Wat is een canon zonder kruistocht?

De canon van Nederland, die zou toch verplicht worden in de geschiedenisles?

Nu hebben gezaghebbende historici er ineens weer kritiek op. Het zou betuttelend zijn.

Iedereen hield van de canon, vorig jaar. De canon van Nederland, met de vijftig belangrijkste gebeurtenissen uit de Nederlandse geschiedenis en cultuur, die alle schoolkinderen zouden moeten kennen. Van de hunebedden via Van Gogh en Anne Frank naar de euro.

Minister Plasterk van Onderwijs (PvdA) kondigde op 3 juli vorig jaar aan, in de Ridderzaal nota bene, dat de canon verplicht zou moeten worden op school. Nederlanders weten amper meer wie Willem van Oranje was, of Spinoza. De canon moet die kennis terugbrengen in de klas.

Het ministerie ging alvast voortvarend aan het werk. Er kwamen wandkaarten van de vijftig ‘vensters’ van de canon. En puzzels, linialen, spellen en boeken.

Nu staat alles weer op losse schroeven. Afgelopen vrijdag kwam een groep historici rondom hoogleraar vaderlandse geschiedenis Piet de Rooij ineens weer met harde kritiek op de canon. De canon moet niet verplicht worden op school, schreef de groep in een brief aan de Tweede Kamer. De politiek moet niet aan scholen voorschrijven wat ze moeten doceren. Ook het CDA is tegen verplichtstelling van de canon, omdat het de vrijheid en identiteit van scholen inperkt. Begin volgend jaar beslist de Kamer er definitief over.

Piet de Rooij, de man die als eerste kritiek leverde, maakte in 2005 zelf een soort canon. Een indeling van de Nederlandse geschiedenis in tien tijdvakken, waarmee de scholen inmiddels verplicht werken. De Rooij noemt de nieuwe canon „een zak aardappelen”. Niks mis mee, maar hij moet niet verplicht worden. Het is een te lukrake verzameling elementen, en hij is ook niet in te passen in de tien tijdvakken, zegt hij.

Zo zit er bijvoorbeeld heel veel niet-geschiedenis in de canon, zoals de aardgasbel en de haven van Rotterdam. En dan zit er ook nog eens heel veel níet in: de kruistochten, de Koude Oorlog. „Dat is geen probleem als de canon slechts een leidraad is. Maar zodra hij verplicht wordt, ga ik dingen missen”, zegt De Rooij.

Het idee is dat scholen zelf elementen aan de les toevoegen. Maar die tijd hebben scholen helemaal niet, zegt De Rooij. „Wat veel scholen dus zullen doen, is alleen de canon geven, en verder niets. Maar dan krijg je een scheef soort geschiedenis.”

Jan de Wit, voorzitter van de Vereniging van geschiedenisdocenten, is het met De Rooij eens. Hij vindt de canon ook een mooi werkstuk. „Maar er moet niet gezegd worden: we knallen de hele canon nog bíj de tijdvakken.” Liever zou De Wit zien dat de canon verplicht wordt „waar dat mogelijk is”. „Dat zou een mooi compromis zijn”.

Kamerlid Staf Depla van de PvdA wordt er een beetje moe van. „Ik dacht dat we hadden besloten dat deze canon het moest worden.” Hij snapt de bezwaren ook niet. „De canon schrijft niet voor wie belangrijker is, Willem van Oranje of Annie M.G. Schmidt. Wij zeggen alleen dat kinderen ze beiden moeten kennen.”

Depla vindt de canon nodig. Hij wil af van de huidige praktijk waarin examenmaker Cito grotendeels bepaalt wat kinderen moeten leren. „Nu wordt min of meer in een achterkamertje besloten wat kinderen moeten kennen. Over de canon wordt tenminste nog openlijk gedebatteerd.”

De maker van de canon, hoogleraar middeleeuwse literatuur Frits van Oostrom, is moe van de kritiek, en verwijst naar de website van de Stichting ‘entoen.nu’. Daar schrijft hij dat de canon inderdaad niet alleen maar over geschiedenis gaat. Sommige vensters kunnen bij andere vakken aan bod komen. Maar dat is juist de bedoeling, „om de traditionele verkokering in de hoofden van de leerlingen tegen te gaan”. Van Oostrom zegt dat de canon prima in de tien tijdvakken is in te passen.

Historicus Adriaan van Veldhuizen, onlangs gekozen tot ‘de nieuwe Maarten van Rossem’ zegt: „Kies nou gewoon een canon, het maakt niet uit welke.” In het debat wordt een beetje uit het oog verloren om wie het eigenlijk gaat, vindt hij: jongens en meisjes die überhaupt niet zo op geschiedenis zitten te wachten. „Ga liever in de klas over de canon discussiëren. Dat maakt geschiedenis juist leuk.”