Cool cats komen

Euforie, Kennedy-allure. Eindelijk van de sufheid af.

The New York Times van 5 november, eerste editie, is al 99 dollar waard op eBay. Op de school van mijn kinderen klinkt woensdag, volgend op het dagelijkse ‘news and announcements’ van de directrice, een vrolijk liedje door de intercom.

Volgens mijn zoon (6) ging het ongeveer zo:

„Barack, Obama, Barack-ack-ack, Oba-ha-ma!”

„En dansten jullie toen?”, vraag ik gretig naar de bekende weg.

„Ja zó!” Hij springt op en demonstreert een behoorlijk funky combinatie van de twist en een soort vogeltjesdans.

De dagen zijn uitgelaten, de mensen uitgeput en dat maakt zelfs de minst voor de hand liggende types wat euforisch. Zoals woensdag, in het vliegtuig van Chicago naar Washington. Mijn potige buurman was ook bij het grote feest in Grant Park. Hij stond op het veld waarvoor je kaartjes moest hebben, vertelt hij. Was hij een campagnemedewerker?

„Nee, ik ben secret service.”

De politie van Washington heeft een eigen geheime divisie. Toen het einde van de campagne dichterbij kwam, zijn met de dag meer mannen zoals hij toegevoegd aan de gebruikelijke beveiliging van Obama en McCain. Met beiden heeft hij wekenlang rondgereisd. In Grant Park werd hij in het vak met beroemdheden gezet. „Ik heb ze allemaal gesproken. Toen Obama tot winnaar werd uitgeroepen, wilden ze me omhelzen. Oprah Winfrey!” Spike Lee stond naast hem met een videocamera. Jesse Jackson. „En de zoon van Jesse Jackson, dat is een erg aardige man.”

Hij is opgelucht dat alles goed is gegaan, zo opgelucht dat hij voor iemand van de secret service nogal loslippig is. „We hadden draaiboeken voor de verschrikkelijkste scenario’s die ik ooit in draaiboeken heb gezien.” In Chicago stond op een open terrein achteraf, aan South Clark Street, een veld vol mannen in overvalpakken klaar met machinegeweren.

Weer thuis, bladerend in The Washington Post, vind ik een lijstje met dingen die nu ‘uit’ en ‘in’ zijn in de stad. Uit: uitnodigingen voor het huwelijk van Bush-dochter Jenna. In: uitnodigingen voor logeerpartijtjes bij Obama’s jongste dochter Sasha.

Dit is minder een grap dan het lijkt. De dure particuliere scholen hier vechten al, nooit hardop natuurlijk, om de Obama-dochters. (Openbare scholen, zei de secret service-man, zijn vaak niet goed genoeg te beveiligen.) De grootste kanshebbers: National Cathedral School, waar ook de dochters van Al Gore zitten, en Sidwell Friends, waar Chelsea Clinton heen ging. De keuze van een school hangt hier nogal eens samen met de netwerken die ouders zelf willen aanboren. Sasha en Malia Obama zijn goed voor een schat aan nieuwe connecties met de ‘cool cats’ uit Chicago, waarnaar Washington een beetje onzeker, maar reikhalzend uitkijkt.

De stad leidt aan een dufheids-complex en snakt naar glamour met Kennedy-allure. Omdat Obama naar verwachting veel vrienden uit Chicago meeneemt en zich op zijn gemak voelt bij veel beroemdheden, is de hoop groot dat het nu eindelijk zover komt. Een nieuwe president brengt in Washington altijd een aardverschuiving op gang. Er komen nieuwe winkels, restaurants, de woningmarkt staat even op zijn kop. Met Bush kwamen de Texanen, Mexicaanse menukaarten en cowboylaarzen. Bush ging alleen altijd om negen uur naar bed en bracht de Washingtonse society tot wanhoop.

Obama zet de stad nu al in een feestelijker licht. Het oubollige imago van Washington lijkt snel te veranderen: ‘DC for Obama’ wordt overspoeld met open sollicitaties van jonge Obama-vrijwilligers, die hopen op een baan in de Obama-regering. En oude rotten, zoals de voormalige perschef van Robert Kennedy, verheugen zich op een nieuw societyleven en kondigen bijna gretig het einde aan van vastgeroeste tradities zoals de diners van de Witte Huis correspondenten en de exclusieve Gridiron Club.

De chroniqueur van het dagelijks leven in de stad, Marc Fisher van The Washington Post, ging dinsdagavond achter honderden studenten van de Georgetown Universiteit aan, toen die spontaan naar het Witte Huis begonnen te rennen. Je kunt misschien stellen, schrijft Fisher, dat we te veel vertrouwen hebben in Obama. Maar dat is wat Amerikanen doen. Van George Washington tot Lincoln, Kennedy en Reagan: Amerikanen zoeken iemand om te personifiëren wie ze zijn.

Zo is het op het moment ook met de stad gesteld. De cool cats komen! Na „de acht verschrikkelijke jaren”, zoals het hier heet, kan Washington eindelijk veranderen in iets waarnaar de stad al zo lang snakt. Niet dat we hier al precies weten wat dat ís. Maar het is zo’n beetje als met die stadse nieuwe jongen in de klas: iedereen wil op hem lijken en er hangt verliefdheid in de lucht. Het leven in de hoofdstad kan alleen maar mooier worden.