Onweerstaanbaar portret van Chaja

In een achterkamer van het veilinghuis vond ik Chaja, en het was liefde op het eerste gezicht. Met haar donkere, melancholieke ogen keek ze een beetje ontsteld opzij. Wat doe ik hier, neem me mee, leek ze te zeggen. Ze was gevat in een oude, haveloze lijst waarin het glas ontbrak. Het was warm en druk in die kamer en niemand leek zich om haar te bekommeren. Ik kon haar niet zomaar meenemen, eerst moest ze geveild. Ik noteerde haar nummer en nam afscheid.

Ik wist nog niets van haar af, zelfs niet dat ze Chaja heette. ‘Portret van een jonge vrouw’ stond er in de catalogus, een litho van Paul Citroen, de grote portrettist. Een litho is een reproduceerbaar kunstwerk en daarom was ze niet overdreven duur: de richtprijs was 60 tot 100 euro. Waardevolle vrouwen zijn doorgaans duurder.

De vrouw, zo ontdekte ik later, heette Chaja Goldstein, een joodse zangeres, in 1908 geboren in Polen en opgegroeid in Berlijn. In 1933, na de machtsovername door Hitler, vluchtte ze samen met Dora Gerson en haar theatergroep ‘Ping Pong’ naar Nederland. Ze werd in de oorlog naar Westerbork gedeporteerd. Haar man, die een hoge functie had bij het door de nazi’s gemonopoliseerde filmbedrijf UFA, wist haar uit het kamp te krijgen. In 1948 emigreerde ze naar de Verenigde Staten waar ze in 1999 stierf.

Paul Citroen moet haar goed gekend hebben. Tussen 1933 en 1948 portretteerde hij haar op tal van foto’s, prenten, tekeningen en een prachtig olieverfschilderij, dat momenteel te zien is op de interessante Citroen-tentoonstelling in Museum de Fundatie in Zwolle.

Om de gelithografeerde Chaja (uit 1939) in mijn bezit te krijgen, moest ik enkele dagen later naar het veilinghuis terug. Bieden is niet mijn favoriete tijdverdrijf. Al uren tevoren zeurt de vraag door mijn lijf: hoe hoog wil ik gaan? Goed, 300 euro beet ik mezelf ten slotte toe, want ik weet dat ik me kan gedragen als een gokker in een casino zodra ik iets begeer.

Er hing een ontspannen sfeer in de veilingzaal. De veilingmeesteres was in voor een grapje. Daar hadden we een ets van een paard door Jan Mankes. „Is dat geen ezel?” vroeg een adspirantkoper. „Nee, een paard”, zei de veilingmeesteres. „Wat is het verschil tussen een paard en een ezel?” vroeg de koper. „Een paard”, zei de veilingmeesteres.

Even later was Mankes voor 700 euro aan een telefonische bieder verkocht. Had ik als Mankes-bewonderaar niet mee moeten bieden, vroeg ik me nog af, maar er was geen tijd voor wroeging, want daar was Chaja al. Er lag een schriftelijke bieding van 100 euro, ik bood 120, een onzichtbare man achter me reageerde met 140, ik verhoogde tot 160, niemand hoger, vroeg de veilingmeesteres – en toen was Chaja van mij.

Ik haalde haar beneden op bij verhuizersachtige mannen, die elkaar de meesterwerken via een prozaïsch luik in de vloer doorgeven. Opluchting. Tevredenheid. Nu ik toch in de stemming was, besloot ik meteen af te reizen naar Paul Citroen in Zwolle. In de trein viel me opeens in: stel dat Chaja daar ligt als keurige, verse litho of poster van een paar tientjes? Tegenvallertje. Maar gelukkig, „mijn” Chaja (zie afbeelding) was nergens te bekennen. Ik had haar voor mij alleen. Wat wil een man anders?

Rectificatie / Gerectificeerd

correcties en aanvullingen

Chaja Goldstein

De joodse zangeres Chaja Goldstein (Achterpagina, 7 november) is in 1999 niet in de Verenigde Staten, maar in Israël overleden.