Vogelaar wuift kritiek weg

Na de prachtwijken heeft minister Vogelaar er een politiek probleem bij. Een corporatie die een schip wil verbouwen, zag de kosten oplopen. Ze overleefde een motie van wantrouwen.

Deemoedig was minister Vogelaar (Wonen, PvdA) niet, toen ze gisteren in de Tweede Kamer uitleg kwam geven over de financieel ontspoorde aankoop en renovatie van het schip ss Rotterdam.

Kamerleden hadden zich in aanloop naar dit debat afgevraagd of de minister wel actief genoeg was geweest bij het controleren van de Rotterdamse woningcorporatie Woonbron – die de kosten voor het project binnen drie jaar zag stijgen van 6 naar bijna 200 miljoen euro.

„Ik zal u eventjes iets zeggen over hoe de toezichtsverhoudingen geregeld zijn in dit land”, begon Ella Vogelaar. Om vervolgens aan de Kamerleden uit te leggen dat zij als minister alleen maar „secundair toezichthouder” van woningcorporaties is.

Het beeld van Kamerleden dat het haar taak is om direct op te treden als er iets mis gaat, was volgens de minister een misverstand dat nodig eens rechtgezet moest worden. Een ongepaste terechtwijzing, vond Kamerlid Brigitte van der Burg (VVD): „Dit verhaal had de minister de Kamer kunnen besparen.”

De avond eindigde met een stemming over een motie van wantrouwen tegen Vogelaar – de derde in twee jaar tijd. Dit keer kwam het initiatief van de SP-Kamerlid Paulus Jansen. De motie werd alleen gesteund door Rita Verdonk en de PVV – die de twee eerdere moties tegen Vogelaar had ingediend. „Er zijn veel goede redenen om het vertrouwen in deze minister op te zeggen”, vond de VVD-fractie na spoedoverleg. Toch stemde deze partij niet voor de motie. Formeel omdat „niet vol te houden is” dat de minister de Kamer onjuist geïnformeerd had over de problemen met het schip – voor de SP de reden om het vertrouwen op te zeggen. Maar, zei een Kamerlid van de VVD achteraf: „Zo’n bungelende minister is best lekker voor de oppositie.”

Dat Vogelaar het als minister niet altijd makkelijk heeft, is niet alleen de analyse van de VVD. Rechtse oppositiepartijen maken haar persoonlijke verwijten omdat ze als minister van integratie te zacht zou zijn voor allochtonen. Haar belangrijkste taak, het aanpakken van veertig probleemwijken, verloopt met horten en stoten. Enkele ongelukkige mediaoptredens hebben haar imago geen goed gedaan.

De regeringsfracties steunen Vogelaar. Steun waar gisteren soms wel wederzijdse irritatie door heen schemerde. „Kunnen we er nu van op aan dat het bij 200 miljoen blijft”, vroeg Kamerlid Staf Depla (PvdA) over de herhaalde budgetoverschrijdingen. Een vermoeide blik van Vogelaar: „Weet u wel wat ondernemen is?” Kamerlid Bas Jan van Bochove van coalitiepartner CDA noemde een van haar uitlegbrieven aan de Kamer „beroerd samengesteld”. Het antwoord van de minister: „U heeft mij gedwongen de brief in grote haast te schrijven.”

Ondanks hun kritiek maakten de regeringsfracties het Vogelaar niet moeilijk. Depla had het zo consequent over fouten van „het departement”, dat SP’er Jansen hem vroeg of hij wel begreep dat de minister de baas van dat departement is. De PvdA’er: „We moeten de problemen loskoppelen van de persoon.” CDA’er Van Bochove had de minister voor het debat schriftelijk nog gevraagd of haar werkwijze „niet een volstrekte miskenning van de ernst van de situatie” was. Die vrees was, zei Van Bochove, weggenomen door de uitleg van Vogelaar dat ze er nu „zelf heel dicht bovenop zit”.

Vogelaar verweerde zich heftig tegen de suggestie van de Tweede Kamer dat ze eerder had moeten optreden toen het project om van de ss Rotterdam een spraakmakend hotel- congres- en theatercentrum te maken uit de hand liep. Woningcorporatie Woonbron dacht in 2005 6 miljoen euro nodig te hebben voor aankoop en renovatie. Dat bedrag is nu 33 keer zo hoog geworden en de door Woonbron beloofde particuliere investeerders zijn nog niet gevonden.

Verschillende Kamerleden wezen er op dat het jaarverslag uit 2006 van Woonbron al duidelijke signalen bevatte dat het mis dreigde te gaan. Had de minister toen al niet moeten ingrijpen? Dat kon de Kamer „niet redelijkerwijs” van haar verwachten, vond Vogelaar. Corporaties zijn zelfstandige bedrijven die zelf verantwoordelijk zijn voor wat ze doen. En de hoofdregel van het kabinet is dat het uitgaat van „vertrouwen in maatschappelijke organisaties”. Anders kun je niet functioneren, zei Vogelaar. De minister wees er dan ook op dat het bestuur van Woonbron duidelijk „grove fouten” had gemaakt bij het project, maar dat de manier waarop de directie de zelf gecreëerde crisis had aangepakt, haar vertrouwen gaf.

De minister wees er op dat het project best nog wel goed kon uitpakken. Het schip was kortgeleden nog getaxeerd op 200 miljoen euro, dus van „weglekken van belastinggeld” was geen sprake. Het was een verwachting die door de Kamerleden met enige scepsis werd begroet. Zij eisten een second opinion naar de financiële haalbaarheid van het project.

Vogelaar keek na afloop „vol zelfvertrouwen” terug op het debat: „Ik denk dat ik zeer wel in staat ben geweest uit te leggen hoe ik gehandeld heb.”

Toch drong de spanning waaronder de minister staat af en toe door dat zelfvertrouwen heen. De informatie die Vogelaar tijdens het debat van haar ambtenaren op A4’tjes kreeg aangereikt werd door de minister soms hoofdschuddend gelezen, soms teruggestuurd: „Wat staat hier?” Tijdens één van de onderbrekingen in het debat boog ze zich over de druk schrijvende ambtenaren heen. „Ik wil stévige, héldere antwoorden.”