Raad vreest risico bij ss Rotterdam

De Rotterdamse wethouder zegt dat de gemeente geen financieel risico loopt met cruiseschip ss Rotterdam. De raad twijfelt sterk.

De woordspeling was gisteren snel gemaakt in de Rotterdamse gemeenteraad. Dreigt de stad het schip in te gaan met de ss Rotterdam nu de renovatiekosten van het voormalige vlaggenschip van de Holland-Amerika Lijn zijn opgelopen tot bijna 200 miljoen euro? Alle partijen eisten een antwoord op die vraag.

Het kostte wethouder Dominic Schrijer (grotestedenbeleid, PvdA) moeite de raad ervan te overtuigen dat de stad „slechts op afstand” betrokken is bij het ‘revitaliseringsproject’ op Rotterdam-Zuid. De gemeente heeft „de droge kant” gefinancierd: de ligplaats, aanpassing van de kade en de aanleg van het aanpalende parkeerterrein op schiereiland Katendrecht. Maar de stad loopt geen financiële risico’s, bezwoer Schrijer. Uitgerekend zijn eigen fractievoorzitter, Peter van Heemst, drong tot drie keer toe aan op harde garanties.

Toch vreest de raad vroeg of laat te worden meegezogen in het avontuur van de eigenaar van de ss Rotterdam, woningcorporatie Woonbron. „De gemeente participeert weliswaar niet direct in de exploitatie van het schip, maar wel indirect”, stelde raadslid Remco Oosterhoff (ChristenUnie-SGP). Hij wees daarbij onder meer op de stage- en werkervaringsplekken voor de mbo-scholieren. Schrijer moet de raad binnenkort een chronologisch overzicht geven van de betrokkenheid van de gemeente.

Woonbron is eigenaar van ruim 20.000 woningen in Rotterdam, en daarmee een van de grootste corporaties in de stad. Nu de kosten fors zijn opgelopen, is het niet uitgesloten dat de woningcorporatie een deel van haar bezit zal moeten verpanden. Zoals het evenmin uitgesloten is dat La Grande Dame (1958) uiteindelijk naar elders zal worden versleept, zoals dat eerder gebeurde met de Queen Elizabeth II. Woonbron hoopt dat te voorkomen door in het verkoopcontract een ‘kettingbeding’ op te nemen. Schrijer steunt dat voornemen.

Woonbron-directeur Martien Kromwijk moet op last van minister Vogelaar (Wijken, PvdA) vóór 15 december tachtig procent van zijn belang hebben doorverkocht. Dat wordt al lastig genoeg. De kredietcrisis heeft investeerders kopschuw gemaakt. Ook „alle ophef in de media en de Tweede Kamer” over vermeende liquiditeitsproblemen helpt niet mee, stelde Kromwijk vorige week al vast. Niettemin houdt hij vol dat sprake is van „een sluitende business case”. Huurders hoeven dan ook niet te vrezen, want „geen enkele euro zal in het schip verdwijnen”.

Maar zodra kopers uitblijven, komt de gemeente wel degelijk in beeld, erkende Schrijer. Rotterdam heeft immers, zoals alle gemeenten, een ‘achtervangfunctie’: de stad moet bijspringen. „Als een corporatie in zwaar weer verkeert, is dat gebruikelijk”, zei Schrijer.

Rotterdams grootste oppositiepartij Leefbaar (veertien zetels) toonde zich opvallend mild. Marco Pastors bekende bezorgd te zijn, maar de oud-wethouder wil „eerst meer duidelijkheid over de financiële handel en wandel”. Woonbron is, zo benadrukte hij, „een van de weinige partijen in deze stad die zijn nek durft uit te steken door zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid te nemen.” Pastors weigert dan ook „een pionier op voorhand te veroordelen”.