Verjaren van de man van vele manieren

Van Ilja Leonard Pfeijffer verschenen gisteren zijn verzamelde gedichten.

Drie dichters schreven voor Pfeijffers dichtersverjaardag een gedicht.

In de naam van Fiefie

Voor Ilja Leonard Pfeijffer

Wat moet je doen als mist het land aan het moddafukkin zicht onttrekt? Blaffen!

En wat moet je doen als de mist na een moddafukkin smeekbede optrekt? Blaffen!

Je moet blaffen omdat iedereen als een vuile hond tegen de zak met je landsbankipinpas schurkt,

klaarblijkelijk om je woohah te plezieren,

maar te bezeren als je meer morte dan vivere voor je ondervrager hurkt.

Kloekkloek gulpt een bekentenis uit je fai-fai-fikken zo in het sjabloon.

Cieli che feci mai?

Dagen van woesj, wonder en zing.

Te wapen – vergeet je bammetjes niet.

Defilibreer het doodgeboren lijk: de Nederlandse poëzie.

Wist je dat ’s lands meest gesubsidieerde dichters wekelijks samenkomen in een Amsterdamse tent genaamd Perdu?

Erik Jan Harmens

omdat vierkant o zo rond is

Voor Ilja Leonard Pfeijffer

zo ik begin wil ik nog één keer beginnen met zo

zoals toen dionysos eurytos met zijn thyrsos velde

of hekate klytios met flambouwen zengde

of hephaistos mimosa brandde

met een lepel van roodgloeiend staal

of met een steen athene de geile pallas verpletterde

verheft zich de zon dan?

als velden na het schroeien van juli

moeder aarde dwingen tot werpen

uit al haar oksels zweet de wijnrank

vastbesloten nauw en moederig komt het

baren, grommend uit haar springen

getooid met hoorns

niet per ongeluk sterk spreekt de modder de zotte

heerser

evenzeer teer een golf komt aan

(rollen)

bij het stemmen van de loop van een vuur

het is altijd paadje hoofd

vunzig het gunstigste onderscheiden, dorsten dat kun je

het is moeilijk, het geeft geur

(berige zeugen zijn niet te genieten: gezwollen kling)

zo ik verzamelen zou

aalgeer aanvijl haspelwerk

behoef diergelijk gepas

het schone van stof en klont, rijzende sterren van koorts

merveilleuses die oh, ah slaken

de gordel vlak onder de borsten gebonden

de dijbenen gronden in vet

dit is mijn sigaarvormig lichaam

het vlucht snorrend van de kachel vandaan

oh, val ik klierig van een klif

die vogels van gister die vloten moesten natuurlijk

vogels die floten zijn

het is nu vuriger menens

Saskia de Jong

Buurman & Buurman

Voor Ilja Leonard Pfeijffer

De overburen zwemmen in de zomeravond;

een lang souper vol speeches en geheimen.

Familieleden roken, tussen gangen door,

op het balkon. Samenzweerders. Liaisons.

Door onze spionnetjes kijken we toe

hoe ze langzaamaan in haaien veranderen,

loom cirkelende haaien in de achtertuinen

op zoek naar iemand om te verslinden.

Ik ken een vrouw die het benauwd krijgt

als ze naar een aquarium kijkt. Zo iemand

hoort niet thuis in dit gedicht. Kameleons

bijvoorbeeld wel, zandkleurige kameleons,

zo onbeweeglijk onder warme lampen dat

geen mens ze ziet. Zo hadden wij natuurlijk

ook – of juist Swarovskikristallen Bambi’s,

buurman. Lach en drink en brand en zing,

ajeto!

Ingmar Heytze