'Tot nu toe heeft de wereld gefaald'

In zijn boek ‘Responsibility to Protect’ pleit de Australische diplomaat Gareth Evans hartstochtelijk voor de VN-doctrine, die de wereld het recht geeft in te grijpen bij genocide. Gesprek met een optimist.

De oorsprong van zijn gedrevenheid, en van zijn boek, ligt in Cambodja, vertelt Gareth Evans. De Australiër is een begrip in de wereld van de diplomatie. Hij is niet alleen minister van Buitenlandse Zaken geweest (1988-1996) en sinds 2000 directeur van de gerenommeerde denktank International Crisis Group. Zijn invloed ontleent hij ook aan de tomeloze energie waarmee hij in internationale fora zijn stem laat horen.

Toen hij eind jaren zestig als student een beurs kreeg voor Oxford, nam hij een half jaar de tijd om via een tiental landen in Azië, en ook nog een paar in het Midden-Oosten en Afrika, naar Engeland te reizen. Overal leerde hij studenten kennen, en de netwerker Evans hield door de jaren heen met velen van hen contact.

Alleen van één land heeft hij nooit meer iemand uit die tijd ontmoet, vertelt hij in zijn boek The Responsibility to Protect. Want in Cambodja liet het genocidale bewind van de Rode Khmer geen intellectueel in leven. Dat zou hem altijd bijblijven en leiden tot zijn betrokkenheid bij de ontwikkeling van een nieuwe politieke doctrine die moet voorkomen dat dergelijke wreedheden zich herhalen.

„Want wát we ook allemaal verkeerd doen in de wereld”, zegt Evans in zijn kantoor aan de Avenue Louise in Brussel, „laten we alsjeblieft niet opnieuw een zooitje maken van onze reactie op misdaden tegen de menselijkheid. Laten we niet opnieuw vervallen in passiviteit, onverschilligheid en cynisme tegenover zulke misdaden.”

Na de bloedige drama’s die zich in de jaren negentig hadden afgespeeld in Rwanda en op de Balkan zette de internationale gemeenschap drie jaar geleden een belangrijke stap: ze gaf zichzelf het recht zich te bemoeien met wat regeringen hun eigen bevolkingen aandoen.

Dat was een verstrekkende aanpassing van de internationale spelregels. Als er genocide of misdaden tegen de menselijkheid worden gepleegd, spraken de verzamelde staatshoofden en regeringsleiders in 2005 af bij de Verenigde Naties in New York, dan mag de internationale gemeenschap inbreuk maken op de soevereiniteit van staten, desnoods gewapenderhand. Als een regering zélf de veiligheid van haar bevolking niet kan of wil garanderen, dan is het de verantwoordelijkheid van de buitenwereld om voor die bescherming te zorgen.

Dit nieuwe instrument in de internationale politiek, ontwikkeld door een commissie waarvan Evans voorzitter was, werd ‘de verantwoordelijkheid om te beschermen’ genoemd, de responsibility to protect, kortweg R2P. Het eeuwenoude beginsel dat soevereine staten zich niet bemoeien met elkaars interne aangelegenheden, zou voortaan in noodgevallen opzij geschoven mogen worden.

Maar in de praktijk is dat nieuwe instrument nog nauwelijks gebruikt – terwijl daar, bijvoorbeeld in Darfur, toch genoeg aanleiding toe was. Bij de VN groeit intussen de argwaan tegen het hele idee. Vooral derdewereldlanden vrezen dat het Westen er kwistig gebruik van zal maken om militaire interventies te rechtvaardigen.

Krabbelt de wereld terug?

„Er zijn zeker landen die bedenkingen hebben gekregen. In de wandelgangen van de VN krijg je de indruk dat het idee veel steun heeft verloren. Maar in de hoofdsteden hoor je een heel ander verhaal, merkte ik laatst nog in Zuid-Azië. Als verantwoordelijk lid van de internationale gemeenschap, zegt men daar, kunnen we echt niet meer toekijken als zich een nieuw ‘Cambodja’ of ‘Rwanda’ voordoet. Maar dan moet wel duidelijk zijn dat dit niet een nieuwe manier is waarop de grote landen de baas over ons kunnen spelen, zoals ze eeuwenlang hebben gedaan.

„Het komt er nu op aan dat we aan dit concept vasthouden. Daarom heb ik mijn boek ook geschreven. Het is een soort handboek. Ik probeer te laten zien wat R2P precies inhoudt, want daarover bestaan nog veel misverstanden. En ik wil uitleggen in wat voor situaties het wel en niet van toepassing is, en hoe we er gebruik van kunnen maken. We moeten het debat aangaan.”

In zijn boek laat Evans helder en duidelijk zien hoe R2P een uitweg kan bieden uit de verlammende dilemma’s waarvoor de wereld staat als er binnen de grenzen van een land misdaden tegen de menselijkheid worden begaan. Hij houdt een hartstochtelijk pleidooi om deze omstreden doctrine een kans te geven. Tegelijk heeft het boek een praktische inslag, die Evans’ ervaring in het diplomatieke handwerk verraadt, met lijstjes criteria waaraan getoetst kan worden of er in bepaalde gevallen al dan niet sprake is van een R2P-situatie. Evans: „Het staat nu buiten kijf dat de regering van Congo er niet in slaagt haar bevolking te beschermen tegen massale wreedheden. De internationale gemeenschap heeft er een vredesmacht heen gestuurd, maar dat blijkt niet genoeg. Er is nu politieke bemoeienis nodig om tot een oplossing te komen.”

Is het onvermogen van de wereld om iets te doen aan de situatie in Darfur geen teken dat R2P niet werkt?

„Dat hoor ik voortdurend: dat jullie geen troepen sturen is het bewijs dat er van R2P niets terechtkomt. Men denkt altijd in termen van militair ingrijpen, maar de ‘verantwoordelijkheid om te beschermen’ is veel breder. Het gaat ook over preventie, over politieke en diplomatieke strategieën. Militair optreden is pas het laatste middel, en alleen als aan een reeks voorwaarden is voldaan.

„Darfur is zeker een geval waarop R2P van toepassing is. De ophef die er in het Westen over is ontstaan, toont aan dat die verantwoordelijkheid ook wordt ervaren. Je kunt er alleen niet omheen dat militair ingrijpen tegen de zin van de regering naar alle waarschijnlijkheid meer schade veroorzaakt dan goed doet.

„We moeten politieke, diplomatieke en economische middelen gebruiken en het eens worden over een effectieve vredesmacht. Daarvoor hebben we de medewerking nodig van alle nationale én internationale spelers. Maar tot nu toe heeft de wereld jammerlijk gefaald.”

Neemt de wereld het idee van R2P dan wel serieus?

„Het begint te komen, dat zag je bij de internationale reactie op het geweld dat eind vorig jaar uitbrak in Kenia: een dramatisch contrast met de manier waarop we in 1994 reageerden op het bloedbad in Rwanda. Kenia kon zijn burgers zélf niet beschermen, en toen is met inzet van politieke en diplomatieke middelen uit het buitenland een hele explosieve situatie onder controle gebracht. En het bemiddelingsteam van oud-VN-chef Kofi Annan heeft laten zien dat de ‘verantwoordelijkheid om te beschermen’ niet alleen gaat over militair ingrijpen.”

Rusland probeerde zijn invasie van Georgië te rechtvaardigen als R2P-operatie. Was dat terecht?

„Niemand nam dat serieus, de Russen misbruikten het idee. Ze hebben niet overtuigend laten zien dat hun militaire actie de enig overgebleven optie was. Hun optreden was bovendien buiten alle proporties. Ze hebben zelfs niet geprobeerd van tevoren steun te krijgen in de Veiligheidsraad. Ze voldeden volstrekt niet aan de voorwaarden die aan toepassing van R2P zijn gesteld.

„De ‘verantwoordelijkheid om te beschermen’ begint met preventie. Als dat te laat is, heb je nog politieke en de diplomatieke manieren om je verantwoordelijkheid te nemen. R2P is als een gereedschapskist, waar je met zorg een instrument uit moet kiezen.”

Hoe kunt u landen die bedenkingen hebben gekregen, ervan overtuigen dat R2P toch een goed idee is?

„We moeten heel duidelijk maken dat het geen synoniem is voor regime change in landen die ons niet bevallen. En dat het alléén betrekking heeft op de ernstigste misdaden, zoals genocide en oorlogsmisdaden. Als mensen zich op de ‘verantwoordelijkheid om te beschermen’ beroepen om op te komen voor de Inuit op de Poolcirkel, dan grijp ik naar m’n revolver. Daar is het niet voor bedoeld.

„Tegelijk moeten we ons niet van de wijs laten brengen door landen die de scherpe kantjes er vanaf willen halen. Ik heb veel vrienden bij de VN die zeggen: laten we ons nou maar concentreren op preventie en diplomatieke druk, anders schrikken we de derde wereld af. Dat vind ik onzin. R2P maakt een reeks reacties mogelijk, en we moeten er niet omheen draaien dat militair ingrijpen daarbij hoort. Er doen zich nu eenmaal situaties voor waarin we geen tijd hebben voor preventiestrategieën, steun aan de lokale regering bij het zoeken naar een oplossing of diplomatieke bemiddeling. Als zich weer een soort Rwanda voordoet, hebben we niet de luxe dat we ons ertoe kunnen beperken hulp te bieden aan een regering die het probleem dan wel zal oplossen. Regeringen hebben helaas maar al te vaak kwaad in de zin. Soms moeten we onze verantwoordelijkheid nemen met militaire middelen.”

Gareth Evans: The Responsibility to Protect. Ending Mass Atrocity Crimes Once and For All. Brookings Institution Press, 349 blz., € 15,-

Aan de doctrine is een website gewijd: www responsibilitytoprotect.org