De overheid wil vast ons pensioen wel redden

Heel opvallend rept pensioenbeheerder Sluimers van APG met geen woord over de gevolgen van de financiële crisis voor de pensioenuitkeringen (NRC Handelsblad, 23 oktober). Uit de informatie die het ABP en De Nederlandsche Bank vanaf juli dit jaar over de dekkingsgraad hebben verstrekt, kan worden geconcludeerd dat de gevolgen van de financiële crisis voor de reële, totale pensioenuitkeringen even negatief zullen zijn als die van de vorige crisis. Die crisis had voor het ABP-pensioen, een pensioen waarvan de indexatie voorwaardelijk is, tot gevolg dat in 2005 zowel het reële, totale brutopensioen als het totale nettopensioen 2,1 procent lager was dan in 2004. En in 2006 was het totale pensioen nog steeds lager dan in 2003. De verlagingen werden doorgevoerd door zowel de indexatie als de eenmalige uitkeringen in de maanden januari (nagenoeg) te laten vervallen. Komen deze ook in 2009 (nagenoeg) te vervallen, dan zal het reële, totale pensioen opnieuw bijna 2 procent omlaag gaan.

Bedenken we dat de pensioenfondsen jaarlijks gezamenlijk 20 miljard euro aan pensioenen uitbetalen, dan zou die verlaging betekenen dat de pensioenfondsen in totaal 400 miljoen tekortkomen. Gelet op de 220 miljard die de overheid heeft gereserveerd voor het saneren van het interbancaire verkeer en het verhogen van de buffers van de banken en andere financiële instellingen, moet het met de 600 miljard van het totale vermogen van de pensioenfondsen als garantie voor de overheid mogelijk zijn om een tekort van maximaal 400 miljoen bij de pensioenfondsen op te vangen, en daarmee de verlaging van 2 procent te voorkómen. Ondersteunen zou bovendien in wezen het garanderen van spaartegoeden zijn. Dat deel van de vermogens van de pensioenfondsen dat via het betalen van pensioenpremies bij hen in beheer is gegeven, is immers ook een spaartegoed, een collectief spaartegoed. Waarom dan het ene spaartegoed wel garanderen, en het andere niet?