Aan de Rozenstraat was het crisis op crisis

Homobelangenorganisatie COC gaat gebukt onder schulden. Bestuurders beschuldigen elkaar. „Je kunt geen geld uitgeven dat je niet hebt.”

Op het koffiezetapparaat hangt een briefje: ‘niet meer aanzetten, dan slaan de stoppen door’. De derde verdieping ligt bezaaid met riet en stucwerk sinds het plafond naar beneden is gekomen. De bloembak in de tuin staat vol water; er dobbert een eendje in – kopje onder. Dit is het hoofdkantoor van COC Nederland, ’s werelds oudste homobelangenorganisatie.

De publieke ruimtes van het gebouw aan de Amsterdamse Rozenstraat staan al drie jaar leeg. Niet te exploiteren, luidt de verklaring. In de danszaal, waar ooit wilde feesten waren, worden de 21 regionale lidverenigingen – samen bijna zevenduizend leden – vandaag op de hoogte gebracht van slecht nieuws. Na dertig jaar moet het COC het pand verlaten. Aanleiding: een schuld van 1,1 miljoen.

„De verkoop maakt veel emotie los”, zegt COC-voorzitter Wouter Neerings, „maar het kan niet anders”. Onderhandelingen met wooncorporaties NV Stadsgoed en Ymere, over een deal waarbij het pand tegen een schappelijke prijs aan het COC zou worden verhuurd, liepen stuk. Maandag gaat het negentiende-eeuwse pand, getaxeerd op 3,7 miljoen euro, in de openbare verkoop.

„Het bestuur heeft ons jaren op het verkeerde been gezet”, zegt Herman Janssen, secretaris van COC Nijmegen. „Nu moeten we onze kroonjuwelen verkopen.” De lidverenigingen hebben het bestuur nog geen decharge verleend voor de jaarrekeningen over 2006 en 2007, omdat ze vrezen dat er meer lijken uit de kast komen. Dat COC staat voor Cultuur- en Ontspanningscentrum, lijkt iedereen vergeten. Crisis Op Crisis heet het in de wandelgangen.

Op 5 maart leek er nog geen vuiltje aan de lucht. Het was een „historische dag” voor Frank van Dalen, toen bestuursvoorzitter. Minister Plasterk (Onderwijs, PvdA) maakte bekend dat hij zou meevaren met de Gay Pride, de vier grote steden tekenden een overeenkomst voor homo-emancipatiebeleid en als klap op de vuurpijl stemde de Tweede Kamer in met een subsidie voor het COC van 1,2 miljoen over vier jaar.

Voor hij de leden informeerde over de liquiditeitsproblemen, had Van Dalen al bij Plasterk aangeklopt. „Ik zei: als jij wilt dat wij gesprekspartner zijn voor God en de wereld, hebben we structureel drie ton per jaar nodig”, aldus Van Dalen. „De minister heeft het heel goed begrepen. Hij zag onze financiële problemen juist als motivatie om te subsidiëren.”

Een dikke miljoen spoelt er zo door. Van Dalen: „Ik heb ruim drie ton lidmaatschapsgelden teruggegeven aan de lidverenigingen om het COC op regionaal niveau te versterken, ruim drie ton geïnvesteerd om homo-emancipatie weer op de agenda te zetten en ik erfde een tekort van 4,5 ton uit eerdere boekjaren.” Reken maar uit.

„Lariekoek”, zegt Nijmeegs secretaris Janssen. „Van Dalen leefde in zijn eigen zeepbel. Je kunt geen geld uitgeven dat je niet hebt.” Het had met minder gemoeten, vindt ook Pascal van der Maas, sinds twee jaar COC-directeur. Aan de andere kant, zegt Van der Maas, heeft Van Dalen ruim een miljoen gekost, maar heeft hij twaalf miljoen aan subsidies voor de homobeweging opgehaald. „Al met al een positief saldo. Als je heel hard door een bloembed loopt, gaat er ook wel eens wat kapot.”

Van der Maas wil geen trap na geven, maar hij houdt vooral zijn vijf voorgangers verantwoordelijk voor de „financiële puinhoop”, zegt hij. Zij maakten fouten in de boekhouding, letten niet op de kosten, investeerden te fors. Uit de jaarrekeningen blijkt dat de grootste verliezen zijn ontstaan door te krappe begrotingen. Er werden simpelweg meer uren aan projecten besteed dan met de subsidieverstrekkers was afgesproken.

Volgens Van der Maas is bijna de helft van de zes ton verlies over 2006 het gevolg van afboekingen over voorgaande jaren. Oud-directeur Liane Wubbels, nu directeur van ouderenbond ANBO, ontkent dat ten stelligste. „Mijn jaarrekeningen zijn door de ledenvergadering goedgekeurd. Pas na mijn vertrek ging het mis.”

Wubbels ruimde het veld nadat het toenmalige bestuur had geprobeerd haar te ontslaan. Zij vocht haar ontslag met succes aan, maar vertrok toch. „De verhoudingen waren verziekt.” Er heerst een haantjescultuur, zegt ze. „Vrijwilligers denken dat het hun toko is, daarom moet het COC niet worden geleid door onbezoldigde bestuursleden.” Zij maakte mee dat het toenmalige bestuur voor 20.000 euro nieuwe folders bestelde omdat het de foto’s „niet leuk” vond. Wubbels: „Als een bestuur ook nog op de stoel van de directie wil zitten, gaat het niet goed.”

Ook oud-voorzitter Van Dalen ervoer dat, toen hij vanaf december 2005 de functie van interim-directeur erbij nam. Hij liet zich daarvoor betalen: 75.000 euro voor negen maanden. Achteraf bezien had hij dat beter niet kunnen doen, zegt Van Dalen. „Dan was er minder gedoe geweest.” Menig COC-lid fronste de wenkbrauwen over de betaalde dubbelfunctie. COC Breda spande zelfs een kort geding aan. Volgens Van Dalen was kritiek niet de reden voor zijn vertrek. „Ik ben niet het type voorzitter dat het COC nu nodig heeft. Ik ben een initiatiefnemer, ik haalde subsidies binnen. Nu moet er worden bijgestuurd om de schulden af te lossen.”

Daarom droeg Van Dalen op 21 juni tijdens een bewogen ledenvergadering het stokje over aan Neerings. Hij kreeg prompt vijf moties van de lidverenigingen voor zijn kiezen. Ze eisen beter toezicht op de financiën. Zo willen ze inspraak in de Albrechtstichting, die het vastgoed beheert. Haar vermogen (bijna 5 miljoen) komt deels uit donaties, erfenissen en legaten. De leden hebben hier geen zeggenschap over, het bestuur is in handen van COC Nederland.

„Dat is niet verstandig”, geeft Neerings toe. „Maar ik ga dat veranderen. Om de naam Crisis Op Crisis voorgoed tot het verleden te laten behoren.” Schoon schip, beloofde hij toen hij aantrad. Pikant detail: voor zijn benoeming tot voorzitter was Neerings penningmeester van de vereniging. Zolang de lidverenigingen het bestuur geen decharge verlenen, kan hij persoonlijk aansprakelijk worden gesteld voor het tekort. COC Breda overweegt een claim.

„Het is de boodschapper die ze doodschieten”, relativeert Neerings. Hij was weliswaar bestuurlijk verantwoordelijk voor de rode cijfers, maar is juist penningmeester geworden om puin te ruimen, zegt hij. „Ik benoemde de schuld als eerste en sinds mijn aantreden als voorzitter is de bedrijfsvoering transparant. De verkoop van het pand zet een dikke streep onder het verleden.”

De laatste twee jaar is 85 procent van het personeel vervangen. Van der Maas: „Niet iedereen was slecht hoor, sommige werknemers vertrokken vanwege de crisissfeer.” Voor hij aantrad, versleet het COC in twee jaar vijf directeuren. Van der Maas: „Hier is bijna niemand weggegaan zonder ruzie. Soms vraag je je af of je nog wel COC wilt heten.” De vacature voor penningmeester staat nog open.