgen. Vreemd is dat natuurlijk niet omdat het werk van Einstein uitgebreider dan dat van wie ook tegen het licht wordt gehouden en geanalyseerd.

Dat hij geen groot wiskundige was, en voor de afleidingen van formules vaak een beroep deed op de hulp van vrienden, is bekend. Zelf zei hij ooit dat hij ‘…sinds wiskundigen zich meester hadden gemaakt van de relativiteitstheorie, er weinig meer van snapte’. Maar ook een twaalf pagina’s lange berekening in zijn proefschrift is volgens Ohanian een comedy of errors, gebaseerd op absurde aannames: het proefschrift had afgewezen moeten worden. Zelfs de weg naar misschien wel zijn grootste ontdekking, de Algemene Relativiteitstheorie, ging met veel vallen en opstaan gepaard. Eind 1915 deelde hij zijn bevindingen wekelijks met de leden van de Pruisische Academie in Berlijn, waarbij hij in elk opvolgende artikel zijn eerdere beweringen gedeeltelijk moest intrekken en corrigeren, om uiteindelijk met zijn briljante oplossing te komen.

Ohanian wijdt uit over dingen die niets met het werk te maken hebben – Einsteins ‘andere’ zwakheden, hoe hij achter vrouwen aanzat, belasting ontdook en enorm belust was op geld – en daarmee is zijn boek een wat halfbakken biografie. Maar dan wel eentje waaraan je na lezing een prettig gevoel overhoudt. Om met de meester zelf te spreken: ‘We brengen allemaal wel eens een offer op het altaar van de domheid.’