Lastig voor Chuck D.

Rappers strijden al lang tegen het witte establishment.

Na Obama’s succes moeten ze iets anders gaan bedenken.

„This is what I mean, an anti nigger machine”. Eind jaren tachtig gaat Chuck D van de rapgroep Public Enemy flink te keer tegen het witte establishment in de Amerikaanse politiek. Recht-voor-je-raap teksten over corrupte senatoren, de wreedheid van de politie en racistisch geweld in de States van 1986 vloeien uit de pen van de boze Chuck.

Het slaat aan. In 1990 komt het album met de expliciete titel Fear of a black planet in de Billboard Top 200 binnen op nummer 10. Jarenlang bepaalt de rebellerende rapgroep het hiphoptoneel. Met altijd diezelfde onderliggende boodschap: de onderdrukking van de Afro-Amerikaanse gemeenschap door de witte politiek.

Op 3 maart 1991 wordt Rodney King in Los Angeles gemolesteerd door blanke agenten, wat gefilmd wordt door een omstander. De beelden stoken het vuurtje dat Public Enemy is begonnen verder op. Rapper Paris komt met het nummer Bush Killa, waarin een aanslag op Bush senior wordt nagespeeld. Ice T’s Body Count doet een live verslag van de moord op een agent in Cop killer.

De strijd tegen de blanke overheersing is nooit meer verdwenen uit de hiphopcultuur, ook in de recente muziekgeschiedenis. Als na orkaan Katrina in 2005 de hulp vanuit Washington mondjesmaat op gang komt, haalt hiphopster Kanye West hard uit op tv: „George Bush does not care about black people”.

Maar dan komt Barack Obama in beeld. Naarmate zijn kansen op het presidentschap toenemen, gaat de hiphopgemeenschap achter zijn kandidatuur staan. Drievoudig Grammy-winnaar Ludacris brengt tijdens de voorverkiezingen voor de Democraten een anti-Hillary Clinton-nummer uit. Jay Z komt met het nummer My president. En andere bekende rappers roepen op om te gaan stemmen.

Nu Obama de winst te pakken heeft, reageert zijn hiphopachterban uitgelaten. Maar ze juichen te vroeg. ‘Hun’ overwinning na jaren strijd voor de rechten van Afro-Amerikanen brengt ze in een vreemde spagaat. Ze hebben hun eerste zwarte president, maar diezelfde man vertegenwoordigt het establishment waar rappers jaren tegen gevochten hebben.

Ze zullen op zoek moeten naar een nieuw instituut om tegen te ageren. Naar nieuwe sociale kwesties die aan de kaak gesteld moeten worden. De achterstandspositie van hun zwarte medeburger kan als thema voorlopig de ijskast in.

Michiel Bles is cultuursocioloog