Museumpiep

Vandaag gaan oma en Rintje naar het museum. Met de tram.

Alle zitplaatsen in de tram zijn bezet, maar omdat oma oud is staat er een hondje op en kan oma bij het raam zitten. Rintje mag lekker warm bij oma op schoot.

„Nu mag je op het knopje drukken”, zegt oma na een hele tijd. „Bij de volgende halte moeten we eruit!”

Het museum lijkt op een heel groot kasteel met twee grote torens. Bij de ingang zit een hond achter een loket. „Twee kaartjes alstublieft”, zegt oma. De hond achter het loket kijkt eens goed naar Rintje. „Hoe oud ben jij, jongeman?”

„Vijf”, zegt Rintje.

„Dat is dan een kinderkaartje”, zegt de hond.

„En voor mij een kaartje met oudehondenkorting”, zegt oma.

Als ze binnen zijn gaat oma eerst haar jas ophangen in de garderobe. „Help mij herinneren dat ik het nummertje van mijn jas in mijn vestzakje heb gestopt”, zegt ze.

„Gaan we eerst naar de Romeinse afdeling?” vraagt Rintje. In het museum zijn een paar zalen met marmeren beelden uit de Romeinse tijd. Een van de beelden is zo hoog dat de bovenkant bijna het plafond raakt. Het stelt een oorlogsheld voor met een grote helm en een zwaard.

„Stel je voor dat hij echt zou leven”, zegt oma als ze voor het reuzebeeld staan. „Wat was hij dan groot en gevaarlijk! Hij kon ons in één hap opeten, alsof we een soort hondenbrokje waren!”

Na de beeldenzaal gaan ze naar de zaal met de allermooiste schilderijen. De dingen die op de schilderijen staan lijken wel echt, zo mooi zijn ze geschilderd. Zo is er het schilderij van de rennende hond. Hij loopt door een plas regenwater. Je ziet elke haar van zijn vacht en ook iedere waterdruppel die opspat.

„Wat is dat knap”, zegt oma. „Het lijkt wel alsof de hond zo uit het schilderij kan springen!”

Rintje staat op zijn tenen om alles heel goed te zien. „Wat mooi!” zegt hij.

Maar dan klinkt er opeens een hele harde piep, het lijkt wel een brandweersirene.

„PIEEEEEEEEP!”

Een hond in uniform komt naar Rintje en oma. „Het is verboden zo dichtbij de schilderijen te komen”, zegt hij. „We zijn bang dat ze anders beschadigd worden. Kijk, hier op de grond staat een lijn, daar mag je niet overheen.”

„Pardon”, zegt oma. „We zullen keurig achter de lijn blijven.”

Als ze samen een heleboel mooie dingen hebben gezien wil oma even uitrusten in het restaurant. Rintje krijgt een heerlijke worst. Hij springt bij oma op schoot om haar te bedanken.

„PIEEEEEEEEP!” roept oma heel hard. „Niet te dichtbij komen, ik ben ook oud en breekbaar!”

Rintje moet lachen en geeft haar een knuffel.

EINDE