'Laat mij maar voor gek staan'

Mathieu Amalric speelt de schurk in de nieuwe James Bondfilm Quantum of Solace. Drie keer al won hij een César voor zijn moedige, fysieke acteerwerk. „Ik heb er altijd voor gewaakt om film te veel als werk te zien.”

Hij mag dan een van de grootste Franse filmacteurs van zijn generatie zijn, eigenlijk is hij helemaal geen acteur. Zijn echte werk en zijn echte leven, zo onderstreept hij keer op keer, bestaat uit regisseren. Zijn carrière als acteur – hij is al drie keer onderscheiden met een César, de Franse Oscar – berust op een reeks van misverstanden.

Koket? Tot op zekere hoogte. Maar om te kunnen acteren zoals hij acteert, moet Mathieu Amalric dit spel wel blijven spelen – met zichzelf en met de buitenwereld. Zijn voornaamste kwaliteit als acteur is zijn onverschrokkenheid: hij durft alles te spelen. „Ik heb veel fysieke moed”, zegt hij aan de keukentafel van zijn Parijse appartement, in de buurt van de Place de la République.

Wie zijn films heeft gezien, weet dat hij niet bluft. Om zijn durf als acteur niet kwijt te raken, wil hij zijn carrière, die ook internationaal een hoge vlucht nam nadat Steven Spielberg hem castte als Mossad-informant in Munich (2005), niet al te serieus nemen.

Amalric springt op, loopt naar de boekenkast en trekt een fotoboek tevoorschijn over Partie de campagne van Jean Renoir, een film waar hij veel van houdt. Voorin staat een motto van Renoir: ‘Om iets te kunnen creëren is ingénuité een absolute voorwaarde.’

Amalric: „Een zekere onbevangenheid, of onschuld, daar gaat het om. Het prettigst aan mijn leven als acteur is dat het berust op toeval. Daarom kan het me ook niet zo vreselijk veel schelen. Het is niet mijn leven. Ik schrik niet ’s ochtends wakker met de gedachte: mijn god, ik heb nog nooit een bokser gespeeld, ik moet een bokser spelen.

„Daarnaast is het fijn om met mijn lichaam te werken. Dat is goed voor de geest, goed voor de mentale gezondheid. Dat geeft ook zelfvertrouwen, maar zelfvertrouwen dat ik stop in mijn werk als regisseur. Acteren is begonnen als een grap, als een spel. Maar in de loop van de tijd is het wel een steeds serieuzer spel geworden. Op sommige momenten ben ik vreselijk bang.”

Binnenkort kent de hele wereld

zijn gezicht, want Amalric speelt de schurk, Domenic Green, in de nieuwe James Bondfilm, Quantum of Solace. Dat moet een vreemde gewaarwording zijn. „Ik ben daar heel naïef in. Ik denk dat er niet zoveel zal veranderen. Ik hou gewoon mijn oude leven, hier in de buurt.”

Een dag na ons gesprek vertrekt hij naar Londen voor de wereldpremière van Quantum of Solace, die opgeluisterd zal worden door de Britse prinsen Harry en William. Zijn vriendin is snel nieuwe schoenen aan het kopen, nadat ze hoorde dat er royalty aanwezig zal zijn. Amalric pakt zijn rooster erbij voor de volgende dag: tot op de minuut precies staan tientallen korte gesprekjes ingetekend met televisiezenders uit de hele wereld. „Waanzinnig.”

Voor de verslaggever uit Nederland heeft hij meer tijd gemaakt, omdat hij vereerd is dat het Amsterdamse Filmmuseum een bescheiden retrospectief heeft georganiseerd rond zijn werk, met onder meer twee verrukkelijke films die hij maakte met de regisseur Arnaud Desplechin: Rois et Reine (2004) en Un conte de Noël, die later dit jaar ook in de bioscoop uitkomt. Desplechin, Amalrics belangrijkste artistieke bondgenoot, maakt originele, komische en hyperintelligente ensemblefilms over ingewikkelde gezinslevens.

Daarnaast is Amalric te zien in een van zijn indrukwekkendste rollen, als Jean-Dominique Bauby in The Diving Bell and the Butterfly (2007) van Julian Schnabel. Hij speelt de hoofdredacteur van de Franse Elle, die na een zware beroerte alleen nog maar met een van zijn oogleden kan knipperen en er zo in slaagt een boek te schrijven. In het experimentele L’historie de Richard O. (2007) van Damien Odoul is hij een losgeslagen man, die naar bed gaat met een groot aantal vrouwen, in felrealistische, niet gesimuleerde seksscènes.

Amalric is nerveus over de Bondfilm, die hij zelf nog niet heeft gezien. „James Bond heeft een hele sterke vijand nodig, anders zakt de hele film in elkaar. Dat is geen geringe opgave, omdat Daniel Craig zo’n sterke Bond speelt. Ik hoop maar dat het goed heeft uitgepakt.”

Hij heeft geluk, zegt hij, dat hij een heus gevecht mag leveren met James Bond, waar de schurk in de meeste Bondfilms weliswaar een crimineel meesterbrein is, maar zelf zijn handen niet vuil maakt. „Mijn personage kan helemaal niet vechten. Hij maait alleen woest om zich heen, vanuit pure haat. Dat brengt Bond behoorlijk in verwarring.” Bijzondere vermommingen heeft zijn slechterik niet. „In onze tijd is het kwaad onzichtbaar, zoals een gas. Iedereen kan het kwaad zijn. Daarom moet ik het uitsluitend doen met mijn eigen gezicht.”

Hij geldt als de ‘jeune premier’

van de Franse auteursfilm. Toch was het niet zijn idee om voor de camera te gaan staan. Arnaud Depleschin heeft het bedacht. „Hij heeft me niet zozeer ontdekt als acteur, hij heeft me uitgevonden.” Depleschin had hem gezien in een van Amalrics eigen korte films en koos hem daarna voor Comment je me suis disputé... (ma vie sexuelle) in 1996. Amalric was 29 en won meteen de César voor beste mannelijke nieuwkomer. „Depleschin is zo’n geweldige regisseur, in het bijzonder van acteurs, dat ook andere regisseurs gingen denken dat ik een groot acteur ben.” Zo werkte hij onder meer met Olivier Assayas en André Téchiné.

Voor dit allemaal losbarstte had hij één keer eerder voor de camera gestaan, op zijn zeventiende, in een film van de Georgische filmmaker Otar Iosseliani, een vriend van zijn ouders. Zijn vader, Jacques Amalric, was correspondent voor Le Monde in Moskou tijdens de jaren van Brezjnev, en zijn moeder, Nicole Zand, schreef literaire kritieken voor dezelfde krant. „Iosseliani werkt nooit met echte acteurs. Hij vroeg mij simpelweg omdat ik de zoon was van zijn vrienden. Voor mij was dit het moment waarop ik film ontdekte. Iosseliani regisseerde met een fluit: wanneer hij op zijn fluit blies moest je naar links of naar rechts lopen, en als hij nog een keer blies moest je doen wat hij had gezegd. Voor de acteurs erg saai, maar voor de regisseur is dat geweldig. Ik wilde doen wat hij deed. Die ervaring heeft mijn hele leven veranderd.

„Film werd voor mij het punt waarop alles samenkomt: literatuur, muziek. Maar ook liefde, verveling en luiheid. Luiheid is heel belangrijk. Ik bedoel daarmee dat je niet je hele leven vooraf hoeft vast te leggen en netjes hoeft uit te stippelen. Ik heb er altijd voor gewaakt om film te veel als werk te zien.”

Wat heeft Depleschin hem over acteren bijgebracht? „Bij hem is het voornaamste dat je de dialogen perfect moet kennen, in die hele lange shots die hij meestal maakt. Een acteur zit in zijn films ook nooit stil, zelfs niet als je gewoon aan tafel zit te praten. Zulke scènes moet je heel precies instuderen, bijna zoals een acrobaat een nummer instudeert in het circus.”

Zowel in Rois et reine als Un conte de Noël heeft Amalric geweldige scènes met Catherine Deneuve. In Rois et reine speelt ze de psychiater in de kliniek waarin Amalrics personage, een depressieve altviolist, is opgenomen. Hij wil zich niet door haar laten behandelen, omdat vrouwen volgens hem „geen ziel hebben”. In Un conte de Noël is Deneuve zijn moeder, die onaangedaan verklaart niet van haar dwarsliggende zoon te houden.

De open stijl van Amalric contrasteert fraai met de onderkoelde Deneuve. Amalric: „Ik was vreselijk nerveus toen ik haar moest beledigen in Rois et reine. Dat was ook ongeveer de eerste keer dat ik haar zag. Ze is in werkelijkheid helemaal niet zoals je zou verwachten. Deneuve is heel grappig, heel sensueel, een echte verleidster. Ze lijkt misschien nog het meest op het personage dat ze speelt in Le Sauvage met Yves Montand.”

Amalric werkt inmiddels al meer

dan tien jaar samen met Depleschin. In die tijd moet hun verhouding zijn veranderd. „We zijn geen vrienden, we zien elkaar niet buiten de films om. Maar onze verhouding gaat toch dieper dan alleen genegenheid. Misschien blijven we met elkaar samenwerken, omdat we elkaar nog steeds niet zo goed kennen. Om negen jaar na Comment je me suis disputé... weer samen te komen voor Rois et reine was heel bijzonder. De tijd werkte in ons voordeel, ik was niet bang om in herhalingen te vallen. Un conte de Noël volgde daarna te snel, vond ik aanvankelijk. Maar eigenlijk was ik gewoon bang dat het niet zou lukken. Hoe langer je iets doet, hoe banger je wordt. Je verliest de onschuld. Je krijgt ervaring. Dat is heel slecht.”

Maar door ervaring kan een acteur toch ook beter worden? „Ik weet het niet. Film is als een monster dat steeds vers vlees nodig heeft: nieuwe gezichten, nieuwe lichamen. Soms zeggen we de meest vreselijke dingen over geweldige acteurs, die we gewoon te veel hebben gezien. Neem Depardieu, die in zijn tijd fantastische dingen heeft gedaan, die met alle interessante regisseurs heeft gewerkt. Bij mij zal alles op een zeker moment ook ophouden, omdat mensen ziek zullen zijn van mijn gezicht. Daarom is het goed dat ik nu een lange tijd niet meer zal acteren. Ik moet terug naar mijn echte leven. Ik heb te veel gewerkt. Ik heb me volledig door acteren laten onderdompelen. Acteurs hebben een onmogelijk leven. Je moet er iets naast hebben.”

Acteren heeft volgens hem niet zoveel te maken met zijn eigen karakter of zijn eigen emoties. „We zijn natuurlijk niet één ding. Het ene moment ben je een klootzak, en er erg tevreden mee dat je een klootzak bent, dan ben je weer een liefhebbende vader, dan een workaholic, soms allemaal op dezelfde dag. Maar acteren is ook gewoon een hele praktische manier om bepaalde spieren te gebruiken, en om dingen te doen die in het echte leven niet zijn toegestaan. Je kunt veel meer plezier hebben door acteren zo te benaderen dan door alles steeds te herleiden tot je eigen leven.”

Dat geldt zelfs voor zo’n expliciete, seksuele rol als in L’historie de Richard O. „Ik heb een periode gehad in mijn leven dat ik er zo op los leefde. Maar voor acteren in films moet je veel controle uitoefenen. Zelfs als je een stijve moet hebben, en zelfs als het het helpt om een vrouw echt aantrekkelijk te vinden, gaat het toch over film. Echte overgave komt er niet aan te pas. Ik weet ook niet of dat wel zo goed zou zijn. Het mag geen peepshow worden. Ik zou die film nu ook niet meer kunnen maken. Meteen na de opnamen heb ik aan mijn vriendin gevraagd of ze een baby wilde. Nu hebben we een kind en daardoor is mijn leven compleet veranderd.”

Een van zijn mooiste, meest uitdagende rollen is die van de verlamde Jean-Dominque Bauby in The Diving Bell and the Butterfly van Julian Schnabel, al was het maar door de enorme beperkingen. „Bij die film was het belangrijk dat ik zag dat Julian dit verhaal echt moest vertellen, dat hij niet gewoon een aangrijpend verhaal uit de werkelijkheid had geplukt, waarbij hij niets voelde, zoals zo vaak gebeurt. De film gaat over zijn eigen angst voor de dood en zijn gevoelens van onmacht, toen zijn vader stierf en hij als zoon niet in staat bleek te zijn om de angst van zijn vader voor de dood te verlichten.

„Ik weet niet of het een uitdaging was om deze rol te spelen, maar het was in ieder geval fascinerend, ook omdat ik wist dat ik aan het eind van de dag weer gewoon kon lopen, praten en vrijen. Ik probeerde urenlang helemaal niet te bewegen, niet te krabben als ik jeuk had, niet naar het toilet te gaan als ik aandrang voelde. Ik praatte niet, ik bewoog niet, ik haalde geen koffie voordat we een nieuwe scène gingen draaien. Dan merk je dat mensen je onmiddellijk beginnen te vergeten, zelfs de crew. Ik werd een onzichtbare man. Dat helpt om de woede en de haat te voelen die iemand in zo’n situatie kunnen overvallen, en die je daarna kunt laten overgaan in liefde. Het is een fysieke ervaring, die op een bepaalde manier best prettig is. Het enige wat je nog kunt doen is denken en observeren.”

De telefoon gaat.

Amalrics producente belt over de nieuwe film die hij gaat regisseren en waarvan de opnamen in april beginnen. „Het is krankzinnig”, zegt hij nadat hij heeft opgehangen. „Ik heb helemaal geen acteurs in mijn film, laat staan sterren, maar iedereen wil de film financieren. Dat gebeurt normaal nooit. Het zal wel iets te maken hebben met het hele verhaal rond James Bond.”

Bond lijkt op deze zonnige middag ver weg. Zijn twee zoontjes uit zijn huwelijk met de actrice Jeanne Balibar spelen in de andere kamer. Af en toe horen we de jongens meezingen met David Bowie. „Hij is erg populair bij ze op het moment.” Aan de muur hangen nog slingers, omdat Amalric net zijn 43ste verjaardag heeft gevierd. „Voor het eerst van mijn leven heb ik een suprise party gehad”, vertelt hij.

Het scenario voor zijn film, van zijn eigen hand, wacht al jaren op verfilming, maar steeds kwam er iets tussen. „Ik ben nu zover dat ik zelfs het onweerstaanbare kan weerstaan. Ik lees helemaal geen nieuwe scripts meer.”

Zijn film gaat over een tournee van Amerikaanse stripteasedanseressen door Frankrijk voor de Eerste Wereldoorlog. „In die tijd hadden strippers hele gewone, alledaagse lichamen. Toch durfden ze naakt op het podium te gaan staan. Hoe klein hun borsten ook waren, ze konden daarmee hun kwastjes laten ronddansen. Ik begrijp dat, omdat ik precies zo ben. Ik zing, ik dans, ik doe naakt. Ik ben niet bang om belachelijk te zijn. Je moet niet te veel nadenken, maar gewoon duiken.”

Quantum of Solace draait in 135 bioscopen. Meer info over films met Mathieu Amalric in het Filmmuseum op filmmuseum.nl