Voorland in Congo

Afrika is geen achterbuurt. Integendeel. Alom wordt erkend dat dit continent, met zijn bodemschatten waarop de industriële wereld aast, een groeiende betekenis heeft. Maar de aandacht voor de oorlog in Congo houdt geen gelijke tred met dit geopolitieke belang. Pas vandaag komen secretaris-generaal Ban Ki-moon van de VN en een aantal Afrikaanse regeringsleiders in Nairobi bijeen voor spoedberaad.

Dat is geen dag te laat. Na een kortstondige wapenstilstand heeft rebellenleider Nkunda, die nu het noordoostelijke grensgebied van Congo militair beheerst, weer een offensief geopend. Hij heeft zelfs aangekondigd te willen oprukken naar de hoofdstad Kinshasa, om daar het bewind van president Joseph Kabila omver te werpen. Grootspraak of niet, feit is dat Nkunda tot nu toe het initiatief heeft. Daarop voortbordurend heeft hij al laten weten, dat hij dat niet uit handen zal geven zolang hij niet wordt erkend als directe gesprekspartner van de officiële regering in Congo of de VN.

Deze impasse is het gevolg van de belangen die in Congo op het spel staan. Tribale tegenstellingen en economische machtsposities gaan er hand in hand. Laurent Nkunda is geen geïsoleerde krijger, maar ook een vooruitgeschoven frontsoldaat van president Paul Kagame van Rwanda, al ontkent de laatste dat. Beiden zijn Tutsi’s, beiden willen afrekenen met Hutu’s die ook militair actief zijn in de regio.

Maar het draait ook om geld. Recent heeft president Kabila de exploitatie van onder meer koper, kobalt, coltan en diamant in Congo voor twintig jaar contractueel aan China gegund in ruil voor infrastructurele investeringen. Bij deze overeenkomst staat 9 miljard dollar op het spel. Nkunda lijkt de druk nu op de regering op te willen voeren om zijn positie ook buiten het Noordoosten te markeren.

Op zichzelf zijn dit geen nieuwe ontwikkelingen. Tussen 1998 en 2002 woedde in Congo een oorlog waarbij nagenoeg alle buurlanden waren betrokken en naar schatting meer dan vier miljoen mensen om het leven zijn gekomen. De afsluitende vrede van Pretoria kon eigenlijk alleen standhouden dankzij de internationale troepenmacht Monuc.

Maar volgens generaal-majoor Patrick Cammaert, de Nederlander die tussen 2005 en 2007 het commando over Monuc voerde, hebben de ‘blauwhelmen’ zich afgelopen jaar te veel geëncanailleerd met Kabila. Na zijn vertrek, aldus Cammaert onlangs in deze krant, zijn de VN-troepen te vaak samen opgetrokken met het regeringsleger. De VN hebben zo „geloofwaardigheid” verloren, meent de Nederlander.

Dat is geen oratio pro domo. Cammaerts bevel over de VN-troepen in Congo wordt alom geprezen. Zijn analyse stemt op voorhand niet optimistisch over het bemiddelingsberaad in Kenia vandaag. De VN moeten eerst proberen de oorlog in te dammen. Daarna is een nieuw en zwaarder opgetuigd mandaat voor Monuc aan de orde. Vooral de Afrikaanse buurlanden zullen zich daaraan moeten verbinden.

Eigenlijk dienen VN en Afrika hun rol in Congo opnieuw uit te vinden. Het belang van een continent vereist dat.