'Durf trots te zijn op onze rijke cultuur'

Recensent en schrijver Hans den Hartog Jager vatte het land samen in tachtig meesterwerken. „De Nederlander houdt vooral van het dagelijks leven, en dan zo mooi mogelijk getoond.”

Je kunt Nederland op veel manieren portretteren, maar niemand had het met schilderijen geprobeerd. Van Hans den Hartog Jager (40), recensent voor NRC Handelsblad en romanschrijver, verschijnt volgende week Dit is Nederland in tachtig meesterwerken. In korte toelichtingen vertelt hij chronologisch over de schilderijen en de kunstenaars die volgens hem sinds de vijftiende eeuw een beeld van Nederland schetsen. Thematische verwijzingen leiden kris kras door het boek.

Bij zijn definitie van Nederland heeft hij een streep gezet door het gezamenlijke verleden met wat nu België is. Van Eyck, Rubens en andere grootmeesters maakten geen kans op een plaatsje bij de tachtig. „Van Eyck erbij nemen zou vals spelen zijn, hij is gewoon een Belg.” Iemand die hier langdurig woont en werkt, zoals Marlene Dumas, hoort er wel bij volgens Den Hartog Jager.

Waarom heb je dit boek gemaakt?

„Ik las Mirror of the World: A New History of Art van Julian Bell waarin hij met een dwingende blik vol passie kunst uit de hele wereld bespreekt. Tegelijk kwam het WRR rapport uit over de Nederlandse identiteit, wat Máxima toen in ontvangst heeft genomen. Die twee dingen botsten in mijn hoofd. Het ergert me dat cultuur in Nederland vaak vriendelijk zijn voor elkaar betekent. Plus die clichés over tolerantie en gordijnen. De essentie van cultuur is juist zo hartstochtelijk mogelijk ergens voor gaan staan en daarover discussiëren, in het volle besef dat je geen gelijk hebt maar dat het om de discussie gaat. Iets delen is cultuur.

„Maar mensen weten niets meer over schilderijen. Ze kennen de verhalen niet meer en weten hoogstens nog dat Van Gogh zielig, miskend en eigenlijk gek was en Rembrandt een in armoe gestorven genie. Dat is waar, maar als je voor Sterrennacht staat, zie je dat Van Gogh een briljante schilder was. Laten we nou eens vieren dat het een ontzettend goed schilderij is en daar trots op zijn. We lijken als klein land wel bang om hoog van de toren te blazen. Behalve bij voetbal, want daar wijst het scorebord duidelijk aan wie de beste is. Dat Rembrandt beter is dan Velásquez kun je niet zeggen, of Van Gogh beter dan Manet.

„Ik heb dit boek gemaakt omdat ik wil dat daarover gepraat en geschreven wordt. Het is een pleidooi om te laten zien wat voor enorme rijkdom we hebben. Durf eens een beetje met de kin omhoog te lopen, onze cultuur stelt echt wel wat voor.”

Is dat wat je drijft?

„Ik houd in de eerste plaats heel erg van kunst. Als je goed naar een schilderij kijkt is daar zoveel uit te halen en zoveel over te vertellen. Dat Vermeer bij Het melkmeisje eerst een wasmand op de achtergrond had staan die de compositie verstoorde en dat hij er toen een stoofje van maakte. Er heeft waarschijnlijk ook een landkaart gehangen. Vermeer besefte dat alle aandacht naar die vrouw moest gaan. Met zulke anekdotes geef je een schilderij ingangen.”

Je schrijft dat je boek geen canon is of een ideologie wil verkondigen.

„Kijk goed naar kunst, dat is mijn ideologie. Een canon is het gewogen gemiddelde van een grote groep geleerde mensen. Dat is voor het onderwijs misschien nuttig, maar een canon is polderen in de cultuur. Er zijn werken waar iedereen het over eens is: De nachtwacht, Het meisje met de parel, Het melkmeisje, De zonnebloemen en vermoedelijk De aardappeleters. Dat zijn de vijf steunpilaren van onze schilderkunst. Negentig procent van de bevolking kent die werken, desnoods van een koektrommel. Daarna wordt het minder. Ik had eerst een lijst van 150 schilderijen die in aanmerking kwamen.”

Wat was er mis met ‘Nederland in 150 meesterwerken’?

„Dan wordt het een mer à boire. 80 is goed. Het moest een rond getal zijn, bij 60 moesten er te veel afvallen en meer dan 80 geeft het gevoel dat er niet gekozen is. Mensen moeten schilders missen.”

Zoals Robert Zandvliet?

„Met pijn in mijn hart omdat ik zijn werk heel mooi vind. De laatste jaren zijn procentueel al bijna oververtegenwoordigd dus moest ik streng zijn. Michael Raedeckers kismet (1999) is een zinsbegoochelend prachtig schilderij. En er zitten veel thema’s uit de Nederlandse kunst in. Raedecker en Zandvliet liggen te dicht bij elkaar. Daan van Golden vind ik een held en ook hij zit er niet in.”

Je hebt anderen het tweede schilderij onthouden dat ze eigenlijk verdienen, zoals Daniëls.

„Dat ene schilderij krijgt wel een dubbele pagina. Buiten de kenners is René Daniëls nog niet zo doorgedrongen.”

Wie ook mist is Herman Brood.

„Ik ben ervan overtuigd dat Herman Brood als schilder vergeten gaat worden. Hij was vooral een societyfiguur en muzikant.”

Maar hij heeft zoveel sporen achtergelaten, ook in vele huiskamers.

„Er zijn altijd hippe schilders geweest die goed in het societyleven lagen, maar die we allemaal vergeten zijn.”

Zes Rembrandts, vier van Vermeer en Van Gogh, drie maal Hals en Mondriaan en elf schilders met twee; 56 schilders in totaal.

„Het is een aardig representatief lijstje.”

Toch gaapt er een gat van 150 jaar in je boek: tussen 1689 en 1838 zit maar één schilderij.

„Ongelooflijk hè.”

Dat zegt misschien wel meer over Nederland dan de Gouden Eeuw.

„Ik heb lang over Cornelis Troost lopen dubben. Hij is beroemd geworden met schilderijen van toneelstukken en dat is volgens mij het probleem van die tijd: het is en afgeleide werkelijkheid. Er was gewoon niets te vinden behalve Adriaan de Lelie’s De kunstgalerij van Jan Gildemeester Jansz uit 1795. Niemand onthoudt schilderijen uit de achttiende eeuw. Ik wil beelden laten zien die nog altijd resoneren en ons culturele DNA vormen. De schilders toen waren goede ambachtslieden, burgers onder de burgers, die portretten maakten zoals de mensen die wilden zien. Maar kunst moet meer doen dan de markt bedienen. Het verbaast me dat mensen zich door Frans Hals lieten schilderen: je bent rijk en dan krijg je allemaal rode vegen op je gezicht. Zoiets geeft blijk van een ruime blik.”

Hoe wordt een schilderij bekend?

„Je merkt vaak dat een werk mede voortleeft als er discussie over is. Veel mensen kennen het schilderij van Co Westerik met die vinger die zich aan gras snijdt van de NS-coupés waar een tijdlang reproducties hingen. Sommigen vonden het eng en gingen er met de rug naartoe zitten. Je voelt dat het portret dat Marlene Dumas maakte van Mohammed B., de moordenaar van Theo van Gogh, gaat voortleven als een beeld voor deze tijd.

Het is je gelukt om twee vrouwen te vinden die kunnen schilderen.

„Het waren er eerst drie. Judith Leyster viel af omdat ik geen token women wilde. Ze is in de Gouden Eeuw net niet belangrijk genoeg. Ik wilde geen politiek correct boek maken. Wel heb ik lang getwijfeld over bloemenschilderes Rachel Ruysch, maar wie kent haar?

„Jacoba van Heemskerck en Suze Robertson hadden het bijna gehaald. Maar blijkbaar maken vrouwen geen beelden die doordringen tot een collectief geheugen. Ik heb geen idee waarom dat zo is. Ik vond het leuk om als compensatie Marlene Dumas, toch onze beroemdste schilderes op dit moment, met twee werken op te nemen. Daar hoef je volstrekt niet politiek correct voor te zijn, drie had ook gekund, of vier, vijf. Ik heb ook geen rekening gehouden met minderheden en evenmin het aantal homoseksuelen geteld.”

Waar hangen je 80 schilderijen?

„In het Rijksmuseum hangen 31 van de 80. Er komen er 13 uit het buitenland. Bij twijfel heb ik gekozen voor een schilderij dat makkelijk bereikbaar is. Het beste voorbeeld is Jacob van Ruisdaels Gezicht op Haarlem met bleekvelden, waar hij er zo’n 15 van gemaakt heeft. De mooiste hangt in Zürich maar die in het Mauritshuis komt heel dichtbij. De Züricher lucht is net wat sexier, de witte bleekdingetjes zijn net wat preciezer.”

Missen bepaalde genres in Nederland?

„Historiestukken en mythes zijn wel veel gemaakt, maar het zijn zelden werken die we onthouden. We vinden het ook niet fijn als het pronkerig wordt. Het is bij ons veel dagelijks leven, zo mooi mogelijk getoond. Nooit als realisme: het is een viering van de alledaagsheid. Alsof ons alledaagse leven beter is dan we beseffen.”

En wie is de meest Nederlandse schilder?

„Misschien Adriaen Coorte, maar eigenlijk is die te onbekend en te bescheiden. Zijn asperges en aardbeien zijn het allereenvoudigste leven het allersubtielst verbeeld. In Nederland bewonderden we de man die net als wij fouten maakt en tegelijkertijd boven ons is uitgestegen. Rembrandt dus. Hij heeft dingen gekund die we nog steeds niet begrijpen maar ging ook failliet en moest verhuizen. Een menselijk genie vindt de Nederlander het prettigst.”

‘Dit is Nederland in tachtig meesterwerken’ verschijnt op 13 november bij Athenaeum – Polak & Van Gennep. (208 blz. € 34,95)