OM: verkoop Fortis is onwettig

De verkoop van Fortis aan een Franse bank en de Nederlandse staat is in gevaar. Volgens het Belgische OM zijn tijdens de reddingsoperatie de nodige regels overtreden.

Het advies dat het Belgische Openbaar Ministerie gisteren gaf in het kort geding dat namens 1.300 gedupeerde Fortis-beleggers wordt aangespannen, zorgde voor opschudding in de rechtszaal. Als de rechter dit advies volgt, dan kan dit een bom leggen onder de ontmanteling en verkoop van Fortis.

Op zondagavond 5 oktober beslisten de Belgische overheid en de Fortis-top de bancaire en verzekeringsactiviteiten in België en Luxemburg voor 14,5 miljard euro te verkopen aan BNP Paribas. De overheidsfunctionarissen die de verkoop toen begeleidden, spraken van „overmacht”. De bank stond volgens hen op het randje van faillissement en er dreigde een systeemrisico.

Het Belgische parket verwerpt deze argumenten: Fortis was voldoende solvabel en de liquiditeitspositie van het financiële concern was in het weekend van 4 en 5 oktober niet wezenlijk verschillend van die van het weekend daarvoor, toen de drie Beneluxregeringen beslisten een kapitaalinbreng te doen.

In zijn omstandig advies laat het parket weten „verbaasd” te zijn over het verloop van de feiten. De verkoop van Fortis Bank aan de Franse bank BNP Paribas is niet rechtsgeldig, de Belgische regering had daarvoor „geen mandaat” en de raad van commissarissen van Fortis „overtrad de regels van het vennootschapsrecht”, zo luidt de stelling van het parket.

Het is volgens het OM aan de aandeelhouders om die transactie goed of af te keuren. Een college van experts moet nu zo snel mogelijk de waarde van de verkochte onderdelen bepalen en de „reële” financiële toestand van de Fortis-groep in kaart brengen. Het parket pleit voor de aanstelling van een ad-hoccommissaris die ervoor moet zorgen dat de hele operatie op de buitengewone algemene vergadering van Fortis – die op 1 december in Utrecht en op 2 december in Brussel wordt gehouden – wordt beoordeeld.

In het advies stelt het parket ook dat de prijs die de Nederlandse overheid op 3 oktober betaalde voor ABN Amro en de Nederlandse activiteiten van Fortis „aanvechtbaar” is. Nederland legde toen 16,8 miljard euro op tafel. „Mutatis mutandis zijn bij de verkoop aan Nederland gelijksoortige fouten gemaakt”, zegt Laurent Arnauts, vennoot van het advocatenkantoor Modrikamen dat het kort geding aanspande. „De vennootschapswet werd overtreden en de bevoegde organen werden niet geconsulteerd. In de redenering van het parket moeten de aandeelhouders zich ook over die verkoop uitspreken.”

Als de voorzitter van de Belgische rechtbank het advies van het parket volgt, dan zijn er drie mogelijkheden. Ofwel de aandeelhouders keuren de verkoop goed. Die kans is klein: het aandeel is door de ontmanteling minder dan 1 euro waard geworden. Ofwel de aandeelhouders draaien de verkoop terug, wat risico’s inhoudt omdat dit kan leiden tot een faillissement. Ofwel zij vragen heronderhandeling van de prijs. Dit laatste is ook een specifieke eis van de VEB, de Nederlandse belangenvereniging van particuliere beleggers. Die heeft daarvoor een procedure lopen bij de ondernemingskamer.

Opvallend in de redenering is dat het OM het „niet opportuun” acht om het stemrecht van een aantal (grote) aandeelhouders op te schorten. Het Belgische Deminor, dat ook een procedure bij de rechtbank heeft lopen, en advocatenkantoor Modrikamen vrezen dat grote partijen – zoals BNP Paribas of de Franse verzekeraar Axa (dat nu iets minder dan 3 procent in de Fortis Holding heeft) – belangrijke pakketten aandelen zouden opkopen, om de stemming in de algemene vergadering te beïnvloeden. Volgens juridisch ingewijden begint de Fortis-zaak steeds meer op een complex schaakspel te lijken.

Het aandeelhouderschap van Fortis Holding is erg versnipperd. Uiterlijk in februari 2009 kan BNP Paribas haar aankoop volledig afronden. En het duurt nog minstens drie weken voor de algemene vergadering kan doorgaan. Dit laat ruimte voor diverse „manoeuvres”.

Het parket kan niet de principiële gelijkheid tussen aandeelhouders doorbreken en sommige partijen verhinderen aandelen bij te kopen. „De commissaris ad hoc kan wel de financiële toezichthouder in België vragen de handel in het aandeel in de tussentijd op te schorten”, aldus specialisten.

Ook de Belgische premier Leterme liet niet na zijn kwetsbare flank af te dekken. In een reactie liet hij weten „in ieder geval” goed mee te werken om een oplossing te vinden voor alle aandeelhouders. „Een bocht van 180 graden”, aldus Arnauts. „Voordien zei hij nog dat het terugschroeven van de verkoop van Fortis zou leiden tot een bijna zeker faillissement.”

Ook de verdediging van Fortis, BNP Paribas en de Belgische overheidsholding FPIM hanteerden dat doemargument voor de rechtbank.

„De stelling van het parket is duidelijk”, zegt een juridisch ingewijde. „Ofwel BNP Paribas heeft aan de markt verkeerde informatie verstrekt door te zeggen dat de overname een financieel erg goede zaak was – wat een strafrechtelijk vergrijp is. Ofwel BNP Paribas heeft de rechtbank misleid.”