'Kamp Holland' kijkt in koppie van VN-soldaat

Theater Kamp Holland door Orkater. Gezien 7 nov Toneelschuur, Haarlem. Tounee t/m 1 feb. Inl. 020-6060600 of www.orkater.nl ****

Geen helmen, geen geweren, geen kaki camouflagepakken. De soldaten in het oorlogsstuk Kamp Holland dragen wit ondergoed. Dat is een goede veiligheidsmaatregel tegen teveel realisme, en het geeft de soldaten het aangezicht van kwetsbare jochies die ’s nachts naast je bed komen staan omdat ze te spannend hebben gedroomd.

Leopold Witte en Geert Lageveen van muziektheatergroep Orkater maken met Kamp Holland een onthutsend muziektheaterstuk dat aankomt als een mokerslag – mede door de opfokkende muziek van popgroep Susies Haarlok; harde artrock met vervormde cello- en gitaargeluiden à la Jimi Hendrix, marsritmes en oosterse krullen.

Witte en Lageveen volgen het stramien van een oorlogsfilm: eerst de training, waarin de trainers met cynische hardheid, soms streng, soms luchtig, de soldaten tevergeefs proberen voor te bereiden op de oorlog. Dan volgt een missie, een patrouille buiten het kamp die dodelijk afloopt.

Eerst opereren de spelers als groep, in een drukke choreografie van fysieke openingen, later onderscheid je meer de individuen. In terzijdes geven de schrijvers, die zelf meespelen, het theoretische kader: de voors en tegens van de missie, de discrepantie tussen de ideeën van de burgers en politici en de gruwelijke werkelijkheid van de soldaten in het veld. Vooral sterk is hoe ze de paradox van een VN-soldaat tonen: aardig doen, pas schieten als je daadwerkelijk bedreigd wordt, de harten veroveren van de inheemsen, terwijl je ze bij gelegenheid ook in de benen schiet. Knuffelkanaries uitdelen aan een bevolking die juicht om een dode Nederlandse soldaat.

„Ze hebben goed gekeken in het koppie van de soldaat”, zei een van de militairen die aanwezig waren bij de première gisteravond. De soldaten komen er bij Witte en Lageveen goed af. De sergeant (op het lijf geschreven rol voor Kees Boot) is een liefhebbende vader, die iedere niet-politiek correcte opmerking bestraft. Zo begripvol ze zijn voor de uitvoerders, zo vernietigend zijn ze over de missie: zinloos en schadelijk. Om dit in te wrijven, maken ze zich ook schuldig aan vette anti-oorlogsretoriek, door de scène van een aanslag te doorsnijden met oorlogsretoriek van een minister, de verbitterde grafrede van een hippievader, en lastige vragen van een journalist.

Terwijl die aanslagsscène zonder de terzijdes al overtuigend genoeg is: met vervormde muziek, extreme lichtwissels, een verwarrend koor van verdubbelde stemmen. Vooraan alleen staat de dode jongen met zijn rode haren en zijn witte hemdje.