Niets is zo populair op tv als doorzetten

In het uitgestorven Franse skidorpje voor het begin van het seizoen lopen twee Nederlanders het VVV-kantoortje binnen. Ze zoeken een appartement voor het hele seizoen. Dat is heel moeilijk, zegt het meisje achter de balie. „U moet ons eigenlijk zien als ambassadeurs voor deze regio”, zegt de Nederlandse man. „Wij gaan hier van alles organiseren, we kunnen voor veel publiciteit zorgen, kijkt u maar eens op onze website. Kunt ons geen skipassen geven voor het hele seizoen?”

De Nederlandse vrouw staat er wat bedremmeld bij. Ze spreekt geen Frans. Maar ze heeft wel haar baan opgezegd en in Nederland alles achtergelaten om hier een nieuw leven te gaan beginnen. Haar Arno legt op een soort dorpsborrel contact met de burgemeester die hij hardnekkig ‘le mari’ (de echtgenoot) blijft noemen: „Is het hier ook zo dat le mari nog meer functies heeft?”. Le mari heeft inderdaad baantjes naast het burgemeesterschap, hij heeft bijvoorbeeld een hotel en een restaurant en hij zal zien wat hij voor de Nederlandse regio-ambassadeurs kan doen. Daarna blijft het heel lang stil.

Het is altijd weer verbluffend, dat programma Ik vertrek, waarin je mensen met meer moed dan kennis naar een of ander buitenland, vaak Frankrijk, ziet trekken om daar een eigen onderneming te beginnen. Vaak spreken ze de taal slecht, hebben ze wel een voorstelling van wat ze willen maar niet van de realiteit en werkt één van de twee zich uit de naad terwijl de ander blijft dromen en fantaseren. Hier ook weer. We zien Jessica schoonmaken en in restaurants werken, terwijl Arno op een snowboard door de sneeuw zoeft om de expedities voor te bereiden die hij hier gaat organiseren. Vooralsnog komt er geen kip, pas aan het eind van het seizoen kunnen ze de eerste groep begroeten. Maar naar Nederland gaan ze beslist niet terug, zeggen ze.

Wie weet hebben ze over een paar jaar een bloeiend snowboardreizen-bedrijf in Frankrijk. Doorzettingsvermogen hebben ze wel. Misschien is dat wel de eigenschap die je het meest aangeprezen ziet op de televisie – waarom zou dat zijn? In al die talentenjachten die we te zien krijgen, moeten de mensen laten zien over vechtlust te beschikken, hoe ze ook vermoeid en vernederd worden. Zelfs fotomodellen in spe of kansarme meisjes die in dames willen veranderen worden flink overvraagd om hun mentaliteit te toetsen.

De titel van het dansprogramma dat al wekenlang op RTL5 naar „de meest favoriete” danser van Nederland zoekt (gewoon favoriet is niet favoriet genoeg), zegt het ook al: So you think you can dance. Dat zullen we dan nog wel eens zien. We zullen je wel eens even op de proef stellen. Van de honderden dansers die zich aanmeldden, zijn er nu nog twaalf over, die elke week een nieuwe choreografie in moeten studeren, vaak in een stijl die de hunne niet is. Het is verbluffend wat ze dan laten zien, maar de jury is streng. Eigenlijk is het commentaar van de jury het aardigste van het programma dat verder met veel irritant camerawerk wordt opgenomen – draaien, in- en uitzoomen, tegen het licht in filmen waardoor de gekleurde lampen geweldig uitkomen maar de dans niet – en met zo’n presentatrice die in steeds een andere jurk mag roepen: ‘Wow! Wat zagen jullie er fantástisch uit!’ Die jury is ongemeen deskundig en legt vaak de vinger op de zwakke plek die je zelf niet als zodanig had gezien: als onwetend publiek zie je alleen maar of een dans boeit of niet, maar niet waarom. Helaas heeft uiteindelijk het televisiepubliek weer eens het laatste woord, zodat het toch weer een populariteitstest is. En een uitputtingsslag voor de dansers.

Al die nadruk op mentaliteit, zou dat juist zijn omdat er in de echte wereld helemaal niet zo veel te vechten valt? Vaak zijn modes nogal tegengesteld aan wat er in de werkelijkheid aan de hand is, van de beroemde wet dat modeontwerpers in tijden van armoede meer stof gebruiken en rijkere kleding ontwerpen, tot de landelijke mode die we al jaren in het wonen beleven terwijl het platteland intussen in hoog tempo ‘ontlandelijkt’. In het echte leven zijn we verwende watjes, maar op de televisie zien we graag anderen onversaagd tegenslagen overwinnen.