Woonbron te water

Under control. Herhaaldelijk bezigde minister Vogelaar (Wonen, Wijken, Integratie, PvdA) deze woorden gisteren in de Tweede Kamer ter beschrijving van de situatie rond de ss Rotterdam, het voormalige passagiersschip dat in de vorm van een multifunctioneel centrum Rotterdam-Zuid een impuls moet gaan geven. Hopelijk heeft ze gelijk. De voorgeschiedenis van dit project stelt namelijk niet gerust.

Woningcorporatie Woonbron, die het voormalige schip van de Holland-Amerikalijn bij een dochter BV heeft ondergebracht, heeft de kosten stevig onderschat. Werd de investering in 2005 nog geraamd op 6 miljoen euro, inmiddels is er sprake van 200 miljoen. Een duizelingwekkende stijging. De minister had beter moeten opletten, vond de SP-fractie in de Tweede Kamer, die gisteravond een motie van wantrouwen tegen haar indiende. De motie werd ruimschoots verworpen. De SP kreeg alleen steun van de PVV en van Verdonk.

De tegenstem van de overige fracties wil allerminst zeggen dat de Kamer stond te applaudisseren voor het optreden van Vogelaar. Haar neiging om de Kamer nogal neerbuigend tegemoet te treden, hielp al niet. Maar vooral is er te veel misgegaan rond de ss Rotterdam en is er te veel twijfel over de vraag of de minister eerder had moeten ingrijpen. Twijfel is in dit geval geen toevallige omschrijving van de gemoedstoestand van de Kamer, want zoals vaker bij vraagstukken omtrent marktwerking of semimarktwerking, worstelt de politiek met haar eigen rol.

Woningcorporaties zijn zelfstandige ondernemingen van soms niet geringe omvang. Woonbron beheert ruim 50.000 woningen in en buiten Rotterdam. De corporatie staat er financieel goed voor. De raad van bestuur staat onder primair toezicht van een raad van commissarissen en vervolgens, net als de andere corporaties, onder toezicht van het Centraal Fonds Volkshuisvesting. Pas als dat alarm slaat, is de minister aan de beurt. Alleen over die laatste rol is ze verantwoording schuldig aan de Kamer. Ze kan bijvoorbeeld een bewindvoerder bij de corporatie aanstellen; een ultieme stap die ze (nog) niet heeft willen zetten.

De motie van wantrouwen van de SP kan ook worden gezien als een aanklacht tegen deze ordening in de sector volkshuisvesting, waar corporaties niet meer met financiële koorden aan het Rijk zijn gebonden en zich tot maatschappelijke ondernemingen hebben ontwikkeld. Zorg voor de woonomgeving hoort daarbij. Het klassieke wantrouwen van de SP in de markt verdient geen steun. Toch is de vraag of een woningcorporatie de expertise in huis heeft of moet willen hebben om een project als de restauratie en exploitatie van een voormalig passagiersschip op te zetten.

Minister Vogelaar komt binnenkort met voorstellen om het zogenoemde ‘Besluit beheer sociale huursector’ te herzien. Het lijkt verstandig de rol en de positie van corporaties, die werken met maatschappelijk kapitaal, scherper te markeren. En intussen doet de minister er goed aan de ontwikkelingen rond de ss Rotterdam nauwgezet te volgen.