Eén klap en ze is paars

Pieter is getrouwd en dat zal nog wel een tijdje zo blijven. Maar door het drinken van zijn vrouw valt er soms een klap. Therapie helpt gelukkig.

Een rechter kan soms niet meer doen dan de scherven van een huwelijk een beetje bij mekaar vegen. Pieter (52), kort grijs haar en brede schouders in een zwart suède jack, oogt onverzettelijk. Dat blijkt nogal mee te vallen als hij het woord krijgt. Of de vrouw die hij op 3 juni 2007 stompte en trapte nog steeds zijn levensgezel is, is de vraag. Ja, zegt hij, hij is nog met haar getrouwd. „En dat zal nog wel een tijdje duren.” Maken ze nog steeds zoveel ruzie? Ja, dat wel, erkent Pieter. Stukken minder dan eerst, maar toch. Het scheelt, zegt hij ongevraagd, dat ze nu minder drinkt.

Het was niet de eerste keer dat de politie thuis kwam om tussen Pieter en zijn vrouw te springen. De laatste keer was mevrouw redelijk toegetakeld. Hun zoon, die erbij was geweest, kon de politie toelichting geven bij de blauwe plekken van zijn moeder. De rechter kan op de foto’s zien hoe ze eraan toe was.

Ja, zegt Pieter, hij had zichzelf niet helemaal in de hand. Wat hij erbij moet zeggen, is dat ze aan de bloedverdunners zit. „Je hoeft haar maar aan te raken, en ze ziet al pimpelpaars.” Daarom, zegt hij, blijf ik meestal van haar af.

Het was, zegt de rechter tegen Pieter, de agenten niet ontgaan dat het slachtoffer elke keer als ze langs kwamen aangeschoten was, om niet te zeggen dronken. De rechter vraagt of alcohol ook in Pieters leven zo’n prominente rol speelt.

Ik zit in de bouw, schampert Pieter. Elke dag om zes uur in de auto. En hij werkt in de nieuwbouw ook nog, dus altijd hoog. „Denk niet dat ik dan doordeweeks drink, hè.”

Hij mag nu wat stuurs en hoekig overkomen, hij was volgens de reclassering een ideale deelnemer aan de groepsgesprekken met huiselijk gewelddaders. Geen keer verzuimd, altijd op tijd, maakte zijn huiswerk, was betrokken.

Hij heeft er inderdaad een hoop van opgestoken, zegt Pieter. Wat? Nou, dat je op tijd de kenmerken herkent van een uit de hand lopende ruzie. Dat je dan een time-out neemt en niet de confrontatie gaat zoeken.

De psycholoog van Pieter heeft nog een eindevaluatie geschreven. Pieter is oprecht gemotiveerd, de kans op recidive is gering, maar hij heeft wel wat last van sub-assertiviteit in zijn werk. De rechter legt het Pieter voor. Hij knikt alsof het hem volkomen helder is. Wat hij merkt, zegt hij, is dat de scherpe kantjes er een beetje afgaan nu hij al een half jaar niet meer bij de training is geweest. „Het verflauwt.” Daarom heeft hij zelf met zijn hulpverlener afgesproken dat hij eens in de maand langswipt. Als steuntje in de rug. Dat er iemand met hem meeluistert. En het goeie is, dat zijn vrouw ook af en toe meegaat.

De psychologe heeft met haar gesproken en haar een handigheidje bijgebracht. Ze moet tellen hoeveel glaasjes ze op een avond drinkt. En dan elke maand ééntje minder. Nu zit ze op vijf, zes glazen. En dat is al veel minder dan het was. Ze dronk zo één, twee, tweeëneenhalve fles. Ze rookt nu ook minder. „Het ging van wijntje, sigaretje, wijntje.”

De officier van justitie wil deze relatie graag een toekomst geven, zegt hij. Ze snapt ook wel dat Pieter het gedrag van zijn vrouw zat is. Maar om dan te gaan slaan. En ook nog met een kind erbij. Ze eist 350 euro boete, waarvan 150 euro voorwaardelijk. De rechter maakt de eis ongedaan. Zij heeft zelden iemand gezien die zo hard aan zichzelf werkte nog voor de behandeling van de rechtzaak. Het wordt 400 euro. Geheel voorwaardelijk.