De inkomstenbron valt droog

Het doodbloeden van een branche is een financiële ramp waar ondernemers niet graag bij stilstaan. Toch worden velen van hen daarmee geconfronteerd.

Theo Voorbij (49), eigenaar van Filmclub Silver Star in Soest, heeft bijna alle films in zijn videotheek zelf gezien. Hij kan zijn klanten precies vertellen wat de aanraders en afknappers van de collectie zijn. Service van het huis. Toch verdient Voorbij al vijf jaar lang niets aan zijn zaak. „Doordeweeks is het heel erg stil. Er zijn dagen dat je niet eens het licht hoeft aan te doen.”

Voorbij startte zijn onderneming bijna 25 jaar geleden, toen de kassa’s van videotheken nog vrolijk rinkelden. Maar na de eeuwwisseling ging het mis. Het aantal verkooppunten voor dvd’s nam explosief toe. Steeds meer mensen haalden hun films en muziek illegaal van het internet. Gealarmeerd schreef Voorbij verschillende politieke partijen over dit probleem aan. Zonder veel resultaat: het aantal videotheken slonk aanzienlijk. In 2000 waren er nog 1.100 videotheken. Nu zijn dat er minder dan 700.

Het doodbloeden van een branche is een rampscenario waar ondernemers liever niet bij stilstaan. Toch moeten velen de werkelijkheid onder ogen zien. Dat het geld voor een rustige oude dag plotseling is verdampt en dat er niets meer is voor de kinderen.

En de videotheekbranche is niet het enige slachtoffer van een veranderde markt. Ook talloze platenzaken en reisbureaus moesten hun deuren sluiten. Als een ondernemer zijn omzet ziet verdampen, staat hij voor een moeilijke keuze. Moet hij doorgaan of stoppen? Een andere bedrijfstak verkennen? Terug naar school? In loondienst gaan?

Voorbij ziet de toekomst donker in. De videotheek proberen te verkopen is zinloos. „Er is geen hond die nog wat geeft voor mijn branche.” Hij is te jong om te stoppen met werken, maar huiverig voor loondienst. „Ik ben 49. Bij sollicitaties staat mijn leeftijdsgroep niet vooraan. En ik ben altijd eigen baas geweest.”

Wat veel ondernemers niet weten, is dat er instanties zijn die hen kunnen helpen in moeilijke tijden. Stichting Ondernemersklankbord heeft 300 consulenten die het midden- en kleinbedrijf adviseren tijdens alle fasen van het ondernemerschap. De stichting wordt gesponsord door de overheid en het bedrijfsleven, waardoor ondernemers zelf slechts 75 euro per kwartaal hoeven bij te dragen. „Als dat tenminste nog lukt”, zegt René Brouwer, insolventiespecialist bij de stichting.

Als adviseur op gebied van faillissementen en saneringen komt Brouwer vooral bij bedrijven die in de problemen zitten. „Het is triest”, zegt Brouwer. „Ondernemers bouwen een keurig pensioen op. Als hun bedrijf omvalt, zijn ze alles in één keer kwijt.” Brouwer heeft het de laatste maanden aanmerkelijk drukker. „De laatste anderhalf jaar konden ondernemingen vlees op de botten kweken. Dat vlees is er nu door de kredietcrisis wel af.”

Henk Wesselink (65), eigenaar van Reisburo Osdorp aan het Amsterdamse Osdorpplein, kan erover meepraten. Als hij had kunnen kiezen, lag hij nu in een Spaanse villa te nippen aan een cocktail met parapluutje. Helaas kreeg de branche, in de veertien jaar dat Wesselink zijn zaak runt, flinke klappen door het enorme reisaanbod op internet. Hij had graag de onderneming willen verkopen, maar ziet alleen perspectieven voor het doorverkopen van zijn huurcontract. „Je raakt een reisbureau tegenwoordig aan de straatstenen niet kwijt.”

De kredietcrisis komt daar nog eens bovenop. De meeste mensen die de zaak binnenstappen, komen alleen voor informatie, om vervolgens te boeken op internet, aldus Wesselink. „‘Kunt u dat even uitprinten?’ vragen ze dan. Nee, dat kan niet. Ik ga een aap niet leren klimmen.”

Ondernemingen in stervende branches als videotheken en platenzaken zijn een moeilijk geval, weet Brouwer van Stichting Ondernemersklankbord. „Vaak valt er weinig aan te doen. Je ziet het ook bij bloemenzaken. Bijna elke supermarkt verkoopt bloemen. En de winstmarge van een supermarkt ligt veel lager.”

In het Nederlandse ondernemersklimaat heerst een bepaalde gêne voor het inroepen van hulp, bemerkt Brouwer. „Vooral mannen willen vaak niet toegeven dat het slecht gaat met hun zaak. Maar hun vrouwen merken dat wel als ze ’s nachts wakker liggen. Die nemen dan contact met ons op.”

In een vroeg stadium is het soms nog mogelijk het roer om te gooien. Zo kunnen samenwerkingsverbanden voor inkoop en administratie een uitkomst bieden. Door de cijfers van een onderneming goed te interpreteren, kunnen de krenten uit de pap worden gevist. Brouwer: „Ondernemers willen vaak te veel. Richt je op datgene waar je wel aan verdient.”

Marleen Jansen, sectormanager MKB bij de Rabobank, noemt dit strategische heroriëntatie, een zeer belangrijke bezinningsfase voor moeilijke bedrijfstakken. „Zo staan ook makelaars op het punt van heroriëntering”, geeft Jansen als voorbeeld. „Zij hebben te maken met concurrentie van internetaanbieders en de gevolgen van de kredietcrisis.” Vragen als ‘wie ben ik als ondernemer?’ en ‘wat is er veranderd binnen mijn bedrijfstak?’ zijn bij strategische heroriëntatie essentieel. Jansen: „Elke markt heeft kansen. Een bedrijf moet zijn product heel bewust afstemmen op de doelgroep.”

De videotheekbranche heeft deze heroriëntatiefase inmiddels achter de rug. De Nederlandse Video Detaillisten Organisatie (NVDO) heeft grootse plannen en wil de ouderwetse videotheken omvormen tot ‘home entertainment stores’: winkels die naast films en games, ook tijdschriften, boeken en versnaperingen aanbieden. Hiervoor zullen de woonwijkvideotheken moeten verhuizen naar locaties met meer winkelverkeer.

Ook Henk Wesselink probeert zijn branche van een andere kant te benaderen. Ter aanvulling van zijn inkomen werkt hij sinds dit jaar als mobiel reisagent voor Travel Counsellors Nederland. Met een grote koffer vol reisbrochures, een laptop en een printertje bezoekt Wesselink zijn klanten aan huis. Het is een aantrekkende tak van de reisbranche: sinds januari zette Wesselink 150.000 euro om.

Daarvan draagt hij 40 procent af aan de firma, de rest steekt hij in zijn zak. „De kosten zijn minimaal omdat je geen bedrijfsruimte nodig hebt. En op zaterdag ga ik gewoon met mijn koffer in mijn stamkroeg zitten.”