Een te ruime jas, maar Rotterdam had grote haast

Rotterdam heeft gekozen voor een urban podium. De gemeente had haast met het oog op het ‘Jongerenjaar’. „Het stadsbestuur heeft zojuist de bestaande pop- en dancepodia vermoord.”

Amper twee maanden in functie of zijn eerste motie van wantrouwen is een feit. Toch rondde wethouder Rik Grashoff (cultuur, GroenLinks) zijn Rotterdamse ontgroening donderdagavond succesvol af: Grashoff loodste zijn plan voor een centrum voor de grootstedelijke jongerencultuur door de gemeenteraad. Al was dat met het kleinst mogelijke verschil: 22 stemmen vóór, 21 tegen. En in de wetenschap dat hij drie coalitieleden, één PvdA’er en twee VVD’ers, niet had weten te overtuigen van het nut om 11 miljoen euro te steken in het Urban Culture Podium ‘op’ Zuid.

Een sms’je uit de Rotterdamse popsector vatte de grimmige stemming later op de avond treffend samen: ik hoorde net dat de gemeente Rotterdam de pop- en dancepodia heeft vermoord. Grashoffs eerste politieke wapenfeit heeft de toch al kwetsbare popsector in de tweede stad van Nederland dieper in de zorgen gedrukt.

Zo hoog is de nood inmiddels dat twee ‘slachtoffers’, WaterFront en Watt, bereid zijn te fuseren. De culturele kaalslag van het centrum gaat onverminderd voort, menen critici. Ten faveure van het heilig verklaarde Rotterdam-Zuid. Daarentegen mogen de bestaande podia zichzelf aanrekenen dat ze urban de afgelopen jaren onvoldoende tegemoet zijn gekomen. Bij gebrek aan een ‘eigen’ podium en geluid zochten jonge hiphopartiesten en r&b-fans steeds vaker hun heil buiten Rotterdam.

Aan die uittocht hoopt Grashoff nu een einde te maken. Hij had daarbij haast. Rotterdam heeft zichzelf in 2009 uitgeroepen tot Europese Jongerenhoofdstad. Het themajaar heeft niet alleen een thuisbasis nodig, het themajaar wil vooral bewijzen de eigen, merendeels allochtone jeugd serieus te nemen.

Maar een onderkomen met maar liefst drie zalen? Zelfs Grashoff erkende dat hij „een te ruime jas” had aangeschaft. Maar wel een die snel voorhanden was, en een waar „deze zeer diverse culturele stroming” in paste. Om de andere podia tegemoet te komen, verbood hij de nog op te richten urbanstichting om muziekconcerten te programmeren in de grootste (capaciteit 2.000) van de drie ruimtes. Die zaal zal nu gebruikt worden voor onder meer modeshows, exposities en andere manifestaties.

Het poppodium Watt, pas twee maanden geleden geopend, lijkt het voornaamste slachtoffer van de dadendrang van het stadsbestuur. Eigenaars Aryan en Willem Tieleman beweren dat hun financiers zijn afgehaakt op het moment dat Grashoff zijn urbanplan vorige maand lanceerde. Namen van hun „twee à drie financiers” noemen zij niet. Komende week hopen zij alsnog tot een vergelijk te komen met Grashoff.

Grijpen de horecabroers de discussie over het urban podium aan om een uitvlucht te forceren? Hebben zij zich verkeken op een sector, waar vrijwel iedereen over hun schouders meekijkt? Of zijn zij naïef geweest? De broers beweren van de gemeente de toezegging te hebben gekregen dat de komende vijf jaar geen concurrerend podium zou verrijzen. Maar deze ‘afspraak’ staat niet op papier.

Wat hen verder pijn doet, is de uitkoopsom die ondernemer Koos Hanenberg ontvangt voor zijn voortijdige vertrek uit de Maassilo: 2,9 miljoen euro. Daarnaast mag hij ook nog eens „op kosten van de belastingbetaler geld verdienen”, aldus critici, door twaalf keer per jaar een feest te geven in de voormalige graansilo. Diezelfde Hanenberg verklaarde woensdag in het AD/RD dat Watt „het best failliet kan gaan”.

Uit vertrouwelijke stukken, in het bezit van deze krant, doemt inderdaad het beeld op van een coulante houding van de gemeente tegenover Hanenberg. Het was voor Rotterdams grootste oppositiepartij Leefbaar reden een motie van wantrouwen tegen Grashoff in te dienen. Tevergeefs, zo bleek.