Mooie scooter man, maar ik wil slapen

Hoe moeten ze reageren als een groep jongens iemand in elkaar slaat? Bewoners, leraren, chauffeurs – ze willen het allemaal weten van de deskundige. Beleefd, adviseert hij. „Dat werkt.”

In Amsterdam Slotervaart botsen twee auto’s. Een van de bestuurders is gewond. Als de politie arriveert, treffen ze niet alleen de betrokken auto’s maar ook een groep Marokkaanse jongens. Zo gaat dat altijd. Wat zegt de politie?

‘Jongens, wegwezen hier! Zo kunnen we niet werken’.

Of: ‘Jongens, wat fijn dat jullie er zijn. Kunnen jullie nieuwsgierige voorbijgangers op een afstand houden? De ambulance komt er zo aan, die moet er door. Kunnen jullie dat regelen?’

Het gaat erom hóe je de jongens aanspreekt. Hans Kaldenbach sprak een politieagent uit Slotervaart die altijd de tweede manier gebruikt. En het werkt. Nooit gezeik. Hans Kaldenbach vertelt dat op een informatie-avond in het wijkcentrum in Oosterkerk in Amsterdam over straatcultuur. Kaldenbach is opvoedkundige en geeft trainingen rondom straatcultuur en omgaan met hangjongeren. Hij legt aan een volle zaal uit wat dat is, straatcultuur. En vooral: Hoe ga je daar als autochtone Nederlander mee om.

Nog zo een: Een groep jongeren gaat om twee uur ’s nachts voetballen. Een hoop lawaai. U kunt niet slapen. Wat doet u? Schreeuwen: ‘Zijn jullie helemaal gek geworden, het is twee uur ’s nachts, wegwezen of ik bel de politie.’

Of: U stapt naar buiten, voetbalt even mee en vraagt: ‘Zouden jullie het vervelend vinden om een stuk verderop te voetballen? Ik moet morgen vroeg op.’

Het wijkcentrum zit vol. Deze week. Vorige week ook. Dezelfde bijeenkomsten in Utrecht, Amersfoort en Landgraaf werden goed bezocht. Allemaal autochtone Nederlanders, vaak van middelbare leeftijd, die graag willen leren hoe ze straatjongeren moeten aanspreken. Want ze balen van jongeren die in hun portiek pissen, met hun scooters over het pleintje scheuren, hun kinderen bedreigen of intimiderend bij het winkelcentrum rondhangen. Maar ze zijn ook bang. Je kunt tegenwoordig niets meer zeggen of je kop gaat eraf.

Hans Kaldenbach moet het niet hebben van zijn fysieke overmacht. Hij was soms ook bang om jongeren aan te spreken. Maar hij vond een modus die (meestal) werkt. Hij geeft trainingen aan politieagenten, aan leraren, jeugdwerkers, ambulancemedewerkers, winkeliers. Aan iedereen die wil eigenlijk. Hij schreef ook boeken met als titel: ‘Hangjongeren’ (99 tips voor buurtbewoners en voorbijgangers) en ‘Respect’ (99 tips voor het omgaan met jongeren in de straatcultuur). Acteur Ramon Kamath speelt tijdens de bijeenkomsten een hangjongere. Het publiek mag op hem oefenen. Kaldenbach geeft adviezen. Al is er, zegt hij, geen gouden tip.

De methode-Kaldenbach is ‘Wie niet sterk is, moet slim zijn’. Regel 1: Corrigeren helpt niet. Dan staan ze meteen op scherp. „Dat is lastig want je wílt corrigeren”, zegt hij tegen de zaal. „Je wilt je gelijk halen. Je hébt immers gelijk. Het ís ook bespottelijk dat ze hun troep op de grond gooien, tegen je raam spugen of de buurvrouw uitschelden voor tyfushoer. Belachelijk.”

Maar als je ze de les gaat lezen, richt de agressie zich tegen jou. Wil je dat? Nee, je wil dat ze ophouden. Stel, je ziet een vrouw die in elkaar wordt geslagen door een woedende man. Wat doe je? Roep je van een afstand: ‘Heé klootzak, durf je wel! Lafbek!’ Of roep je: ‘Vertel me, vertel me, wat heeft ze je gedaan?’

Acteur Ramon Katmath (donkere huidskleur, half afgezakte spijkerbroek en metalen riem) schopt keihard tegen een denkbeeldige vrouw die bloedend op de grond ligt. Een jonge vrouw uit het publiek gaat proberen haar te redden en gilt: „Hé, wat doe je, wat heeft ze je gedaan?” Kamath is afgeleid, kijkt op en schreeuwt. „Wat ze heeft gedaan? Ze is een hoer, een kutwijf, ze heeft het verdiend.”

De zaal zucht. Natuurlijk, gaat Kaldenbach monter verder. „Het is even slikken om te vragen: wat heeft ze gedaan. Maar jullie zien, hij stopt met schoppen. Wel eraan denken dat je iemand anders vraagt de politie te waarschuwen, voordat je ingrijpt.”

Kaldenbach leerde van professionals wat helpt. Een agent uit de regio Haaglanden raadt winkeliers aan een notoire veelpleger bij binnenkomst meteen vriendelijk te benaderen: „Meneer! Er wordt hier veel gestolen, wilt u goed op uw spullen letten?” Briljant, zegt Kaldenbach. „Hij weet dat er op hem wordt gelet. Maar hij wordt niet meteen weggezet als een dief, want dat roept agressie op.”

Een docente vertelde hem dat ze een jongen inlichtte over zijn slechte resultaten. Hij trok een mes. Ze reageerde: ‘Joh, doe dat niet, als dat gezien wordt krijg je er enorme last mee.’ De jongen, zegt Kaldenbach, „stopte het mes weer weg. Hij werd niet gedwongen maar kon zelf beslissen.”

Straatjongens effectief aanspreken werkt het best als je het zo netjes mogelijk doet, zegt Kaldenbach. Groet of geef zelfs een hand, wees relaxed en onbevooroordeeld. „Zeg tegen die jongen op het plein: ‘Hé mooie scooter.’ Liefst als er nog niets aan de hand is. Aanspreken kan later makkelijker.” Machojongens zullen fouten nooit toegeven. Ze blijven altijd ontkennen, al heb je het mes zelf gezien. Ga de strijd niet aan, adviseert Kaldenbach. Gun ze een eervolle uitweg. „Zeg: ‘Andere jongens hebben hier glas op de grond gegooid. Gevaarlijk hoor, straks trappen kleine kinderen erin. Hebben jullie gezien wie het deden?’”

Vráág om medewerking. „Als ik hier nog een doos neerzet voor de lege flessen, zouden jullie die erin willen doen? Dan neem ik morgen die doos mee.”

Reageer met humor. De jongens van de straat zijn véél sterker in het zuigen en vernederen dan jij. Ze pakken je feilloos op je zwakste punt. Tegen een jonge politieman die erg zijn best deed gezag uit te stralen, riep een jongen: ‘Weet je moeder dat je aan het buitenspelen bent?’ Dodelijk. Kaldenbach: „Maar hoe ga je ermee om? Reageer je gekrenkt, dan ben je weg. Maak je er een grap van, dan kan je respect verdienen.”

En dan nog iets: Blijf op afstand. Aanraken staat gelijk aan in elkaar rammen. Een man uit de zaal vraagt: „Wat doe je als je op straat loopt en je wordt tegengehouden door drie stevige jongens?” Kaldenbach: „Maak een inschatting van je kansen: soms moet je buigen. Dan is wegwezen gewoon het beste advies.”